Direct naar hoofdmenu / zoekveld

10gr68a Kartaalrapportage werk en re-integratie : derde kwartaal 2009


  


INHOUDSOPGAVE


 


Inhoudsopgave  2

1 Inleiding  4

2 Collegeprioriteiten  5

2.1   Meer Rotterdammers aan het werk – Regulier vanuit de WWB  5

2.2  Meer Rotterdammers aan het werk – Participatieplaatsen  5

2.3  Meer Rotterdammers aan het werk – Sociale Activering  6

3 Bijstandsvolume  7

3.1  Ontwikkeling bijstandsvolume  7

3.2  Rotterdam vergeleken met de G-4 en landelijke cijfers  7

3.3  In- en uitstroom  8

3.4  Uitstroomredenen  9

4 Algemene ontwikkelingen Activiteitenprogramma 2009  10

4.1  Regionaal arbeidsmarktbeleid  10

4.2  Wet Investeren in Jongeren (WIJ)  10

5 Activiteiten Werk en Re-integratie  11

5.1  Loonkostensubsidie Korte termijn < 1 jaar  11

5.1.1 WorkFirst  11

5.1.2 DAAD  12

5.1.3 WerkDirect  13

5.2  Microkrediet zelfstandig ondernemers  13

5.3  Brugbaan  13

5.4  Basis re-integratie  14

5.5  Eigen trajecten  14

5.6  Loonkostensubsidie Looptijd 1-2 jaar  15

5.6.1 Leerwerktrajecten  15

5.6.2 Subsidiebanen  16

6 Gesubsidieerde arbeid  17

6.1  ID/Wiw  17

6.2  Wsw  17

7 Activering  18

7.1  Collegeprioriteit Participatieplaatsen  18

7.1.1 Sociale activering  18

7.1.2 Gemeenschapstaken  18

7.1.3 Participatieplaatsen  19

7.1.4 Lifecoach  19

7.1.5 Aantal trajecten  20

7.2  Project ExIT  20

7.3  Activerende zorg  20

8 Doelgroepen  22

8.1  Jongeren  22

8.2  MOE-landers  22

8.3  Inburgeraars  22

8.4  NUG (niet-uitkeringsgerechtigden)  23

8.5  Maatschappelijke opvang en Persoonsgerichte aanpak   23

9 Ondersteunende instrumenten  24

9.1  Arbeidsmedische dienstverlening  24

9.2  Verzuimbegeleiding  24

9.3  Kinderopvang  24

9.4  Nazorg en Services  24

9.5  Scholing  24

9.6  Handhaving: opgelegde maatregelen  25

9.7  RMW  25

10 Uitgaven en Inkomsten  27

11 Begrippen en tabellen  31

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

1 INLEIDING


Dit is de kwartaalrapportage Werk en Re-integratie over het derde kwartaal van 2009. Met dit stuk wordt over de stand van zaken van het Activiteitenprogramma Werk en Re-integratie 2009 gerapporteerd.
 
De economische crisis gaat aan Rotterdam niet ongemerkt voorbij. Het aantal klanten met een uitkering is gestegen naar 29.614 op 30 september 2009, maar in vergelijking met de landelijke cijfers doet Rotterdam het goed. De verwachte verdere stijging van de jeugdwerkloosheid blijft een punt van zorg. In de brief d.d. 15 september 2009 zijn de raadscommissies ESMV en JOC al uitgebreid geïnformeerd over de Rotterdamse aanpak Jeugdwerkloosheid en de invoering van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ), hierover wordt in deze rapportage derhalve niet uitgeweid. De WIJ is met ingang van 1 oktober van kracht geworden. Vanaf het volgende kwartaal wordt via de kwartaalrapportage Werk en Re-integratie structureel over de WIJ gerapporteerd.
 
De collegeprioriteit ‘Meer Rotterdammers aan het werk – regulier vanuit de WWB’ is al in het eerste kwartaal 2009 gerealiseerd. De doelstelling voor de collegeperiode was gesteld op 10.200. Dat aantal is op 30 september al met 1.834 overschreden. De prioriteit ‘Meer Rotterdammers aan het werk – participatieplaatsen’ is nog niet gehaald, maar de doelstelling moet zonder veel problemen te verwezenlijken zijn. De derde prioriteit ‘Meer Rotterdammers aan het werk – sociale activering’ loopt, na een terugval in de eerste helft van het jaar, weer volgens planning en wordt naar alle waarschijnlijkheid ook gehaald.
 
In het staartje van het derde kwartaal zijn de Rotterdamse Individuele Overeenkomsten (RIO) in gebruik genomen.
De RIO’s zijn een mooi voorbeeld van de steeds nauwere samenwerking tussen de gemeente en het UWV Werkbedrijf, waarbij betere dienstverlening aan de klant voorop staat. SoZaWe Rotterdam heeft met ongeveer 140 re-integratiebedrijven die al zaken deden met het UWV Werkbedrijf een raamovereenkomst gesloten, waardoor het voor hen mogelijk wordt hun diensten ook aan SoZaWe-klanten aan te bieden. Het doel is hen zoveel mogelijk individueel maatwerk te leveren, zodat het re-integratietraject onder optimale condities kan plaatsvinden.
 
Het experiment subsidiebanen - gericht op klanten ouder dan 45 jaar die langdurig in de uitkering zitten met een matig of gering uitstroomperspectief - blijft succesvol. Er zijn trajecten ingekocht om voor 900 klanten een subsidiebaan te realiseren. Ondanks de verwachting dat deze klanten moeilijk aan de slag zouden komen is van de klanten die in 2008 met een traject zijn begonnen inmiddels de helft aan een subsidiebaan geholpen. De subsidie wordt periodiek vastgesteld op basis van de loonwaarde van de klant en daalt naarmate de werknemer beter presteert.

2 COLLEGEPRIORITEITEN 


 


2.1  MEER ROTTERDAMMERS AAN HET WERK – REGULIER VANUIT DE WWB


 
 
2006
2007
2008
2009
Totaal
Doelstelling
1.400
3.100
2.900
2.800
10.200
Realisatie
2.115
4.086
3.945
1.888
12.034
       Tabel 1. Uitstroom naar regulier werk
 
Deze collegeprioriteit is al in het eerste kwartaal van 2009 gerealiseerd. Uiteraard gaan er nog steeds klanten die een WWB-uitkering ontvangen aan het werk, maar de aantallen halen niet meer het niveau van 2007 en 2008. Er zijn tot nu toe 1.834 Rotterdammers méér aan het werk gegaan dan voor deze collegeperiode is afgesproken.
 
 

2.2  MEER ROTTERDAMMERS AAN HET WERK – PARTICIPATIEPLAATSEN


 

 
2006
2007
2008
2009
Totaal
Doelstelling
600
750
1.200
1.200
3.750
Realisatie
345
880
1.714
661
3.600
  Tabel 2. Participatieplaatsen
   
De doelstelling is nog niet gerealiseerd. SoZaWe moet in het vierde kwartaal nog 150 klanten op een traject plaatsen om de doelstelling te realiseren. Op basis van een gemiddelde van 220 trajectplaatsingen in de eerste drie kwartalen van 2009 wordt verwacht dat het aantal eind december 2009 uitkomt op 3.820 trajecten.
 
In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt uit welke trajecten de collegeprioriteit Participatieplaatsen is opgebouwd.
 
 
2006
2007
2008
2009
Gemeenschapstaak
345
484
   
Lifecoach traject  
268
1.003
442
Participatieplaats  
128
711
219
Totaal
345
880
1.714
661
      Tabel 3. Specificatie van de participatieplaatsen
 

 


 

2.3   MEER ROTTERDAMMERS AAN HET WERK – SOCIALE ACTIVERING     


 

 
2007
2008
2009
Totaal
Doelstelling
1.656
1.200
1.644
4.500
Realisatie
1.306
2.066
1.087
4.459
       Tabel 4. Sociale activering
 
De collegeprioriteit Meer Rotterdammers aan het werk, onderdeel c) ‘sociale activering’ is aangepast.
De aanpassing volgde uit de motie Wijntuin. De doelstelling voor nieuwe trajecten sociale activering in de collegeperiode stijgt hierdoor van 3.750 naar 4.500. Dat aantal bestaat uit zowel trajecten die zijn gefinancierd met deelgemeentelijke middelen, als trajecten die worden gefinancierd met middelen uit het sociale programma.
In het eerste kwartaal van 2009 zijn er maar weinig klanten gestart met een traject sociale activering. Deze achterstand is aan de orde gesteld. In de loop van 2009 is de achterstand ingelopen.
 
In deze rapportage staan in 2008 meer gestarte trajecten vermeld dan in de eerste kwartaalrapportage. Er is naar aanleiding van die rapportage contact geweest met de Stichting OK die de trajecten sociale activering verzorgt. Op basis van dit contact heeft een correctie plaatsgevonden. Er zijn met terugwerkende kracht trajecten uit 2008 verwerkt. Deze toename van contracten in 2008 maakt ook deel uit van de controle van de ASR naar de realisatie van de collegeprioriteiten.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

3 BIJSTANDSVOLUME


3 .1  ONTWIKKELING BIJSTANDSVOLUME 

 
01-07-2006
31-12-2006
31-12-2007
31-12-2008
01-07-2009
30-09-2009
31-12-2009
Doelstelling
36.000
34.750
32.250
29.750
29.125
28.810
28.500
Realisatie
36.070
33.592
30.948
28.685
29.179
29.614*
 
Stagevergoeding      
399
1.154
1.099**
 
 
Tabel 5. Ontwikkeling bijstandsvolume 65-
 
* In de tabel zijn klanten opgenomen die een WWB-uitkering ontvangen. Conform het definitieboekje worden het aantal uitkeringsdossiers inclusief de geblokkeerde uitkeringen van de categorie 65- geteld.
** In de tabel is het aantal mensen weergegeven dat op 30 september 2009 een stagevergoeding ontving. Dit is een totaaltelling van de op 30 september 2009 verstrekte stagevergoeding via het Jongerenloket en via DaadWerkt.
 
In het de eerste helft van 2009 is het aantal klanten met een uitkering voorzichtig gestegen. De stijging heeft zich in het derde kwartaal van 2009 voortgezet. De verwachting is dat het aantal klanten met een bijstandsuitkering eind 2009 zal uitkomen op 30.000. Dat aantal is exclusief de mensen die een stagevergoeding ontvangen. De toename van het aantal klanten is een landelijk beeld en is toe te schrijven aan de kredietcrisis. Zoals blijkt in onderstaande tabel neemt het klantenbestand in Rotterdam minder snel toe dan in andere gemeenten1 .
 

3.2  ROTTERDAM VERGELEKEN MET DE G-4 EN LANDELIJKE CIJFERS 


 

  Afname in 2006 Afname in 2007 Afname in 2008 Toename in 2009
Rotterdam
10%
7%
8%
2,0 %
G4
7%
10%
6%
3,3%
Landelijk
8%
9%
6%
6,0%
Tabel 6. Resultaten Rotterdam vergeleken met G4 en landelijke cijfers WWB 65- (bron: CBS)
 
In vrijwel alle gemeenten is het bestand in het derde kwartaal van 2009 gestegen. In Rotterdam bedroeg de toename in 2009 (exclusief de verstrekte stagevergoeding) 2,0%. De stijging was in Amsterdam 3%, in Utrecht 4% en in Den Haag is het volume 5% gestegen. Het landelijke beeld laat een toename met 6% zien.
 
 
 
 
 
 

3.3  IN- EN UITSTROOM 


Het aantal klanten met een uitkering is gestegen. Na het derde kwartaal wordt verwacht dat de instroom ongeveer 600 klanten hoger uikomt dan de instroom in 2008. De uitstroom komt naar verwachting 3.000 klanten lager dan het voorgaande jaar. Ook dit wordt verklaard door de economische crisis. Er is minder vraag op de arbeidsmarkt en er zijn minder vacatures. Jongeren die van school komen hebben meer moeite een baan te vinden en er zijn meer mensen die een WW-uitkering gaan ontvangen. Van deze groep stromen de eerste mensen door naar de WWB. Door het overschot aan arbeidskrachten worden banen die voorheen beschikbaar waren voor SoZaWe-klanten ingenomen door nieuwe werklozen (WW-gerechtigden).
 
 
2005
2006
2007
2008
2009
Instroom
9.604
9.106
8.801
8.816
7.048
Uitstroom
11.105
11.870
10.318
10.249
5.271
Saldo
- 1.501
- 2.764
- 1.517
- 1.433
1.777
Tabel 7. In- en uitstroom 65-
 
In deze tabel worden de feitelijke in- en uitstroomdatum weergegeven. Toekenning en beëindiging worden met terugwerkende kracht in de administratie verwerkt. Dit verklaart het verschil met tabel 5.
 
 
 

 
Grafiek 1. Verloop van de in- en uitstroom in 2009
 
 
 
 
 
 

3.4      UITSTROOMREDENEN 


 

 
2007
2008
3 e kwartaal 2009
 
Aantal
Percentage
Aantal
Percentage
Aantal
Percentage
Inkomsten uit arbeid
4.144
40%
4.225
43%
2.156
41%
Andere inkomsten
672
7%
560
6%
284
5%
Geen inlichtingen
1.856
18%
1.515
15%
605
12%
Verhuizing
1.015
10%
800
8%
650
12%
Overig
2.631
25%
2.752
28%
1.576
30%
Totaal
10.318
100%
9.852
100%
5.271
100%
Tabel 8. Redenen van uitstroom
 
De groep Overig is nader op te delen in:
 
Reden
Aantal
Aanvang studie
114
Voorliggende voorziening (bv WW, WSF, ANW)
17
Voeren gezamenlijke huishouding
103
Noodzaak niet langer aanwezig
19
Opname in een inrichting
110
Op verzoek van de klant
53
Bereiken van de leeftijd van 65 jaar
6
Overlijden
131
Oorzaak bij partner
100
Niets ingevuld door klantmanager
575
Overig, niet nader te herleiden
348
 
1.576
Tabel 9.Specificatie van de overige redenen uitstroom
 
De groep Overig uit tabel 9 is gesplitst in ‘Niets ingevuld door de klantmanager’ en ‘Overig, niet nader te herleiden’. Een nadere specificatie is niet te geven.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

4 ALGEMENE ONTWIKKELINGEN ACTIVITEITENPROGRAMMA 2009


 


4.1  REGIONAAL ARBEIDSMARKTBELEID 


Regionaal arbeidsmarktbeleid
Er is door Bureau Arbeidsmarktmeester een plan van aanpak regionaal arbeidsmarktbeleid opgesteld dat in uitvoering is genomen. Op 27 mei 2009 heeft een regiobijeenkomst plaatsgevonden, waarin het plan is gedeeld met de regiogemeenten. Er zijn bij DAAD regionale accountmanagers aangesteld, die de samenwerking en uitwisseling tussen werkgeversservicepunten in de regio vormgeven. De regionale accountmanagers bezochten in de regio Rijnmond gemeenten om de ingezette samenwerking verder gestalte te geven. Voorts is een project gestart om 100 regio-vacatures ook regionaal te vullen. Dit project heeft als doel om te bezien of en waar in de regio dit proces al goed loopt en of en waar dit eventuele punten ter verbetering oplevert. Ook is gewerkt aan een samenwerkingsconvenant met de Drechtsteden. Het Regionaal Actieprogramma Jeugdwerkloosheid wordt benut als eerste proeve van het regionale arbeidsmarktbeleid. Hiervoor wordt een regionaal convenant afgesloten.
Daarnaast is er een nieuw format arbeidsmarktinformatie vastgesteld. OBR maakt op basis van door UWV Werkbedrijf aangeleverde basisgegevens een Rotterdamse analyse. De eerste resultaten zijn augustus 2009 gepresenteerd in de Werkgelegenheidsmonitor Voorjaar 2009.
 

4.2  WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ)


De WIJ geeft jongeren die zelfstandig geen of onvoldoende inkomen kunnen verwerven het recht op een leer/werkaanbod tot zij duurzaam in eigen onderhoud kunnen voorzien. De intentie van de wet sluit naadloos aan op de gemeentelijke doelstellingen en activiteiten op dit vlak (zie ook hoofdstuk 8.1 Jongeren). De WIJ is per per 1 oktober van kracht geworden. In de brief d.d. 15 september 2009 zijn de raadscommissies ESMV en JOC uitgebreid geïnformeerd over de Rotterdamse aanpak Jeugdwerkloosheid en WIJ. In september en begin oktober zijn achtereenvolgens de Verordening WIJ 2009 en de Nadere regels op de Verordening WIJ 2009 vastgesteld. Daarnaast is stevig ingezet op de voorbereiding van de uitvoering van de wet door de Werkpleinen en het Jongerenloket. In combinatie met het toegenomen aantal jongeren dat zich meldt voor een traject/uitkering en de recente splitsing van de dienstverlening aan jongeren over de Werkpleinen en het Jongerenloket vraagt dit veel van de capaciteit van de uitvoering. De eerste signalen wijzen erop dat de paradigmawisseling in de wet (eerst een leer/werkaanbod, dan de inkomensvoorziening) goed wordt opgepakt.
 
 

 

5 ACTIVITEITEN WERK EN RE-INTEGRATIE


5.1   LOONKOSTENSUBSIDIE KORTE TERMIJN < 1 JAAR


 


WORKFIRST  


Jongeren tot 23 jaar die bij SoZaWe een uitkering aanvragen omdat ze (nog) niet naar school terug kunnen of willen, moeten via het project Workfirst direct aan de slag. Bij Workfirst komen jongeren die een relatief kleine opstap nodig hebben om terug naar school te gaan of om te gaan werken. Tot 1 mei 2008 konden de jongeren alleen bij Roteb aan de slag. Vanaf mei 2008 kunnen alleen jongeren met cognitieve beperkingen terecht bij Roteb. De overige jongeren worden aangemeld bij speciaal voor dat doel gecontracteerde re-integratiebedrijven (RIB). Het programma bestaat uit een assessment, stage, beroepsoriëntatie, training sociale vaardigheden afgewisseld met teamactiviteiten en sport. Voor jonge moeders is een extra module ingekocht waarbij kinderopvang wordt geregeld.
     
Work
First
Aantal opgeroepen jongerenDaadwerkelijk gestart bij RotebGestart bij RIBIn ander traject geplaatstAanvraag uitkering ingetrokkenAan het werkAanvraag buiten behandeling gesteld
2005
387
134
 
36
63
 
154
2006
566
134
 
62
57
 
313
2007
556
176
 
50
157
 
173
2008
486
59
244
9
55
31
88
2009
825
60
542
38
59
58
 
 
Tabel 10. Resultaten Workfirst
 
Deze derde kwartaalrapportage laat zien dat goed gebruik gemaakt wordt van het Workfirst-aanbod. Het aantal opgeroepen jongeren en het aantal daadwerkelijk bij RIB’s gestarte jongeren is meer dan verdubbeld. Dit heeft te maken met een combinatie van factoren. Het aantal jongeren dat zich bij de Werkpleinen en het Jongerenloket heeft gemeld is flink toegenomen. Daarnaast is geanticipeerd op de invoering van de wet WIJ (ingangsdatum 1 oktober 2010) en zijn de jongeren die zich melden direct op traject geplaatst.
 
De uitvallers van Workfirst vallen onder de verantwoordelijkheid van het Regionaal Meldpunt Coördinatie (RMC). Vanuit het RMC worden de jongeren die uitvallen in andere systemen opgespoord. Wanneer dat niet lukt, volgt een huisbezoek om de jongere weer in beeld te krijgen.

 

DAAD  


DAAD is het Rotterdamse werkgeversservicepunt en is van overheid en bedrijfsleven samen. Het initiatief dat tot DAAD heeft geleid is genomen door de gemeente Rotterdam en Rotterdamse ondernemersorganisaties, samen met het UWV-Werkbedrijf. Met inbreng van de ondernemersorganisaties legt DAAD zich specifiek toe op het overbruggen van de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt vanuit de vraagzijde.
 
Het werkgeversservicepunt DAAD heeft in 2009 als taakstelling om 1.800 WWB-ers en 300 WW-ers te laten instromen op de arbeidsmarkt. De taakstelling van 1.800 WWB-ers is inclusief de plaatsing van 700 Generaal Pardonners. In de plannen van het College om de kredietcrisis te bestrijden (‘Rotterdam biedt perspectief’) is onder meer de uitbreiding van het aantal (tijdelijk) gesubsidieerde banen met 500 opgenomen. Van deze 500 plaatsen moeten er in de periode 1 juni 2009 tot en met 31 mei 2010 door DAAD200 werkzoekenden tijdelijk aan het werk worden geholpen.
 
De taakstelling van DAAD voor 2009 kwam hiermee in totaal op de plaatsing van 1.900 klanten.
 
Trajecten DAAD
2007
2008
3e kwartaal 2009
Aantal vacatures
1.612
1.541
2.068
Aantal klanten geplaatst
1.098
1.420
1.975
Waarvan UWV
95
72
87
Waarvan WWB
1.003
1.348
1.888
Aantal bij plaatsing verstrekte arrangementen
490
807
979
Tabel 11. Resultaten DAAD  
 
De tabel laat zien dat ondanks de economische recessie de taakstelling 2009 door DAAD al in het derde kwartaal is bereikt. DAAD realiseerde de plaatsingen vooral in de sectoren haven, transport en logistiek, detailhandel, zorg en horeca.
 
DAAD heeft de mogelijkheid om re-integratiegelden (arrangementen) in te zetten die werkgevers ondersteunen om werkzoekenden in dienst te nemen. DAAD verstrekt deze aan de werkgever op vertoon van een arbeidsovereenkomst. Bij 979 van de 1.975 plaatsingen bleek het nodig om ter ondersteuning een arrangement in te zetten. De bedragen die horen bij de verstrekte arrangementen zijn:
 
Verstrekte loonkostensubsidie
4.656.249,00
Betaalde scholingskosten
39.088,00
Totaal
4.695.337,00

 
 
 
 
Tabel 12. Kosten DAAD
 
 
 
 
 

WERKDIRECT 


WerkDirect is een project voor klanten waarvan het vermoeden bestaat dat zij ten onrechte een uitkering ontvangen. Een verwijzing naar WerkDirect is dan ook geslaagd als de klant bedankt voor zijn uitkering.
De projectperiode van WerkDirect is per 1 april 2009 opgehouden en de methodiek is overgedragen aan de Werkpleinen. Daarmee werd WerkDirect een regulier instrument dat ter beschikking van de Werkpleinen staat.
Voor de Werkpleinen is WerkDirect een nieuw instrument, waardoor er in het tweede kwartaal maar weinig klanten werden aangemeld. In het derde kwartaal is hieraan aandacht besteed en zijn de klantmanagers meer vertrouwd geraakt met dit instrument. Hieronder de laatste resultaten die zijn behaald met het project WerkDirect:
 
Project Werk Direct
2008
t/m 2e kw. 2009
t/m 3e kw. 2009
Doelstelling
600
300
450
Realisatie
637
270
616*
Tabel 13. Doelstelling 600 beëindigde WWB-uitkeringen
 
* Tot de overheveling naar de Werkpleinen was WerkDirect een project, derhalve werden de gegevens buiten RMW (voorheen RAAK) bijgehouden. Nu worden de trajecten WerkDirect wel bijgehouden in RMW. Dat betekent gegevens anders worden geregistreerd. Van de 616 voor WerkDirect aangemelde klanten is nog niet duidelijk in hoeveel gevallen de uitkering daadwerkelijk wordt beëindigd. Deze verwerkingsslag moet nog plaatsvinden.
 

5.2  MICROKREDIET ZELFSTANDIG ONDERNEMERS 


Het verstrekken van kredieten aan startende ondernemers met een uitkeringsachtergrond was versnipperd geregeld. Binnen de WW, de WWB en de WIA konden starters van verschillende regelingen gebruik maken: een onwenselijke situatie. Het Ministerie van SZW wil de dienstverlening aan starters stroomlijnen waarbij de uitkeringsachtergrond geen verschil mag maken. Daarbij is de bedoeling dat niet langer de gemeente of het UWV Werkbedrijf kredieten verstrekt, maar het bankwezen (inclusief kredietbanken). Hiervoor is sinds 1 juli 2007 de “Tijdelijke SZW-borgstellingsregeling startende ondernemers vanuit een uitkering” van start gegaan. Om deze nieuwe werkwijze te testen vindt een pilot plaats. Rotterdam doet hier aan mee. Aan het einde van de pilot wordt de microfinanciering vergeleken met de borgstelling en moet er één landelijke regeling komen.
 
In 2009 zijn er 138 aanvragen voor deze regeling ingenomen. Er zijn 23 aanvragen toegekend. Eén klant heeft zijn aanvraag heeft ingetrokken. Van 88 klanten is de aanvraag afgewezen. Van 26 klanten is de aanvraag nog in behandeling.
 

5.3  BRUGBAAN 


Het project Brugbaan is een kantoorsimulatie. De klanten worden per groep van 15 personen aangemeld om het bedrijf - een groothandel in kantoorartikelen - te exploiteren. De selectie voor het traject komt overeen met een sollicitatieprocedure bij een bedrijf. Eenmaal aangenomen moeten de klanten binnen de simulatie het bedrijf exploiteren. Dat betekent onder andere dat de boekhouding wordt bijgehouden, de in- en verkoop worden uitgevoerd en het magazijn beheerd. Met dit kleinschalige project zijn onderstaande resultaten behaald.

 
 
2007
2008
2009
Aanmeldingen
74
62
35
Intake
74
62
31
Uitval voor start
41
26
15
Start traject
33
36
16
Uitval na start
12
26
8
Plaatsing
21
10
3
Nog lopend traject
0
0
5
Plaatsing in % van gestarte trajecten
63,6%
27,8%
18,8%
 Tabel 14. Trajecten Brugbaan
 
Het lage plaatsingspercentage bij deze trajecten vormt aanleiding om na te gaan of de effectiviteit van dit instrument vergroot kan worden. Lukt dat niet dan ligt beëindiging van deze re-integratiemogelijkheid in de rede.
 

5.4  BASIS RE-INTEGRATIE 


Vanaf 1 april 2007 voeren drie re-integratiebedrijven in opdracht van de gemeente Rotterdam basisre-integratie trajecten uit. Dergelijke trajecten zijn succesvol afgerond als de klant binnen zeven maanden uitstroomt uit de uitkering en weer zelfstandig betaald werk verricht. De doelgroep bestaat uit klanten die niet zelfstandig werk kunnen vinden en daarom behoefte hebben aan hulp en ondersteuning. Wel zijn dit de SoZaWe-klanten die relatief het meest eenvoudig een baan kunnen vinden. SoZaWe zal – gezien de teruglopende plaatsingspercentages van gestarte trajecten - in 2010 dit instrument evalueren.
 
 
2005
2006
2007
2008
3e kwartaal 2009
Aanmeldingen
4.348
2.529
1.586
1.055
515
Intake
3.819
2.248
1.387
877
406
Uitval voor start
1.709
905
567
444
177
Start traject
2.639
1.624
1.015
612
243
Uitval na start
1.665
895
566
239
40
Plaatsing
974
729
398
163
29
Nog lopend traject
0
0
51
210
174
Plaatsing in % van gestarte trajecten
36,9%
44,9%
39,2%
26,6%
11,9%
Tabel 15. Trajecten basis re-integratie
 
De dalende vraag naar deze trajecten zet door. Binnen SoZaWe wordt steeds meer maatwerk geleverd. Ook gaan de klantmanagers zelf meer met hun klanten aan de slag zonder de klant naar een re-integratiebedrijf te sturen.
 


5.5  EIGEN TRAJECTEN  


Het centraal ingekochte aanbod van trajecten biedt in veel gevallen voldoende mogelijkheden voor de klanten. Maar wanneer dit aanbod niet volstaat bestaat sinds kort de mogelijkheid om een Rotterdamse Individuele Overeenkomst (RIO) in te zetten. De planning zoals opgenomen in het Activiteitenprogramma 2009 om in het derde kwartaal ‘eigen trajecten’ voor klanten en klantmanagers beschikbaar te hebben is bijna gehaald: de ingangsdatum was op 16 oktober 2009.
 
De mogelijkheid om een RIO aan te vragen is de Rotterdamse variant van de Individuele Re-integratieovereenkomsten (IRO) voor klanten van het UWV WERKbedrijf. Het UWV kent deze dienstverlening aan klanten al langer. In het derde kwartaal 2009 zijn alle re-integratiebedrijven die in opdracht van het UWV klanten uit het district Rijnmond in dergelijke individuele trajecten hebben (gehad) benaderd. Ongeveer 140 re-integratiebedrijven gaven aan interesse te hebben om met SoZaWe Rotterdam een RIO-raamovereenkomst te sluiten waardoor zij nu ook hun diensten aan SoZaWe-klanten kunnen aanbieden. Klanten en klantmanagers van SoZaWe Rotterdam kunnen dus een Rotterdamse Individuele Overeenkomst inzetten wanneer de klantmanager oordeelt dat er voor de klant geen passend re-integratietraject is te vinden in het overige aanbod aan trajecten. Hiermee is voor klantmanagers de mogelijkheid om hun klanten nog meer individueel maatwerk te bieden verder vergroot.
 

5.6  LOONKOSTENSUBSIDIE LOOPTIJD 1-2 JAAR


LEERWERKTRAJECTEN 


Bij leerwerktrajecten wordt sterk gestuurd wordt op duurzame uitstroom naar regulier ongesubsidieerd werk. De trajecten zijn bedoeld voor kandidaten met een middelgrote afstand tot de arbeidsmarkt. Het doel van het traject is dat klanten na afloop van het traject op een reguliere ongesubsidieerde werkplek aan de slag zijn. Het traject bestaat uit een voortraject en plaatsing op een arbeidsovereenkomst bij een werkgever met loonkostensuppletie. Voortrajecten kennen een maximale duur van 6 maanden. Gedurende het voortraject worden klanten veelal – met behoud van uitkering – direct aan het werk gezet. Er wordt maximaal 18 maanden loonkostensubsidie verstrekt. Een arbeidsovereenkomst betekent dat kandidaten uit de uitkering zijn.
 
 
2005
2006
2007
2008
3e kwartaal 2009
Aanmeldingen
1.232
1.375
1.096
1.270
857
Intake
1.222
1.338
954
1.081
594
Uitval voor start
242
604
389
491
178
Start traject
990
771
707
779
423
Uitval na start
454
399
425
285
66
Plaatsing
536
334
253
234
39
Nog lopend traject
0
38
29
260
318
Plaatsing in % van gestarte trajecten
54,1%
43,3%
35,8%
30,0%
9,2%
Nog lopende trajecten
0%
5%
4%
33%
75%
Tabel 16. Overzicht leerwerktrajecten
 
De relatief lange doorlooptijd van deze trajecten heeft een sterke invloed op de plaatsingscijfers uit 2008 en in mindere mate de cijfers van 2006 en 2007. De plaatsingsdefinitie is opgenomen in het hoofdstuk Begrippen en Tabellen. De plaatsingscijfers vanaf 2006 zullen nog verder toenemen, maar het resultaat van de in 2005 gestarte trajecten, (een plaatsingspercentage van meer dan 50%) zal in 2007 en (vermoedelijk) in 2008 en 2009 niet gerealiseerd worden. Dit kan voor een deel worden toegeschreven aan de economische crisis. Bedrijven hebben steeds meer moeite om voor onze klanten geschikte banen te vinden.
 

SUBSIDIEBANEN 


Het gaat hierbij om een experiment met gesubsidieerde arbeid voor klanten ouder dan 45 jaar, langdurig in de uitkering met een matig of gering uitstroomperspectief. Bij het uitstroomperspectief speelt de gevorderde leeftijd van de klanten een rol.
 
De subsidie wordt periodiek vastgesteld op basis van de loonwaarde van de klant en daalt naarmate de werknemer beter presteert. Voor de vaststelling van de loonwaarde wordt het door TNO ontwikkelde instrument
‘Vragenlijst Prestatie Meting’ (VPM) gebruikt. Door toepassing van dit instrument wordt naar verwachting het belangrijkste nadeel van de ID-regeling voorkomen, namelijk de subsidieafhankelijkheid bij werkgever en werknemer, waardoor beiden belang hebben bij zo min mogelijk ontwikkeling naar ongesubsidieerd regulier werk.
 
 
2008
3e kwartaal 2009
Aanmeldingen
539
461
Intake
512
396
Uitval voor start
127
120
Start traject
412
190
Uitval na start
142
32
Plaatsing
204
104
Nog lopend traject
66
54
Tabel 18. Resultaten experiment subsidiebanen
 
Het experiment subsidiebanen voorziet in een behoefte. In totaal zijn er zoveel trajecten ingekocht dat 900 klanten een subsidiebaan krijgen. De trajecten zijn ingekocht voor klanten waarvan wordt verwacht dat ze moeilijk een baan kunnen vinden. Toch is van de klanten die in 2008 met een traject zijn begonnen inmiddels 49,5% aan een baan geholpen. De Sociaal Wetenschappelijke Afdeling van SoZaWe verzamelt data voor een onderzoek naar de effecten van het verstrekken van loonkostensubsidies op basis van de prestaties die de werknemer levert.
 
 

6 GESUBSIDIEERDE ARBEID


6.1  ID/WIW


 

Stand op
31-12-2003
31-12-200431-12-200531-12-200631-12-200731-12-200830-06-200930-09-2009
Instroombaan
6.208
5.8205.2224.5173.5442.0221.6571.624
Doorstroombaan
521
5074232561611268882
ID in personen  
5.2184.4163.4281.9831.6091.573
Wiw-dienstbetrekking
3.431
2.4601.1761.1031.011906851836
Tabel 19. Resultaten gesubsidieerde arbeid
 
Het aantal ID-werknemers blijft dalen. De afname is niet meer zo sterk als in 2008. Dat komt doordat veel uitstroomgeschikte ID-werknemers al in 2008 zijn uitgestroomd. In de eerste negen maanden van 2009 zijn 410 ID-werknemers uitgestroomd.
Van de 1.573 ID-werknemers die per 30 september nog in dienst waren, hebben er 1.566 de status van ‘Blijver’. Dat betekent dat er nog maar 7 ID-werknemers dit jaar gaan uitstromen. De ID-werknemers die de status ‘Blijver’ hebben, stromen alleen maar uit door natuurlijk verloop.
 
Het aantal Oud-WIW-werknemers neemt af door natuurlijk verloop.
 

6.2  WSW


De wettelijke opgave vanuit de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) is om meer mensen vanuit de beschutte werkomgeving naar een zo regulier mogelijke werkplek te ontwikkelen. In het kader van de uitvoering van de Wsw was per 31 december 2009 als taakstelling geformuleerd. Bij de vaststelling van het beleidskader Wsw is met een Raadsbesluit de taakstelling geformuleerd om per 31 december 2011 voor 500 mensen een Begeleid Werken baan te realiseren. Daarvan worden er 90 plekken bij de gemeente als werkgever gerealiseerd. Eind september 2009 waren 249 BW-plaatsen - waarvan 15 bij de gemeente - gevuld (dit aantal plaatsen komt overeen met 215 FTE). Het plaatsen van 250 mensen op een wachtlijstbaan ter overbrugging van de wachttijd voor een Wsw-dienstverband is een tweede ambitie. Volgens de meest recente informatie hebben 154 mensen een wachtlijstbaan. Daarnaast zijn inmiddels 114 mensen via een wachtlijstbaan doorgestroomd naar een Wsw-baan.
 
In juni 2009 heeft de gemeenteraad, zoals hiervoor opgemerkt, het beleidskader Wsw (“Maatwerk en dynamiek aan de onderkant van de arbeidsmarkt”) vastgesteld. In dat kader wordt het komend jaar een knip gemaakt tussen het klantmanagement en de uitvoering. Het klantmanagement (en de beleidsmatige en financiële regie) ligt bij SoZaWe. De uitvoering is in handen van de Roteb, Detacheren & Begeleid Werken en Stadstoezicht. Op termijn zal de uitvoering in toenemende mate bij de Roteb worden belegd.

 

7 ACTIVERING


Dit betreft trajecten voor klanten met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het doel van de trajecten is doorstroom naar een volgende trede op de participatieladder.
 

7.1   COLLEGEPRIORITEIT PARTICIPATIEPLAATSEN


De collegeprioriteit participatieplaatsen is samengesteld uit:
·  Gemeenschapstaken
·  Lifecoach-trajecten
·  Participatieplaatsen
 

SOCIALE ACTIVERING 


Sociale activering is een vorm van maatschappelijke participatie waarbij burgers geactiveerd worden om in hun wijk of deelgemeente als vrijwilliger aan het werk te gaan. Deze trajecten worden uitgevoerd door de deelgemeentelijke OK-banken (OK = Onbenutte Kwaliteiten). De OK-banken zoeken vrijwilligersplekken bij verschillende organisaties in de stad, plaatsen werkzoekenden op een passende plek en bieden de nodige begeleiding. De collegedoelstelling Meer Rotterdammers aan het werk, onderdeel c) ‘sociale activering’ (zie paragraaf 2.3) houdt rechtstreeks verband met de trajecten sociale activering.
 

GEMEENSCHAPSTAKEN 


Dit is de voorloper van de participatieplaats. In 2005 is met de trajecten gestart en in 2007 is SoZaWe - met de komst van de participatieplaats – met deze trajecten gestopt. De klanten die nog in traject zaten, hebben dit gewoon afgemaakt. Het doel van de trajecten is doorstroom naar een volgende trede op de participatieladder.
 
Onderstaande tabel is samengesteld naar jaar van aanmelding terwijl de collegeprioriteit wordt gemeten in het jaar waarin het traject is gestart.
 
 
2005
2006
2007
Aanmeldingen
187
986
462
Intake
179
951
449
Traject start niet
54
276
125
Start traject
133
710
337
Uitval na start
63
236
78
Plaatsing
8
83
41
Doorstroom
62
391
218
Nog in traject
0
0
0
Tabel 20. Resultaten gemeenschapstaken
 
 
 
 

PARTICIPATIEPLAATSEN


Klanten starten met behoud van uitkering op een participatieplaats. Een participatieplaats kent een duur van maximaal één jaar bij dezelfde aanbieder. Tot de doelgroep behoren alle klanten voor wie de arbeidsverplichting geldt, of waarbij een re-integratieverplichting door de klantmanager is opgelegd. Dit zijn klanten die niet snel kunnen uitstromen naar regulier betaald werk maar wel fysiek goed inzetbaar zijn, Nederlands spreken en nog niet in een re-integratietraject zitten. Alle klanten die voldoen aan de criteria stromen in op een participatieplaats. Achterliggende gedachte is om klanten die aangewezen zijn op een WWB-uitkering via het leveren van een tegenprestatie voor die uitkering actief te houden of te maken.
 
 
2007
2008
3e kwartaal 2009
Getekende overeenkomst participatieplaats
181
815
480
Wachten op plaatsing bij inlener  
104
121
Daadwerkelijk gestart
164
711
219
Uitval  
167
49
Regulier aan het werk / ander traject
26
173
7
Nog in traject
90
371
217
Tabel 21. Participatieplaatsen
 
De klanten die wachten op plaatsing bij een inlener zijn wel akkoord gegaan met het accepteren van een participatieplaats maar moeten nog een gesprek met de potentiële inlener voeren en/of nog een contract tekenen.
 

LIFECOACH


De lifecoach-trajecten hebben tot doel - door de inzet van participatieplaatsen, gezondheidsinterventies en lifecoaching - klanten te activeren en motiveren. De klant moet de stap naar een volgende trede op de participatieladder kunnen maken, maar ook betaald werk blijkt soms haalbaar te zijn.
Het traject wordt individueel ingevuld waarbij de mogelijkheden van de klant het uitgangspunt vormen. Voor klanten die een slechte gezondheid hebben worden gezondheidsinterventies ingezet, zodat gezondheid geen belemmering meer vormt om aan het werk te gaan. De klantmanagers maken veel gebruik van dit instrument. Het is een integraal instrument en er is veel aandacht voor de verschillende leefgebieden van de klant.
 
 
2007
2008
3e kwartaal 2009
Aanmeldingen
523
1.158
625
Intake
473
1.112
577
Traject start niet
115
179
63
Start traject
408
979
375
Uitval na start
127
44
2
Plaatsing
66
89
3
Nog lopend traject
215
846
370
Tabel 22. Resultaten lifecoach
 
Het aantal aanmeldingen blijft achter ten opzichte van 2008. Deze lijn is in het eerste kwartaal ingezet. Hier is op de Werkpleinen aandacht aan besteed en het aantal aanmeldingen is vanaf het tweede kwartaal langzaam aan het aantrekken.
 

AANTAL TRAJECTEN


Het in bovenstaande tabellen genoemde aantal gestarte trajecten komt niet overeen met het aantal genoemd bij de collegeprioriteit. Dat is lastig, maar er is wel een logische verklaring voor.
Bij de collegeprioriteit wordt uitgegaan van de in een jaar gestarte trajecten terwijl bij bovenstaande informatie het jaar van aanmelding bepalend is. Wanneer een klant in 2007 wordt aangemeld voor een traject dat in 2008 start, telt de klant voor de collegeprioriteit mee in 2008 en in bovenstaand overzicht in 2007. De afwijking wordt veroorzaakt doordat SoZaWe werkt met een groepsaanpak waarin het jaar van aanmelding bepalend is terwijl het college verantwoording aflegt over het aantal in een jaar gestarte trajecten.
 

7.2  PROJECT EXIT


ExIT (Extra Intensieve Trajectbegeleiding) is een methodiek die erop is gericht om klanten die weinig kans op een baan hebben toch uit te laten stromen. De klanten worden door een multi-disciplinair ExIT team intensief begeleid. Er wordt een oplossing gezocht voor de problemen van de klant die de inzet op een baan in de weg staan. Ook wordt samen met de klant naar een baan gezocht. Vanaf september 2009 is ExIT operationeel op de 5 werkpleinen. Door het ‘uitrollen’ van ExIT over de 5 Werkpleinen is er ook een consultfunctie van de hulpverleners beschikbaar op de Werkpleinen.
 
Aantal aanmeldingen
Consult
Traject ExIT
Totaal
Werkplein Dynamostraat
13
46
59
Werkplein Dwarsdijk
75
209
284
Werkplein Schiekade
12
163
175
Werkplein Alexanderplein
0
3
3
Werkplein Heiman Dullaertplein
20
176
196
Stedelijke Zorg
2
1
3
Regionaal Bureau Zelfstandigen
0
1
1
Jongerendistrict
0
0
0
Terugvordering en Verhaal
0
4
4
Inactief dossier
0
3
3
Totaal
122
606
728
Tabel 23. Resultaten ExIT
 

7.3  ACTIVERENDE ZORG


Het activerende zorgtraject is erop gericht de problemen van de klant samen met de klant op te lossen zodat de klant zich wél kan richten op een actieve toekomst. De probleemsituatie van de klant wordt gestabiliseerd en samen met de klant en een vaste activeringscoach wordt gezocht naar een passende vorm van dagbesteding of werkactiviteit. Activerende zorg is gestart op drie Werkpleinen. Er is een aanbestedingstraject om de Activerende zorg per 2010 uit te breiden naar alle Werkpleinen in voorbereiding.
 
 
2007
2008
3e kwartaal 2009
Aanmeldingen
208
212
107
Intake
185
191
74
Traject start niet
76
79
5
Start traject
132
133
34
Uitval na start
23
10
0
Plaatsing
89
58
2
Nog lopend traject
20
65
32
Tabel 24. Resultaten activerende zorg
 
Er is sprake van een plaatsing wanneer de klant daadwerkelijk een baan in loondienst heeft aanvaard en als de klant doorstroomt naar een volgend traject. Daarvoor zijn deze activeringstrajecten in eerste instantie ook bedoeld.

8 DOELGROEPEN


8 .1  JONGEREN


De ontwikkeling van de jeugdwerkloosheid is een zorgpunt. De afgelopen tijd is een veelheid aan acties – al dan niet samenhangend met de eerder genoemde implementatie van de WIJ of het Regionaal Actieprogramma Jeugdwerkloosheid – in gang gezet of zijn succesvolle lopende initiatieven verder geïntensiveerd. Met de invoering van de WIJ per 1 oktober 2009 ontstond voor jongeren een recht op een leerwerktraject waarbij na acceptatie een inkomensvoorziening volgt. In de brief over de aanpak Jeugdwerkloosheid en WIJ aan de raadscommissies ESMV en JOC d.d. 15 september 2009 is uitgebreid op de aanpak van de jeugdwerkloosheid ingegaan. Er is een Rotterdamse campagne “Ga Gewoon Door’ gevoerd om jongeren te stimuleren na de zomer door te gaan met scholing. Bij het MBO en het HBO is een verhoogde instroom geconstateerd ten opzicht van eerdere jaren. Daarnaast is er de afgelopen maanden een toename in de jeugdwerkloosheid waar te nemen, maar deze is vooralsnog minder dan verwacht. Met regiopartners wordt gewerkt aan het opstellen van een Regionaal Actieplan Jeugdwerkloosheid 2010. De WIJ past goed in de ambities van dit plan. Door diverse partijen, waaronder sociale partners, wordt geïnvesteerd om meer werkleerplaatsen te creëren.
 

8.2  MOE-LANDERS


De instroom van arbeidsmigranten uit Midden- en Oost Europa (MOE-landers) heeft al enige jaren op verschillende terreinen gevolgen voor Rotterdam. Zeker op het terrein van de werkgelegenheid. Veel misstanden in de arbeidsomstandigheden en huisvesting van de arbeidsmigranten worden veroorzaakt door malafide uitzendbureaus en huisjesmelkers. Rotterdam pakt enerzijds huisjesmelkers en malafide uitzendbureaus hard aan en faciliteert anderzijds bonafide uitzendbureaus en werkgevers. Voor het Rotterdams werkgeversservicepunt DAAD zijn de uitzendbureaus onverminderd belangrijke partners bij het creëren van een gezonde arbeidsmarkt en het inschakelen van Rotterdamse werkzoekenden.
In het derde kwartaal is hard gewerkt aan een bundeling van kennis en ervaring van de werkgevers-servicepunten van de gemeenten Westland, Den Haag en Rotterdam. Dit moet leiden tot de oprichting van een branche-servicepunt (BSP) voor het cluster glastuinbouw. Dit BSP wordt de ‘spin in het web’ als het gaat om het bundelen van initiatieven in deze branche en het bemiddelen van gekwalificeerde arbeidskrachten op lager en middelbaar niveau. De tuinbouw is een sector waar veel arbeidsmigranten uit Midden- en Oost Europa werk vinden. Door middel van dit BSP wordt eraan gewerkt om meer klanten van SoZaWe Rotterdam (en de andere gemeenten in/rond het Westland) aan de slag te laten gaan in de tuinbouw.
Daarnaast heeft de gemeente samen met de Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) de afspraak gemaakt om minimaal 150 leerwerkplekken bij Rotterdamse uitzendbureaus te creëren. Jonge werkzoekenden gaan aan de slag als trainee. De ABU zorgt voor minimaal één leerwerkplek per kantoor. In Rotterdam zijn ruim 150 uitzendbureaus aangesloten bij de ABU. Bij Rotterdams succes zal de ABU de aanpak ook toepassen in andere gemeenten.
 

8.3  INBURGERAARS


De gezamenlijke aanbesteding van de diensten JOS en SoZaWe voor de inkoop van inburgeringstrajecten is gepubliceerd op 25 september 2009. Op dit moment loopt de aanbestedingsprocedure. De planning is dat de nieuwe contracten op 1 januari 2010 ingaan. Binnen de aanbesteding worden voornamelijk duale trajecten ingekocht: naast inburgering wordt de klant geactiveerd of aan werk geholpen. De dienst JOS rapporteert als beleidsverantwoordelijke dienst uitgebreider over inburgering.
 

8.4   NUG (NIET-UITKERINGSGERECHTIGDEN)


Voor 2010 verschuift de focus voor de werving van nuggers naar inburgering. Inburgeraars die geen uitkering ontvangen en die nog niet zelfstandig participeren, krijgen een duaal traject waarin taal en participatie worden gekoppeld. Er hebben 479 nuggers een aanbod gekregen vanuit de gemeente. Ondanks de lagere realisatie in 2009 wordt verwacht dat door intensiever in te zetten op een duaal aanbod bij inburgering de collegedoelstelling van 2.500 nuggers in 2011 gerealiseerd wordt.
 

8.5   MAATSCHAPPELIJKE OPVANG EN PERSOONSGERICHTE AANPAK


Met ingang van januari 2009 is de doelgroep klanten PGA (persoonsgerichte aanpak) uitgebreid met klanten uit het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang. Door inzet van 2 extra projectmedewerkers bij SoZaWe (v.a. voorjaar 2009) en de jobcoaches van de re-integratiebedrijven is resultaat geboekt bij het terugdringen van de tijdelijke uitval. De ervaring leert dat frequente contacten, snelheid van plaatsen en aan het werk gaan cruciaal zijn voor het opstarten en slagen van een traject. De realisatie van het aantal plaatsingen verloopt volgens planning.
 
Plaatsingen
2008
2009
 
 
    1e Kw 2e Kw 3e Kw 4e Kw Totaal
MO Klanten (doelstelling 125)
-
19
31
42
 
92
PGA Klanten (doelstelling 75)
49
17
6
4
 
76
Tabel 25. Resultaten maatschappelijke opvang
 
De uitstroom naar reguliere contracten blijft nog beperkt; dit heeft te maken met het feit dat veel contracten pas in het najaar 2008 zijn gestart. Eind 2009 is hier een beter zicht op.
 

 

9 ONDERSTEUNENDE INSTRUMENTEN


9.1   ARBEIDSMEDISCHE DIENSTVERLENING


Er wordt arbeidsmedische dienstverlening ingekocht om te laten beoordelen of de klant medische beperkingen heeft die hem verhinderen een traject te volgen of een baan te accepteren. In de eerste negen maanden van 2009 is door SoZaWe voor 3.762 klanten een medisch advies aangevraagd.
 

9.2  VERZUIMBEGELEIDING


Ervaring leert dat 20 procent van klanten die deelnemen aan re-integratieactiviteiten verzuimt door ziekte. Re-integratiebedrijven die trajecten aanbieden zijn zèlf verantwoordelijk voor een adequate inzet op dit verzuim. SoZaWe zet verzuimbegeleiding in tijdens groepsbijeenkomsten en activiteiten. Klanten krijgen bij deelname aan DAADwerkt een trajectplan met verzuimprotocol. In dit protocol staat: waar en wanneer de ziek- en betermeldingen moeten worden gedaan, waar deze melding uit moet bestaan en wat kan worden verwacht .
 

9.3  KINDEROPVANG


Bij kinderopvanginstellingen in Rotterdam hebben zich de afgelopen jaren wachtlijsten ontwikkeld. Deze wachtlijstproblematiek vormt een obstakel voor de re-integratiemogelijkheden van bijstandsafhankelijke en/of inburgerende Rotterdammers. Daarom heeft SoZaWe voor twee Werkpleinen, Dynamostraat en Alexander, bij wijze van experiment in totaal tien kindplaatsen ingekocht. Deze kindplaatsen worden gebruikt om per direct opvang te kunnen garanderen. De kinderen staan ondertussen op een wachtlijst voor ‘reguliere’ kinderopvang en stromen – afhankelijk van deze wachtlijst – zo snel mogelijk door naar ‘reguliere’ kinderopvang.
Momenteel wordt in samenwerking tussen diverse betrokken diensten en partijen gewerkt aan een structurele oplossing voor de kinderopvangproblematiek. Hierover wordt separaat gerapporteerd.
 

9.4  NAZORG EN SERVICES


Mensen kunnen terugvallen in de uitkering vanwege problemen die zich voordoen in de eerste tijd dat zij weer aan de slag zijn. Problemen die in de eerste maanden op hen afkomen zijn bijvoorbeeld: het regelen van adequaat vervoer om te reizen van en naar de werklocatie, de aanschaf van werkkleding, werkschoenen, het behalen van een (veiligheids)certificaat et cetera. Voor deze praktische zaken kunnen deze mensen binnenkort terecht bij de 'klantmanager voor werkenden'. Ook zullen deze functionarissen een belangrijke informatie- en verwijsfunctie vervullen inzake bijvoorbeeld voorzieningen rond fiscale regelingen, schuldhulpverlening, maatschappelijk werk en het combineren van zorg en werk. In de eerste helft van 2010 zullen de eerste nazorgteams op de werkpleinen actief zijn. De voorbereidingen daarvoor worden op dit moment getroffen.
 

9.5  SCHOLING


Voorheen had SoZaWe contracten met verschillende aanbieders van scholing. Nu is er een contract gesloten met de scholingsmakelaar, RBO Groningen. Dit bedrijf koopt voor de klanten van SoZaWe kwalificerende scholing op maat in. De klantmanager dient een scholingsvraag in bij de scholingsmakelaar die vervolgens de meest geschikte scholing voor de klant zoekt. RBO Groningen overlegt steeds drie offertes aan de klantmanager en geeft ook een advies over de organisatie waarbij de scholing het best ingekocht kan worden. De klantmanagers beslist uiteindelijk bij welk opleidingsinstituut de scholing ingekocht wordt. In 2009 is een duidelijke toename te zien in de inzet van scholing voor de re-integratie van de klant.
 
 
2008
2009
Aanmeldingen
545
1.105
Traject start niet
109
244
Start traject
436
794
Uitval na start
136
129
Diploma
207
223
Scholing nog niet afgerond
93
442
Tabel 26. Resultaten scholing
 

9.6  HANDHAVING: OPGELEGDE MAATREGELEN


In onderstaande tabel zijn alle door SoZaWe opgelegde maatregelen weergegeven, inclusief de maatregelen die zijn opgelegd in het kader van WerkDirect.
 
 
2008
1e kwartaal 2009
2e kwartaal 2009
3e kwartaal 2009
 
Aantal
Aantal
Aantal
Aantal
Re-integratie
1.835
564
212
297
Ernstige misdragingen
5
8
8
7
Financieel nadeel *
591
57
58
103
Andere redenen
813
     
Reden niet bekend
578
     
Niet behouden van werk  
20
125
141
Niet verstrekken van informatie  
294
134
218
Te lang met vakantie of niet gemeld  
17
33
49
Totaal
3.822
960
570
815
Tabel 27. Maatregelen
 
* Tot financieel nadeel wordt vooral gerekend:
·   Het niet kunnen instellen van een vordering alimentatie;
·   Het onverantwoord besteden van vermogen.
Het totaalbedrag aan opgelegde maatregelen bedroeg in het derde kwartaal € 210.309,-.
 
 

9.7  RMW


RMW (voorheen RAAK) is het automatisering ssysteem van SoZaWe waarin alle activiteiten gericht op werk en re-integratie geregistreerd en gevolgd worden. Het systeem is in 2008 op de Werkpleinen ingevoerd. Dit jaar is een begin gemaakt met de invoering van een webapplicatie, waarmee re-integratiebedrijven gegevens over de voortgang van trajecten en de verantwoording van de geleverde diensten direct in RMW kunnen invoeren. Hiermee wordt de administratieve belasting van de klantmanagers beperkt en wordt een belangrijke stap gezet om het financieel beheer van de re-integratiediensten vanuit RMW te kunnen voeren. Op basis van de uitgevoerde pilot is gebleken dat verdere doorontwikkeling van RMW noodzakelijk is om de huidige contracten met re-integratiebedrijven te kunnen verwerken. Er zijn aanpassingen van de contracten of aanpassingen aan RMW nodig. Als gevolg hiervan heeft SoZaWe deze functionaliteit niet volledig in 2009 kunnen implementeren. Om in 2010 een voortvarende start te kunnen maken met de doorontwikkeling van RMW, is per 1 januari 2010 een projectleider RMW aangesteld. Eind januari 2010 wordt een projectplan vastgesteld dat versneld wordt uitgevoerd. Daarbij wordt ook de implementatie van nieuwe modules met betrekking tot de diagnosestelling, trajectkeuze en matching op vacatures meegenomen.

 

10 UITGAVEN EN INKOMSTEN 


 

 
Begroting 2009
Realisatie 3e kwartaal
Prognose 2009
       
ID-werknemers
78.181.000,00
51.042.087,37
50.810.500,00
Wiw-werknemers
25.553.000,00
15.284.895,00
22.925.000,00
Taal/leertoetsen  
848.712,76
1.137.000,00
Inburgering
914.000,00
1.322.896,43
3.905.000,00
Basisre-integratie
2.822.000,00
1.240.440,62
2.509.280,00
Re-integratieplus
30.994.000,00
7.407.400,62
16.468.000,00
Gemeenschapstaken
19.907.000,00
10.381.373,62
17.527.200,00
Faciliteiten, incl. eigen trajecten
7.273.000,00
824.798,19
1.117.200,00
Deelgemeenten
1.000.000,00
2.375.721,87
1.800.000,00
DAAD
7.500.000,00
17.960.436,30
23.000.000,00
Scholing
12.000.000,00
275.708,80
4.274.000,00
Jongeren, incl. stagevergoeding
29.907.000,00
9.976.290,96
13.746.000,00
Doorbelasting inkomen
5.000.000,00
 
7.000.000,00
Werkmeesters Roteb
3.000.000,00
 
3.000.000,00
Schuldhulpverlening
2.800.000,00
 
4.200.000,00
Schuldhulpverlening kredietcrisis    
2.100.000,00
Preventieve maatregelen schooluitval
20.500.000,00
 
18.000.000,00
Doorbelasting uitvoering werk  
2.836.070,00
7.000.000,00
Uitvoeringskosten kredietcrisis    
3.000.000,00
Doorbelasting bijzondere bijstand
2.300.000,00
 
2.300.000,00
Kinderopvang
4.190.000,00
516.797,00
1.300.000,00
Stagevergoeding DAAD
13.200.000,00
   
       
Uitgaven totaal
267.041.000,00
122.293.629,54
207.119.180,00
       
Inkomsten Werkdeel WWB
198.520.000,00
150.040.048,00
198.520.639,00
Overige inkomsten
7.500.000,00
2.106.976,00
3.700.000,00
Inkomsten totaal
206.020.000,00
152.147.024,00
202.220.639,00
 
Reserve Werkdeel WWB begin jaar
144.760.400,00
 
144.760.400,00
Reserve Werkdeel WWB eind jaar
83.739.400,00
 
139.861.859,00
Tabel 28. Financiën
 
 
 

Toelichting
 
Algemeen
In 2009 wordt bij de verantwoording van het participatiebudget overgegaan van een kasstelsel naar een baten-lastenstelsel. In dit stelsel worden de aangegane verplichtingen opgenomen. Dat betekent dat ook de niet gefactureerde maar wel geleverde prestaties in de jaarrekening worden opgenomen. Dit verklaart de hoge prognose voor het einde van het jaar.
 
ID-werknemers
In de in mei 2008 opgestelde begroting is uitgegaan van een groter aantal ID-werknemers bij de start van 2009. Het aantal werknemers is in 2008 sneller gedaald dan begroot. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van 2.800 ID-werknemers terwijl nu wordt uitgegaan van een gemiddelde 1.800 werknemers. Dat betekent dat er in 2009 fors minder uitgaven worden geprognosticeerd dan begroot zijn.
De uitgaven op dit moment komen hoger uit dan de begrote uitgaven. De reden is dat de uitgaven aan het begin van het jaar worden beschikt. De verwachting is dat er door tussentijdse uitstroom van werknemers een bedrag terugbetaald zal worden.
 
WIW-werknemers
Het aantal Wiw-werknemers is in 2008 ook sneller gedaald dan was begroot. Dat heeft vooral te maken met een groter natuurlijk verloop. Het gevolg is dat de uitgaven naar verwachting beneden begroting uitkomen.
 
Taalleertoetsen
De taalleertoetsen waren niet apart begroot. Met de invoering van het Participatiebudget zijn deze uit dit budget bekostigd.
  
Inburgering
Met de dienst JOS zijn afspraken gemaakt om zoveel mogelijk voor inburgering gemaakte kosten ten laste van het participatiebudget te brengen. Dit verklaart deels de hoge prognose voor het einde van het jaar.
 
Basisre-integratie
De prognose komt naar verwachting redelijk overeen met de begroting. In vergelijking tot een aantal jaren geleden zijn de uitgaven fors gedaald. Dat wordt verklaard doordat veel klantmanagers in het team Werk zelf met de klanten aan de slag gaan. Ook via DaadWerkt worden klanten bemiddeld die voorheen een traject basisre-integratie volgden.
 
Re-integratieplus
Dit zijn trajecten waarbij loonkostensubsidie wordt verstrekt, vaak in combinatie met scholing van de werknemer. De trajecten zijn ingekocht voor klanten die na het opdoen van werkervaring zelf hun weg op de arbeidsmarkt kunnen vinden. De uitgaven blijven achter op het in de begroting opgenomen bedrag. In de eerste helft van 2009 zijn er minder klanten aangemeld dan begroot. In de prognose zijn ook trajecten opgenomen die bij Roteb worden afgenomen.
 
Gemeenschapstaken
De begroting en de prognose komen naar verwachting overeen.
In de begroting worden onder gemeenschapstaken alle activeringstrajecten verantwoord. Dit zijn trajecten voor klanten die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Door de trajecten worden de klanten wel geactiveerd. Ook het experiment subsidiebanen valt hieronder. Met dit instrument blijken deze klanten, die ouder zijn dan 45 jaar en al lang in de uitkering zitten, toch met de inzet van de loonkostensubsidie aan het werk te komen.
 
Faciliteiten
De faciliteiten bestaan voornamelijk uit ondersteunende instrumenten (zie paragraaf 9). De faciliteiten zijn voor een te hoog bedrag begroot. Ook heeft de invoering van de zogenaamde eigen trajecten (met op de klant gericht maatwerk) langer geduurd dan was gepland.
 
Deelgemeenten
Dit betreft de trajecten OK-klassiek. De beschikkingen die SoZaWe aan de deelgemeenten heeft gestuurd voor heel 2009 zijn in het eerste kwartaal 2009 verzonden. Daarom zijn alle kosten in het eerste kwartaal verantwoord.
SoZaWe ontving hiervoor middelen vanuit het Sociaal Programma, die werden doorgezet naar de deelgemeenten om trajecten in de kopen bij de OK-banken. Door een goede registratie bij de Stichting Onbenutte Kwaliteiten en de aard van de activiteiten worden deze kosten nu ten laste van het participatiebudget gebracht. Dit betekent dat de gemeente minder kosten hoeft te maken..
 
DAAD
De prognose die is opgesteld voor DAAD komt ver boven het begrote bedrag uit. DAAD zal in 2009 meer mensen aan een baan helpen dan was begroot. Dat brengt meer kosten met zich mee.
 
Scholing
De realisatie op scholing blijft achter bij de begroting. Verklaringen voor het achterblijven zijn dat er ook scholing wordt bekostigd door DAAD (verwerkt in arrangementen voor werkgevers), via Roteb en in de leerwerktrajecten.  De scholing bij Roteb wordt verzorgd door de bedrijfsschool van Roteb. De kosten daarvan zijn opgenomen in de trajecten van Roteb.
Ook staan de uitgaven tot en met het derde kwartaal niet in verhouding tot de daadwerkelijke gestarte scholingstrajecten. Dat betekent dat vooral op deze post het effect van de omschakeling naar het baten-lastenstelsel omvangrijk zal zijn.
 
Jongeren
In de begroting is het grootste bedrag gereserveerd voor stagevergoedingen. In het eerste kwartaal is gerapporteerd dat de stagevergoeding waarschijnlijk zal achterblijven. Door de komst van de Wet Investeren in Jongeren (WIJ) is besloten om de stagevergoeding per september 2009 af te schaffen. Ongeveer de helft van de jongeren die een inkomensvoorziening nodig heeft, kreeg een stagevergoeding. Deze worden geleidelijk afgebouwd.
 

Preventieve maatregelen
Dit zijn de contracten die voor het schooljaar 2009-2010 met ROC Zadkine en ROC Albeda worden gesloten om vroegtijdig schooluitval te voorkomen.
 
Eigen personeel en doorbelastingen
Deze kosten worden aan het eind van het jaar doorbelast. In de begroting is rekening gehouden met de maatregelen van het College om de kredietcrisis aan te pakken. De doorbelasting van eigen personeel komt tot uitdrukking in de volgende onderdelen:
·   Inkomen; het gaat om de begrotingspost waaruit de klantmanagers op de Werkpleinen binnen het domein Werk worden bekostigd. Ook wordt nagegaan of klantmanagers van andere afdelingen, zoals Stedelijke Zorg, ten laste van het participatiebudget gebracht kunnen worden;
·   Werkmeesters Roteb. Dit zijn de werkbegeleiders binnen de BST. Doordat deze kosten ten l aste van het Participatiebudget worden gebracht, bespaart Roteb € 3 miljoen op zijn begroting.
·   Werk; het betreft de kosten van klantmanagers die de klanten begeleiden. Dit vindt vooral plaats wanneer de klant een baan heeft waarvoor loonkostensubsidie wor dt betaald. Ook de begeleiding van de Wiw-werknemers die wordt verzorgd door DenBW en de kosten die DAAD maakt om klanten te begeleiden naar een baan
·   Schuldhulpverlening; het betreft zowel de kosten van de verwijzing van de klantmanager naar schuldsanering als de kosten die de kredietbank maakt om de schuldsanering te regelen.
 
Doorbelasting bijzondere bijstand
Dit is door klantmanagers verstrekte bijzondere bijstand die ten laste van het Participatiebudget kan worden gebracht. Dat heeft bijvoorbeeld betrekking op individueel verstrekte scholing of reiskosten om een traject te kunnen volgen.
 
Kinderopvang
Deze kosten bestaan uit de bijdrage die klanten van SoZaWe en andere burgers van Rotterdam met een zeer laag inkomen van de gemeente vergoed krijgen voor hun kinderopvang. Verder wordt hier de ingekochte kinderopvang voor re-integrerende klanten verantwoord. Vooral de ingekochte kinderopvang komt in 2009 lager uit dan begroot.
 
Stagevergoeding DAAD
De betaalde stagevergoeding is samen met de aan jongeren betaalde stagevergoeding op één post geboekt. Dat is de reden dat er nu geen bedrag is opgenomen bij de realisatie.

 

11 BEGRIPPEN EN TABELLEN


 


Hieronder volgt een uitleg van de gebruikte begrippen en een verklaring van de opgenomen tabellen.
 
Definities:
2.1 Uitstroom naar werk: De klant is door arbeid in loondienst of het werk in eigen bedrijf niet langer aangewezen op een uitkering op grond van de WWB.
 
2.2 Collegeprioriteit participatieplaats: De klant die een activeringstraject volgt, werkt met behoud van uitkering. Dit kan zijn via een participatieplaats maar ook de gemeenschapstaak en de lifecoach-trajecten worden hiertoe gerekend. Dat komt doordat de klant in deze twee trajecten verplicht een werkstage volgt. Bij deze tabel wordt het moment waarop gestart wordt met het traject gemeten.
 
2.3 Collegeprioriteit sociale activering: De klanten zonder arbeidsverplichting die vrijwilligerswerk verrichten.
 
3.1 Ontwikkeling bijstandsvolume: Het bijstandsvolume bestaat uit de klanten onder 65 jaar die een uitkering ontvangen. Ook de klanten met een geblokkeerde uitkering worden hierbij meegeteld. Van die klanten moet nog worden beoordeeld of de uitkering definitief wordt beëindigd.
 
3.3 Stagevergoeding: Een vergoeding die aan klanten, jongeren en deelnemers aan DaadWerkt, wordt verstrekt. De hoogte van de vergoeding bedraagt minimaal het bijstandsniveau. De vergoeding wordt betaald ten laste van het Werkdeel WWB waardoor de druk op het inkomensdeel afneemt.
 
4.1 Basisre-integratie: In 2009 zijn de aanmeldingen niet gelijk aan de som van de uitval voor de start met een traject en start traject. Dat komt doordat klanten zijn aangemeld en mogelijk al een intake hebben gehad maar waarmee nog geen vervolg is afgesproken. Doordat er als het ware “een wachtrij” bestaat, klopt de telling in het lopende jaar niet.
Het aantal gestarte trajecten moet altijd gelijk zijn aan de som van de uitval na de start, de plaatsing en de nog lopende trajecten.
De trajecten worden ingedeeld op het jaar van aanmelding.
 
4.1 Plaatsing basis re-integratie: De klant gaat werken voor een dusdanig aantal uren dat nog maximaal 40% van de uitkering wordt verstrekt. Onder werken wordt verstaan:
·   Arbeid waaraan een arbeidsovereenkomst ten grondslag ligt
·   Werk op uitzendbasis
·  Werk op detacheringsbasis
·  Zelfstandig ondernemerschap
De duur van de plaatsing is hierbij niet relevant.
 
4.2 Arrangement DAAD: Dit betekent dat de werkgever waar de klant gaat werken loonkostensubsidie en/of een bijdrage in de scholing van de klant ontvangt. De hoogte van de loonkostensubsidie is afhankelijk van de productiviteit van de klant.
 
4.2 Leerwerktrajecten: In 2008 zijn de aanmeldingen niet gelijk aan de som van de uitval voor de start met een traject en start traject. Dat komt doordat klanten zijn aangemeld en mogelijk al een intake hebben gehad maar waarmee nog geen vervolg is afgesproken. Doordat er als het ware “een wachtrij” bestaat, klopt de telling in het lopende jaar niet.
Het aantal gestarte trajecten moet altijd gelijk zijn aan de som van de uitval na de start, de plaatsing en de nog lopende trajecten.
De trajecten worden ingedeeld op het jaar van aanmelding.
 
4.2 Plaatsing leerwerktrajecten: Aansluitend op de periode waarin loonkostensubsidie voor de klant is betaald,
gaat de klant werken. Voor alle leerwerktrajecten geldt dat er geen uitkering meer wordt verstrekt. De uitzondering op die regel vormt het met Work2 afgesloten contract. Daar geldt dat aan de klant ten hoogste 50% van de uitkering wordt verstrekt omdat binnen dit contract niet verplicht loonkostensubsidie wordt verstrekt. Onder werken wordt hetzelfde verstaan als genoemd bij 4.1.
  
4.3 Activerende zorg en lifecoach: In 2008 zijn de aanmeldingen niet gelijk aan de som van de uitval voor de start met een traject en start traject. Dat komt doordat klanten zijn aangemeld en mogelijk al een intake hebben gehad maar waarmee nog geen vervolg is afgesproken. Doordat er als het ware “een wachtrij” bestaat, klopt de telling in het lopende jaar niet.
Het aantal gestarte trajecten moet altijd gelijk zijn aan de som van de uitval na de start, de plaatsing en de nog lopende trajecten.
De trajecten worden ingedeeld op het jaar van aanmelding.
 
 
 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Klik op de link om het document te downloaden.

10gr68a Kartaalrapportage werk en re-integratie : derde kwartaal 2009

Uitgelicht


Zoeken