Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Rechtspositieregelingen / HFDST.22b - Beleidsregels Wachtgeld- en uitkeringsverordening 1996

HFDST.22b - Beleidsregels Wachtgeld- en uitkeringsverordening 1996


BELEIDSREGELS BIJ DE WACHTGELD- EN UITKERINGSVERORDENING 1996
 
 
1.   Artikelen 2:3, eerste lid, en 3.3, eerste lid
a.   Tijd die niet meetelt voor de WPA omdat ten aanzien daarvan artikel N3 van de pensioenwet toepassing heeft gevonden, wordt beschouwd als tijd waaraan het ambtenaarschap in de zin van de WPA is verbonden.
b.   Diensttijd die op verzoek voor de pensioenwet geldig zou kunnen worden verklaard, maar waarbij dat verzoek niet is gedaan, telt mee als diensttijd.
 
2.  Artikelen 2:5, tweede lid, en 3:5, tweede lid
Ten aanzien van andere wisselende inkomsten dan de vergoeding voor onregelmatige dienst wordt op dezelfde wijze gehandeld als ten aanzien van de vergoeding voor onregelmatige dienst.
 
3.   Artikel 2:5, derde lid, en 3:5, derde lid
Bij een vermeerdering of vermindering na het ontslag van het aantal of de hoogte van aan de betrekking verbonden toelagen wordt gehandeld overeenkomstig artikel 2:5, derde lid, respectievelijk artikel 3:5, derde lid.
 
 
(Circulaires van burgemeester en wethouders van 11 januari 1996, P&O nr. 96/1, punt 8, en 10 januari 1997, P&O nr. 97/1, punt 2).
 
 
Als, in geval een uitkeringsgerechtigde arbeid aanvaardt en vervolgens ziek of werkloos wordt, de ZW- of WW-uitkering lager is dan de uitkering op grond van de WUV, bestaat recht op een uitkering op grond van de WUV ter grootte van het het verschil. Met andere woorden, de WW-uitkering zal worden aangevuld tot aan het niveau van de uitkering op grond van de WUV, voor de periode dat beide uitkeringen samenlopen.
 
 
 
(Circulaire van burgemeester en wethouders van 8 april 1997, P&O nr. 97/4).
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Klik op de link om het document te downloaden.

HFDST.22b - Beleidsregels Wachtgeld- en uitkeringsverordening 1996

Uitgelicht


Zoeken