Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Rechtspositieregelingen / HFDST.19a - Besluit eed en belofte gemeente Rotterdam

HFDST.19a - Besluit eed en belofte gemeente Rotterdam

Gemeenteblad 2003 Nr 175



BESLUIT EED EN BELOFTE GEMEENTE ROTTERDAM



Burgemeester en wethouders van Rotterdam,


Gelezen het voorstel van de wethouder van Middelen en Sport van 26 november 2003, P&O nr. 03/1872;


Gelet op artikel 99a van het Ambtenarenreglement;


Besluiten:


vast te stellen het hierna volgende BESLUIT betreffende de eed en belofte van de gemeente Rotterdam.


Artikel 1.

In deze regeling wordt verstaan onder eed of belofte: de eed of de belofte, bedoeld in artikel 99a van het Ambtenarenreglement.


Artikel 2.

De eed of belofte wordt afgelegd door degene die wordt aangesteld als ambtenaar in de zin van het Ambtenarenreglement.


Artikel 3.

De ambtenaar bepaalt of hij de eed dan wel de belofte aflegt.


Artikel 4.

Tenzij bijzondere omstandigheden dat verhinderen, legt de ambtenaar de eed of belofte af binnen vier maanden na de datum van ingang van de aanstelling. De ambtenaar ontvangt daartoe een oproep.


Artikel 5.

De eed of de belofte wordt afgelegd ten overstaan van een vertegenwoordiger van het college dan wel een concerndirecteur.


Artikel 6.

Vervallen (Gemeenteblad 2008 nr. 81d.d. 25 juni 2008).


Artikel 7.

1. Alvorens de eed of de belofte wordt afgelegd, wordt de tekst van de eed of de belofte hardop voorgelezen.

2. De eed of de belofte wordt afgelegd overeenkomstig de Wet vorm van de eed.


Artikel 8.

De tekst van de eed luidt als volgt:


“ Ik zweer dat ik de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;


Ik zweer dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling;


Ik zweer dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb geschonken of van niemand iets heb aanvaard en dat ik dit ook niet zal gaan doen;


Ik zweer dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen;


Ik zweer dat ik mijn taken eerlijk, getrouw en nauwgezet zal vervullen en de belangen der Gemeente, zoveel in mijn vermogen is, zal behartigen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben;


Ik zweer dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden.


Zo waarlijk helpe mij God almachtig!".


Artikel 9.

De tekst van de belofte luidt als volgt:


“Ik beloof dat ik de Grondwet en alle overige wetten van ons land zal eerbiedigen;


Ik verklaar dat ik noch direct, noch indirect in welke vorm dan ook valse informatie heb verstrekt in verband met het verkrijgen van mijn aanstelling;


Ik verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb geschonken of van niemand iets heb aanvaard en dat ik dit ook niet zal gaan doen;


Ik verklaar dat ik tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand beloften heb gedaan en dat ik dit ook niet zal gaan doen;


Ik beloof dat ik mijn taken eerlijk, getrouw en nauwgezet zal vervullen en de belangen der Gemeente, zoveel in mijn vermogen is, zal behartigen en zaken die mij uit hoofde van mijn functie vertrouwelijk ter kennis komen of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet inzien, geheim zal houden voor anderen dan die personen aan wie ik ambtshalve tot mededeling verplicht ben;


Ik beloof dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden.


Dat verklaar en beloof ik!"

Artikel 10.

1. Ten bewijze van het afleggen van de eed of de belofte ontvangt de ambtenaar een oorkonde.

2. De oorkonde wordt ondertekend door de ambtenaar en degene ten overstaan van wie de eed of de beloft is afgelegd.

3. Een gewaarmerkte kopie van de oorkonde wordt bewaard in het personeelsdossier van de ambtenaar.


Artikel 11.

1. Dit besluit treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van 1 december 2003.

2. Dit besluit wordt aangehaald als Besluit eed en belofte gemeente Rotterdam.


Aldus vastgesteld in de vergadering van 2 december 2003.


De Secretaris, De Burgemeester,


N. van Eck I.W. Opstelten





Dit gemeenteblad is uitgegeven op 10 december 2003 en ligt op werkdagen van 9.00 tot 16.00 uur ter inzage bij het Bestuurlijk informatie- en documentatiecentrum van de Bestuursdienst van de gemeente Rotterdam, stadskantoor kamer 100, ingang Rodezand 18.


2

Hoofdstuk 19a – Besluit eed en belofte gemeente Rotterdam

 

Klik op de link om het document te downloaden.

HFDST.19a - Besluit eed en belofte gemeente Rotterdam

Uitgelicht


Zoeken