REGELING BIJ BENOEMING OF VERKIEZING IN FUNCTIES IN PUBLIEKRECHTELIJKE COLLEGES.
Onderscheid dient te worden gemaakt tussen een full-time en een part-time functie in een publiekrechtelijk college.
1. Voltijd politieke functie.
Op grond van artikel 125c, eerste lid, van de Ambtenarenwet wordt een ambtenaar die een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is benoemd of verkozen, gezien de omvang van de daaruit voortvloeiende werkzaamheden, niet gelijktijdig kan vervullen met zijn ambt, in verband daarmede tijdelijk ontheven van de waarneming van zijn ambt, tenzij het dienstbelang zich tegen ontheffing verzet. De gemeente kan regels stellen over het doorbetalen van de bezoldiging tijdens het verlof. Dergelijke regels zijn er niet (meer). Dit leidt tot de conclusie, dat er geen recht bestaat op (gehele of gedeeltelijke) doorbetaling van de bezoldiging.
Voltijd politieke functies zijn:
Lid van het Europese Parlement;
Lid van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal;
Gedeputeerde van een provincie;
Wethouder van een gemeente met > 18.000 inwoners;
Voorzitter van een deelgemeente;
Dagelijks bestuurder van een deelgemeente met > 18.000 inwoners.
Als de ambtenaar na het eindigen van de tijdelijke ontheffing naar ons oordeel niet in zijn functie kan worden hersteld, kan hem ontslag worden verleend (artikel 94 van het Ambtenarenreglement). Of na dit ontslag recht bestaat op een WW-uitkering is ter beoordeling van het UWV. Er bestaat in ieder geval geen recht op een bovenwettelijke werkloosheidsuitkering (art. 2, eerste lid, onderdeel b, van de Verordening bovenwettelijke werkloosheidsuitkering). Wel kan de betrokkene mogelijk in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers ten laste van het publiekrechtelijke lichaam waarin hij was gekozen of benoemd.
Gedurende de tijd dat de ambtenaar ontheven is van zijn ambtelijke functie, dient hij op grond van ABP-regelgeving toch IP-premie en FPU-premie te betalen.
2. Deeltijd politieke functie
Op grond van artikel 125c, tweede lid, van de Ambtenarenwet wordt aan een ambtenaar die in een publiekrechtelijk college is benoemd of verkozen, maar niet op grond van het eerste lid van artikel 125c van de waarneming van zijn ambt is ontheven, buitengewoon verlof verleend voor het bijwonen van de vergaderingen van het publiekrechtelijke college waarin hij is gekozen of benoemd en voor het verrichten van de daaruit voortvloeiende werkzaamheden ten behoeve van dit college, tenzij het dienstbelang zich hiertegen verzet.
Er is geen wettelijke maximumduur voor het verlof vastgesteld. Wel kan de hierna genoemde taakduur een indicatie geven over de met de politieke functie gemoeide tijd. Het is echter mogelijk, dat de ambtenaar de politieke functie gedeeltelijk buiten de werktijden van de ambtelijke functie vervult, zodat minder verlof dan de taakduur gevraagd wordt. Omgekeerd kunnen bijzondere situaties bij het publiekrechtelijke lichaam of de wijze waarop de ambtenaar zijn politieke functie wenst in te vullen, meebrengen dat meer verlof wordt gewenst. Uiteraard is het het meest praktisch en werkbaar, dat vooraf vaste afspraken gemaakt worden over de omvang en de tijdstippen van het verlof dat de ambtenaar voor het vervullen van zijn functie wordt verleend; dit geeft beide partijen zekerheid. Bij het besluit over de verlofverlening – hetzij in de vorm van vaste afspraken, hetzij op adhoc-basis – zal steeds toetsing aan het dienstbelang moeten plaatsvinden.
Het verlof is onbezoldigd of slechts gedeeltelijk bezoldigd. Er moet namelijk onderscheid gemaakt worden tussen twee situaties:
Het uurloon in de politieke functie is gelijk aan of hoger dan dat in de ambtelijke functie. In dat geval wordt over de verloftijd geen bezoldiging uitbetaald.
Het uurloon in de politieke functie is lager dan dat in de ambtelijke functie. In dat geval wordt het inkomen in de politieke functie over de tijd van het verlof gekort op het inkomen in de ambtelijke functie.
Anders gezegd: de laagste van beide uurlonen wordt over de verloftijd gekort.
Wethouders
Om tot de uurlonen voor een deeltijd-wethouder te komen, is de tijdbestedingsnorm (deeltijdfactor) relevant. In deze norm, die gebaseerd is op de Gemeentewet, is vastgelegd welk percentage van een voltijd dienstverband geacht wordt besteed te worden aan het wethouderschap van een gemeente tot en met 18.000 inwoners. Deze norm is als volgt:
| Inwonertal | Tijdbestedingsnorm in % |
| t/m 2.000 | 45 |
| 2.001-4.000 | 55 |
| 4.001-8.000 | 65 |
| 8.001-18.000 | 75 |
| > 18.000 | 100 |
Raadsleden
Voor wat betreft gemeenteraadsleden wordt uitgegaan van een bepaalde taakduur per week. Hieronder een overzicht:
| Inwonertal | Taakduur |
| t/m 30.000 | 7 uur |
| 30.001-100.000 | 12 uur |
| 100.001 en meer | 24 uur |
Lid Provinciale Staten
Een lid van Provinciale Staten wordt geacht 11 uur per week aan de hieraan verbonden werkzaamheden te besteden.
De bovengenoemde normen zijn gebaseerd op de beschikking van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 april 1994, nr. AD94/U481 (Taakduren lidmaatschap publiekrechtelijke colleges), gewijzigd bij besluit van 8 mei 2002, nr. AD 2002/U71285 (Stcrt. 2002, 98)
Voorbeelden
Voorbeeld I
- Betrokkene is wethouder van een gemeente met 12.000 inwoners.
- Hij ontvangt daarvoor een vaste vergoeding van € 3.250 per maand.
- Hij heeft in een maand 80 uur verlof.
- Zijn uurloon als ambtenaar bedraagt € 20.
Het uurloon uit de politieke functie bedraagt 3.250 / 117 = € 27,78. Dit is hoger dan het uurloon in de ambtelijke functie. Het verlof is dus onbezoldigd. Er wordt 80 * 20 = € 1.600 op bezoldiging van die maand gekort.
Voorbeeld II
- Betrokkene is wethouder van een gemeente met 12.000 inwoners.
- Hij ontvangt daarvoor een vaste vergoeding van € 3.250 per maand.
- Hij heeft in een maand 80 uur verlof.
- Zijn uurloon als ambtenaar bedraagt € 30.
Het uurloon uit de politieke functie bedraagt 3.250 / 117 = € 27,78. Dit is lager dan het uurloon in de ambtelijke functie. Het verlof is dus gedeeltelijk bezoldigd. Er wordt 80 * 27,78 =
€ 2.222,40 op de bezoldiging van die maand gekort.
Onkostenvergoeding; wijze van verrekening; werkgeverspremies
Een onkostenvergoeding in de politieke functie blijft bij de korting buiten beschouwing.
De verrekening vindt plaats in brutobedragen.
De gemeente blijft werkgeverspremies verschuldigd over het gekorte bedrag.
3. Verrekening met publiekrechtelijk lichaam
Als vaste afspraken worden gemaakt over de wijze waarop het verlof wordt genoten, is het mogelijk om met de ambtenaar en het publiekrechtelijke lichaam dat hem in zijn politieke functie honoreert, afspraken te maken op grond waarvan het publiekrechtelijke lichaam de beloning in de politieke functie (geheel of gedeeltelijk) overmaakt aan de gemeente.
4. Lid van deelgemeenteraad of dagelijks bestuur van deelgemeente
Het is een ambtenaar vanuit zijn ambtelijke rechtspositie in het algemeen niet verboden om lid van een deelg emeenteraad te zijn. Omgekeerd is het echter een lid van een deelgemeenteraad wel verboden om in dienst te zijn van de gemeente waartoe de deelgemeente behoort. Dit betekent, dat het lidmaatschap van een deelgemeenteraad binnen de gemeente Rotterdam niet te verenigen is met een dienstverband bij de gemeente Rotterdam. Omdat echter de arbeidsvoorwaarden van de gemeente Rotterdam een ruimere werkingssfeer hebben dan alleen de gemeente Rotterdam (denk aan de stichtingen en naamloze vennootschappen die de Rotterdamse rechtspositieregelingen volgen), zijn de deelgemeentelijke politieke functies hierboven toch vermeld.
P&O-circulaire 91/25 komt hierbij te vervallen. In voorkomende gevallen dienen de lopende afspraken in overeenstemming te worden gebracht met wat in deze circulaire is bepaald.
Klik op de link om het document te downloaden.
HFDST.15c - Regeling benoeming of verkiezing in publiekrechtelijke colleges