Direct naar hoofdmenu / zoekveld
Home / Rechtspositieregelingen / HFDST.13h - Studiefaciliteitenregeling 2009

HFDST.13h - Studiefaciliteitenregeling 2009


Gemeenteblad 2009 nr. 109
 
 
Studiefaciliteitenregeling 2009
 
 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,
 
Gelezen het voorstel van de wethouder van Haven, Financiën, Buitenruimte en Organisatie d.d. 8 september 2009, 343131;
 
gelet op de artikelen 18 en 19 van het Ambtenarenreglement;
 
Besluit vast te stellen:
 
Studiefaciliteitenregeling 2009
 
  
Artikel 1
Mede op grond van het bepaalde in de artikelen 18 en 19 van het Ambtenarenreglement kunnen aan de ambtenaar studiefaciliteiten in de vorm van een kostenvergoeding en verlof worden verleend voor het volgen van een studie, opleiding, cursus of training en voor het bijwonen van congressen, symposia en seminars.
 
Artikel 2
Studiefaciliteiten worden verleend voor een bepaalde termijn, die wordt afgeleid van de normaal te achten duur van de studie. Deze termijn kan één keer worden verlengd.
 
Artikel 3  
In deze regeling wordt verstaan onder:
a.   studiekosten: cursus- en lesgelden, inschrijfgelden, examengelden en de kosten van verplicht
 gestelde boeken en ander lesmateriaal.
b.   studietijd: de tijd die nodig is voor het volgen van de studie, opleiding, cursus of training en voor
  het bijwonen van een congres, symposium en seminar.
c.   werktijd: de periode tussen de vastgestelde tijdstippen gedurende welke door de ambtenaar
 arbeid moet worden verricht.
 
Artikel 4 
Een vergoeding van de kosten voor het volgen van een studie als bedoeld in de artikelen 7 en 8 kan pas worden verleend nadat de medewerker schriftelijk heeft verklaard dat hij instemt met de gehele of gedeeltelijke terugbetalingsverplichting van artikel 11 en 12.
 
Artikel 5
1.   Wanneer de medewerker in opdracht van de dienst een studie moet volgen om aan de voor de
  functie gestelde eisen te kunnen voldoen, worden de daarvoor noodzakelijk te maken kosten
  volledig vergoed. Onder studie in opdracht van de dienst wordt mede verstaan de studie die
  gevolgd moet worden door de medewerker die boventallig is verklaard of van wie het om andere
  redenen gewenst is dat deze zijn positie op de arbeidsmarkt verbetert.
2.   De studietijd wordt beschouwd als werktijd. Wanneer de studietijd buiten de werktijd van de
  medewerker valt, kan deze in tijd worden gecompenseerd.
3.   Voor het voorbereiden en afleggen van examens kan de medewerker per jaar maximaal 20 uur
 studieverlof worden verleend.
 

 
Artikel 6
1.   Wanneer de medewerker met toestemming van de dienst een congres, symposium of seminar
    bijwoont, worden de daarvoor noodzakelijk te maken kosten volledig vergoed.
2.   De tijd voor het bijwonen van een congres, symposium of seminar wordt beschouwd als werktijd.
  Wanneer de studietijd buiten de werktijd van de medewerker valt, kan deze in tijd worden
 gecompenseerd.
  
Artikel 7
1.   Wanneer de medewerker een studie volgt die in hoofdzaak in het belang is van de werkgever,
  kunnen de daarvoor noodzakelijk te maken kosten volledig worden vergoed.
2.   De studietijd wordt in principe niet beschouwd als werktijd. Wanneer de studie echter gevolgd
  moet worden op tijden waarop de medewerker had moeten werken, kan deze tijd geheel of
 gedeeltelijk worden aangemerkt als werktijd.
3.   Voor het voorbereiden en afleggen van examens kan de medewerker per jaar maximaal 20 uur
 studieverlof worden verleend.
 
Artikel 8 
1.   Wanneer de medewerker een studie volgt vanuit een gemeenschappelijk belang van de
  werkgever enerzijds en de medewerker en diens individuele ontwikkelbehoefte anderzijds
  kunnen - indien het opleidingsbudget dat toelaat - de daarvoor noodzakelijk te maken kosten
 voor de helft worden vergoed.
2.   De studietijd wordt niet beschouwd als werktijd; de medewerker heeft geen recht op compensatie
 of vergoeding van deze tijd.
3.   Voor het voorbereiden en afleggen van examens kan de medewerker per jaar maximaal 20 uur
 studieverlof worden verleend.
 
Artikel 9 
1.   Wanneer de studie als genoemd in artikel 5 t/m 8 gevolgd moet worden in een andere plaats dan
  de woon- of standplaats, worden de noodzakelijk te maken reiskosten vergoed voor zover de
  medewerker voor die reis niet reeds op grond van een andere regeling recht heeft op een
 kostenvergoeding.
2.   De vergoeding wordt berekend op basis van het tarief voor de laagste klasse van het openbaar
  vervoer of - bij gebruik van een eigen vervoermiddel - op basis van artikel 12, zesde lid van het
 Besluit Kostenvergoedingen.
 
Artikel 10
De verleende studiefaciliteiten kunnen - al dan niet tijdelijk - worden ingetrokken wanneer de studievoortgang onvoldoende is en er geen uitzicht bestaat op een spoedige verbetering van de resultaten.
 
Artikel 11 
De medewerker aan wie op grond van artikel 7 of 8 een studie kostenvergoeding van in totaal meer dan € 1.000,- exclusief BTW is toegekend, is verplicht deze vergoeding terug te betalen wanneer:
a.   de studiefaciliteit met toepassing van artikel 10 blijvend is ingetrokken en de medewerker de
  onvoldoende studievoortgang kan worden verweten;
b.   hij de studie waarvoor de vergoeding is verleend tussentijds beëindigt, tenzij voortzetting van de
  studie van hem in redelijkheid niet kan worden verlangd;
c.   hem op zijn verzoek of ten gevolge van aan hem te wijten redenen ontslag uit gemeentedienst
  wordt verleend voordat de studie volledig is afgerond;
d.   zijn dienstverband bij de gemeente wordt beëindigd binnen 36 maanden na de afsluiting van de
  studie, tenzij het dienstverband wordt beëindigd op grond van artikel 89, 90 of 90bis van het
 Ambtenarenreglement.
  
Artikel 12
1.   De terugbetalingsverplichting van artikel 11 onder a, b en c wordt beperkt tot het bedrag dat de
  medewerker heeft ontvangen in de periode van drie jaar voorafgaand aan de datum waarop de
 terugbetalingsverplichting is ontstaan.

2.   Het bedrag van de terugbetalingsverplichting van artikel 11 onder d wordt verlaagd met 1/36 deel
  voor elke maand dat het dienstverband van de medewerker na de afsluiting van zijn studie heeft
 voortgeduurd.
 
Artikel 13
Wanneer de studiekosten op grond van artikel 8 voor de helft worden vergoed, kan de bruto-bezoldiging, de vakantietoelage of de eindejaarsuitkering met toepassing van artikel 40h van het Ambtenarenreglement op verzoek van de medewerker worden verlaagd in ruil voor een onbelaste vergoeding van het deel van de studiekosten, dat anders voor zijn rekening zou zijn gebleven.
 
Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2009.
   
Aldus vastgesteld in de vergadering van 8 september 2009.
  
De secretaris,             De burgemeester,
 
 
 
A.H.P. van Gils            J. Kriens, l.b.
 
  
 
 
 
 
 
 
 

 

Klik op de link om het document te downloaden.

HFDST.13h - Studiefaciliteitenregeling 2009

Uitgelicht


Zoeken