P&O-CIRCULAIRE
| Aan de hoofden van dienst en t.k.n. |
Bezoekadres: Rodezand 18 Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl E-mail: wj.voorzaat@bsd.rotterdam.nl Fax: (010) 417 26 50 Telefoon: (010) 417 3765 *108392* |
Doelstelling : informatie gemeentelijk beleid en wijziging in regelgeving
Juridische grondslag : artikel 125 Ambtenarenwet
Relatie met andere circulaires : voor wat betreft uitbreiding arbeidsduur vervangt deze
circulaire P&O-circulaire 2002/24
Ingangsdatum : 1 april 2008 m.b.t. uitbreiding arbeidsduur en
hardheidsclausule loondoorbetaling bij ziekte; 1 juni 2008
m.b.t. bonus loondoorbetaling bij ziekte
Geldig tot : onbepaalde tijd
Hierbij delen wij u mede, dat wij in onze vergadering van 20 mei
2008 hebben besloten tot wijziging van het Ambtenarenreglement
(AR).
Inleiding
Op 23 januari jl. is het onderhandelaarsakkoord CAO gemeenten
2007-2009 gesloten.
Op 13 maart jl. is dit akkoord officieel bekrachtigd. De gemeenten
Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn (ook) gebonden aan
de gemaakte afspraken.
In de nieuwe CAO zijn onder andere afspraken gemaakt over
vereenvoudiging van de procedure voor het uitbreiden van de
arbeidsduur voor een voltijder (uitbreiding formele arbeidsduur
naar 40 uur per week; artikel 14a AR), verlaging van de
uitvoeringslast van de bonus bij doorbetaling van de bezoldiging
tijdens ziekte (artikel 52, negende lid, AR) en een
hardheidsclausule m.b.t. de doorbetaling van de bezoldiging voor
langdurig zieke medewerkers met een terminale ziekte.
1. Vereenvoudiging procedure m.b.t. uitbreiding
arbeidsduur
In de CAO gemeenten 2001-2002 zijn afspraken gemaakt over de
tijdelijke uitbreiding van de formele arbeidsduur van 36 uur naar
maximaal gemiddeld 40 uur per week. Die afspraken golden voor
bepaalde tijd (tot 1 februari 2002). Naar aanleiding van afspraken
in de CAO gemeenten 2002-2003 is deze mogelijkheid definitief in
het AR opgenomen. Hierover bent u in P&O-circulaire 2002/24
geïnformeerd. Voor de volledigheid: uitbreiding is alleen mogelijk
met instemming van de ambtenaar .
In artikel 14a, vierde lid, AR is geregeld dat de gemeentelijke
werkgever de ambtenaar met een voltijds aanstelling, wiens functie
is ingedeeld in SK 11 of hoger, kan verzoeken zijn arbeidsduur voor
de periode van maximaal één jaar uit te breiden naar maximaal 40
uur. Na afloop van deze periode kan een nieuwe overeenkomst worden
gesloten.
In de oude regeling was de werkgever verplicht om een plan op te
stellen dat ten grondslag ligt aan de uitvoering van de
uitbreidingsmogelijkheid naar 40 uur. Dit plan moest worden
besproken met de ondernemingsraad.
In de CAO gemeenten 2007-2009 is afgesproken dat deze
verantwoording vooraf, in de vorm van een plan dat wordt besproken
met de ondernemingsraad, wordt vervangen door een melding vooraf
aan de ondernemingsraad en een verantwoording achteraf. Gemeenten
dienen in hun sociaal jaarverslag te rapporteren over het gebruik
van artikel 14a, vierde lid, AR.
Daarnaast wordt gerapporteerd aan de ondernemingsraad en wordt deze
rapportage met de ondernemingsraad besproken.
Ten aanzien van de uitbreiding van de arbeidsduur geldt het volgende beleidskader:
- de maatregel kan worden toegepast ten aanzien van ambtenaren die in de praktijk, bijvoorbeeld vanwege de structurele hoeveelheid te verrichten werkzaamheden, niet in de gelegenheid blijken te zijn hun compensatie-uren (roostervrije tijd) te genieten, terwijl er geen reële mogelijkheden zijn om dit probleem op korte termijn op te heffen door formatie-uitbreiding,herschikken van taken of anderszins;
- de instemming van de ambtenaar en de motivering voor de maatregel worden schriftelijk vastgelegd.
Het gaat om een tijdelijke uitbreiding van gemiddeld 4 uur, die na afloop van de overeengekomen periode weer van rechtswege ophoudt (maar wel weer opnieuw overeengekomen kan worden). Deze systematiek brengt met zich dat salaris, toeslagen, premies, afdracht loonbelasting en vakantie-aanspraken evenredig worden aangepast gedurende de uitbreiding van de arbeidsduur.
De regeling betekent echter niet dat de aanstelling zelf verandert. Als de betrekkingsomvang na een jaar teruggaat naar 36 uur behoudt de ambtenaar daarom een volledige betrekking en wordt hij geen deeltijder. In dat geval is ook geen ontslag nodig gevolgd door een nieuwe aanstelling.
Gevolgen voor de bezoldiging en de inhoudingen.
Een tijdelijke uitbreiding van de formele arbeidsduur van 36 naar (maximaal) 40 uur per week moet gezien worden als het spiegelbeeld van een deeltijd-aanstelling. De medewerker met een formele arbeidsduur van 40 uur (meertijder) heeft een formele arbeidsduur die groter is dan 100% en groter dan 1,0 fte.
Bijvoorbeeld: de deeltijdfactor van een formele arbeidsduur van 40 uur wordt 40/36 = 1,11 fte.
Het salaris van een meertijder wordt berekend door het fulltime salaris te vermenigvuldigen met de deeltijdfactor (die dus groter is dan 1,0).
Bijvoorbeeld: schaalbedrag bij fulltime = € 3.000. Bij een uitbreiding van de arbeidsduur naar 40 uur wordt de berekening van het salaris als volgt: 1,1111 x € 3.000 = € 3.333.
Gevolgen voor de organisatie
Door een meertijder wordt het beslag op de formatie groter. Daardoor wordt de vacatureruimte kleiner. Diensten dienen uiteraard zelf te bewaken dat de toegestane formatie niet wordt overschreden.
Gevolgen voor het verlof
Artikel 43 AR bepaalt dat de omvang van het vakantieverlof voor een deeltijder naar rato wordt vastgesteld. Deze bepaling dient voor de meertijders omgekeerd te worden toegepast. Het vakantieverlof wordt daarom naar evenredigheid verhoogd.
De mogelijkheid om extra vakantie-uren te kopen (artikel 40f AR) geldt in principe ook in geval van urenuitbreiding. Een dergelijk verzoek ligt echter niet in de rede omdat beide handelingen (het gelijktijdig verkrijgen en inleveren van vrije tijd) een tegengesteld effect hebben. Wanneer de combinatie van urenuitbreiding en het kopen van verlof bedoeld is om extra pensioentijd op te bouwen dient dit verzoek te worden afgewezen wegens oneigenlijk gebruik van de regelingen.
Ook de mogelijkheid om vakantie-uren te verkopen (artikel 40e AR) blijft bij een urenuitbreiding in beginsel van kracht. Om overbelasting van individuele medewerkers door cumulatie van de twee elkaar versterkende regelingen te voorkomen dient hier echter terughoudend mee te worden omgegaan.
Uitsluitingen
Een combinatie van urenuitbreiding en:
- seniorenverlof (artikel 7 van de Vakantie- en Verlofregeling);
- de Aanwijzing betreffende arbeidstijdverkorting voor oudere werknemers (één uur per dag korter werken voor voltijds medewerkers van 60 jaar of ouder); of
- betaald ouderschapsverlof
is niet toegestaan. Bij deze verlofvormen wordt de bezoldiging immers (al dan niet gedeeltelijk) doorbetaald. Het gelijktijdig genieten van een dergelijk verlof en het extra werken tegen het volle salaris dient te worden aangemerkt als oneigenlijk gebruik van de regeling.
Relatie met compensatie-uren
Op grond van artikel 39a AR kan worden afgesproken dat een medewerker meer uren werkt dan waarvoor hij is aangesteld (tot ten hoogste 42 uur per week). Dit kan ook wanneer de formele arbeidsduur is uitgebreid naar 40 uur per week.
Wanneer de feitelijke arbeidsduur groter is dan de formele arbeidsduur bouwt de medewerkers recht op compensatieverlof op. Een medewerker wiens arbeidsduur is uitgebreid naar 40 uur per week, kan dus maximaal 2 compensatie-uren in een week opbouwen.
Wanneer de feitelijke en de formele arbeidsduur gelijk zijn (beide 40 uur per week) bestaat er geen recht op compensatie-uren. Tijdens eventuele verplichte collectieve roostervrije dagen dient de medewerker dan vakantiedagen op te nemen.
Sociale zekerheid.
Tijdens ziekte wordt het verhoogde salaris doorbetaald, doch
niet langer dan gedurende de afgesproken periode van de
urenuitbreiding.
Na afloop van de urenuitbreiding bestaat er in de regel geen recht
op een uitkering op basis van de Werkloosheidswet (er wordt immers
niet voldaan aan het vereiste van verlies van minimaal 5
arbeidsuren). Bij eventueel volledig ontslag zal de
ontslaguitkering berekend worden over het verhoogde salaris (mits
voldaan wordt aan de overige voorwaarden).
2. Wijzigingen m.b.t. doorbetaling bezoldiging tijdens
ziekte
a. Afschaffing bonus eerste ziektejaar
De medewerker die ziek is, heeft recht op doorbetaling van zijn
bezoldiging. Deze doorbetaling is vastgelegd in artikel 52 AR. De
zieke medewerker die voor 50% of meer van zijn formele arbeidsduur
zijn arbeid, passende arbeid, werkzaamheden in het kader van zijn
re-integratie verricht of scholing volgt in het kader van zijn
re-integratie, heeft recht op een extra bonus van 5% over zijn
bezoldiging (artikel 52, negende lid, AR).
Om de uitvoeringslast te verminderen, is in de CAO gemeenten
2007-2009 afgesproken de bonus alleen toe te kennen na afloop van
het eerste ziektejaar. Deze wijziging zou op 1 april 2008 in
werking hebben moeten treden, maar wij hebben besloten deze
wijziging niet met terugwerkende kracht, maar per 1 juni as. te
laten ingaan. Vanaf 1 juni 2008 kan de medewerker dus niet meer
vanaf de zevende ziektemaand, maar pas vanaf de dertiende
ziektemaand in aanmerking komen voor de extra bonus van 5%. Wij
hebben (echter) besloten dat ambtenaren die op 1 juni 2008 al zes
maanden of langer ziek zijn en al in het genot zijn van de extra
bonus van 5%, deze blijven behouden zolang ze aan de hierboven
genoemde criteria voor de bonus voldoen. Zodra daar geen sprake
meer van is, vallen zij onder de nieuwe regeling.
Voorbeeld 1
Een medewerker is ziek sinds 1 januari 2008. Vanaf 26 mei 2008
werkt hij 60% van zijn formele arbeidsduur in passend werk. Vanaf 1
juli 2008 wordt de doorbetaling van zijn bezoldiging (over de uren
die hij niet werkt) verminderd.
Deze medewerker valt direct onder de nieuwe regeling en ontvangt
geen extra bonus van 5%. Hij verricht weliswaar voor meer dan 50%
van zijn formele arbeidsduur passend werk, maar is op 1 juni 2008
nog geen zes maanden ziek. Als gevolg hiervan komt hij eventueel
pas vanaf de dertiende ziektemaand in aanmerking voor de extra
bonus van 5%.
Voorbeeld 2
Een medewerker is ziek sinds 15 november 2007. Hij gaat vanaf 1 mei
voor 50% van zijn formele arbeidsduur passend werk verrichten en
re-integreert steeds verder. Op 31 juli 2008 werkt hij voor 90%. Op
1 augustus 2008 valt hij echter volledig uit door ziekte.
Deze medewerker heeft vanaf 15 mei 2008, als de zevende ziektemaand
is aangebroken, recht op de extra bonus van 5%. Aangezien hij op 1
juni 2008 al zes maanden ziek is en op die datum ook in het genot
is van de extra bonus van 5%, behoudt hij de bonus zolang hij voor
tenminste 50% van zijn arbeidsduur passend werk blijft verrichten.
Op 1 augustus 2008, de datum waarop hij door ziekte uitvalt,
vervalt dus zijn aanspraak op de extra bonus. Vanaf 1 augustus 2008
valt deze medewerker onder de nieuwe regeling en komt hij eventueel
pas vanaf de dertiende ziektemaand in aanmerking voor de extra
bonus van 5%.
b. Hardheidsclausule doorbetaling bezoldiging tijdens
ziekte
Een ambtenaar die ziek is, wordt na zes maanden gekort op zijn
bezoldiging. In de CAO gemeenten 2007-2009 is een hardheidsclausule
afgesproken, op grond waarvan rekening dient te worden gehouden met
individuele gevallen van terminale ziekte. In die gevallen zal de
afweging (moeten) worden gemaakt of een korting op de bezoldiging
wenselijk is. Bij de afweging of de korting doorgang moet vinden,
dient de bedrijfsarts gevraagd te worden een oordeel te geven of de
gezondheidssituatie van de ambtenaar levensbedreigend is en of de
kans groot is dat deze op korte termijn zal overlijden. Hiervoor
kan contact opgenomen worden met de behandelend arts. De
hardheidsclausule is vanaf 1 april 2008 van kracht.
Het bepaalde in deze circulaire en het bijgevoegde gemeenteblad
werkt rechtstreeks voor ambtenaren die bij de takken van dienst, de
Griffie, de deelgemeenten, bestuurscommissies, dan wel bij het
bureau van de Rekenkamer Rotterdam of van de gemeentelijke
ombudsman werkzaam zijn. Wij verzoeken de raad, als het bevoegd
gezag van de directeur van de Rekenkamer Rotterdam en de
gemeentelijke ombudsman, met nadruk om voor deze personen te volgen
wat wij hebben besloten, voor zover ons besluit betrekking heeft op
regelingen die ook voor hen gelden.
P&O-circulaire 2002/24 wordt ingetrokken.
Wij verzoeken u aan deze circulaire op de gebruikelijke wijze
bekendheid te geven.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
| De Secretaris, |
De Burgemeester, |
Bijlage:
- Gemeenteblad 2008, nr. 62, m.b.t. wijziging Ambtenarenreglement