|
Aan hoofden van dienst en t.k.n. directeuren van de Bestuursdienst
|
P&O-CIRCULAIRE Bezoekadres: Stadhuis Coolsingel 40 Rotterdam Postadres: Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Website: www.rotterdam.nl Ons kenmerk: 2005/9 Betreft: wijziging hoorprocedure bij zware ontslagzaken Datum: 31 augustus 2005 |
Juridische grondslag: artikel 4:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht
Relatie met andere circulaires: n.v.t.
Ingangsdatum: 1 september 2005
Geldig tot: onbepaalde tijd
Bij dezen delen wij u mede dat wij in onze vergadering van 5 juli 2005 hebben besloten de
procedure met betrekking tot het horen bij aan ons voorbehouden ontslagbesluiten te wijzigen.
Inleiding
De Algemene wet bestuursrecht voorziet in het recht van de ambtenaar om vooraf zijn zienswijze naar voren te brengen indien een bestuursorgaan voornemens is een beschikking te geven ten aanzien van zijn individuele rechtspositie, waartegen hij naar verwachting bedenkingen zal hebben. Hiervan is sprake indien een hoofd van dienst ons voorstelt een ambtenaar ontslag te verlenen op een niet gemandateerde grond. In zo’n geval bestaat derhalve voor de gemeente een hoorplicht. Vanaf 1994 hebben de portefeuillehouders in ons college de betrokken ambtenaren gehoord. In onze vergadering van 29 maart 2005 hebben wij besloten dat het horen door de portefeuillehouders uit de ontslagprocedure geschrapt diende te worden, behoudens het horen van topfunctionarissen als bedoeld in het Mandaat- en volmachtbesluit P&O, waarvan de benoeming aan ons is voorbehouden.
Wijziging hoorprocedure
In onze vergadering van 5 juli 2005 hebben wij besloten de procedure met betrekking tot het horen bij aan ons voorbehouden ontslagbesluiten als volgt te wijzigen.
Per 1 september 2005 zal een groep van hoofden van dienst belast worden met het horen van ambtenaren. Deze groep zal jaarlijks wisselen in die zin dat één of twee hoofden van dienst uit de groep zullen worden vervangen door andere hoofden van dienst.
Bij elke te plannen hoorzitting zal in overleg worden bepaald welke twee hoofden van dienst uit de groep aan de hoorzitting zullen deelnemen. Indien één van de hoofden van dienst zelf een ontslagvoorstel heeft ingediend, zal hij geen deel uitmaken van de hoorcommissie.
De gemeentesecretaris is door ons aangewezen als degene die in onvoorziene gevallen beslist over de bemensing van de hoorcommissie. Daarbij kan hij een hoofd van dienst, die niet tot de groep behoort, belasten met het horen van een ambtenaar.
De hoofden van dienst worden tijdens de hoorzitting ondersteund door de behandelend ambtenaar van de directie Middelen en Control (DMC). Deze ambtenaar zal naast de advisering aan ons ook de verslaglegging van de hoorzitting blijven verzorgen. Voor wat betreft de organisatorische aspecten van de hoorzittingen (het plannen van hoorzittingen, het regelen van een locatie, etc.) zal het secretariaat van DMC, zoals voorheen, ondersteuning bieden.
Zoals hierboven reeds vermeld, zal de wijziging per 1 september 2005 in werking treden. Vanaf die datum tot 1 september 2006 zullen de volgende hoofden van dienst worden belast met het horen:
- De heer P.H. Laman van de Servicedienst Rotterdam;
- De heer J.D. Berghuijs van de Brandweer Rotterdam;
- De heer K. Voormeulen van de Roteb;
- De heer P. van Veen van Stadstoezicht;
- De heer M.J. Toet van SoZaWe.
Vóór 1 september 2006 zult u op de hoogte worden gebracht van de wisseling van één of twee hoofden van dienst.
Wij vertrouwen erop u hiermede voldoende te hebben geïnformeerd.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,