Wijziging Besluit kostenvergoedingen P&O-circ. 96/20
(invoering nieuwe regeling
vergoeding woon-werkverkeer)
25 oktober 1996
Zoals u bekend is, wil het gemeentebestuur in de hoedanigheid
van werkgever bijdragen aan de verlichting van verkeers- en
milieuproblematiek van de stad. Gestreefd wordt naar een
zodanige beïnvloeding van de vervoerskeuze van ambtenaren, dat
meer gebruikt wordt gemaakt van het openbaar vervoer en van de
fiets en minder van de auto. Dit doel kan worden bereikt door
de vergoeding afhankelijk te stellen van het vervoermiddel.
In verband hiermede hebben wij in onze vergadering van 15
oktober 1996 besloten het Besluit kostenvergoedingen te wijzi-
gen.
Met deze wijzigingen wordt de vergoeding afhankelijk gesteld
van het gebruikte vervoermiddel.
Deze regeling gaat in op 1 januari 1997 en werkt voor perso-
neel in melkert1-functies terug tot en met 1 maart 1996.
Over de hoofdlijnen van de nieuwe vergoedingsregeling bent u
reeds bij PenO-circulaire 96/17 geïnformeerd.
De vergoedingsregeling leidt tot enkele wijzigingen in het
Ambtenarenreglement en het Besluit kostenvergoedingen. Over de
- vooral technische - wijzigingen van het Ambtenarenreglement
zult u na de besluitvorming door de gemeenteraad separaat
worden geïnformeerd.
Voor een toelichting op de wijzigingen van het Besluit
kostenvergoedingen wordt u verwezen naar bijlage 1.
De in de artikelen vermelde bevoegdheden worden aan u
gemandateerd.
In verband met de administratieve uitwerking van deze regeling
is een handleiding "Uitvoeringsprocedure voor de Regeling
vergoeding woon-werkverkeer" geschreven. Over deze
administratieve uitwerking is recentelijk voorlichting gegeven
aan medewerkers van de PSA-kantoren.
In de maand oktober zullen alle ambtenaren met een schrijven
van directeur PenO worden benaderd. Hierin worden opgenomen
een eenvoudige toelichting op de nieuwe regeling en een
uitnodiging om op een keuzeformulier aan te geven welke
vergoeding wordt aangevraagd. De formulieren zullen worden
ingenomen en verwerkt door de PSA's.
Het gemeenteblad waarin de wijziging van het Besluit
kostenvergoedingen is opgenomen, treft u hierbij aan.
Hiermede komt PenO-circulaire 96/17 te vervallen.
Burgemeester en wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
Bijlage 1.
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING OP WIJZIGING VAN HET BESLUIT
KOSTENVERGOEDINGEN
Artikel 5a, eerste lid.
De ambtenaar die met het openbaar vervoer naar het werk reist
kan ongeacht de reisafstand in aanmerking komen voor vergoe-
ding ter hoogte van een 2-sterjaarabonnement onder aftrek van
een eigen bijdrage van de helft van het bedrag van een 1-ster-
jaarabonnement. Een voorwaarde is wel dat de ambtenaar een
openbaar vervoerabonnement ter waarde van ten minste een
2-sterjaarabonnement heeft aangeschaft. Een strippenkaart is
dus onvoldoende. Heeft de ambtenaar een goedkoper abonnement
aangeschaft dan krijgt hij de kosten van het goedkope abon-
nement onder aftrek van de eigen bijdrage vergoed.
De hoogte van tegemoetkoming is voor deeltijders en voltijders
hetzelfde. Daarmede worden ook deeltijders in staat gesteld
een abonnement aan te schaffen.
De tegemoetkoming blijft bij afwezigheid wegens vakantie,
ziekte of andere redenen gehandhaafd. Voorwaarde blijft wel
dat een abonnement moet zijn aangeschaft en overgelegd.
Artikel 5a, tweede lid.
De ambtenaar wiens functie is ingedeeld in salarisklasse 1
(veelal melkert1-functies), betaalt geen eigen bijdrage.
Artikel 5a, derde lid.
Dit is één van de twee overgangsbepalingen voor zittend per-
soneel. Op grond van deze overgangsregeling blijft de ambte-
naar in het genot van het bevroren bedrag dat hij - op basis
van de thans geldende regeling - in december 1996 ontvangt,
indien hij met het openbaar vervoer naar het werk reist.
Artikel 5a, vierde lid.
Voorwaarde voor toekenning is dat de ambtenaar het abonnement
met de stamkaart overgelegd moet hebben aan de salarisadmini-
stratie. De maand volgend op die waarin de stukken zijn over-
gelegd gaat de vergoeding in. De woorden "in de regel" maken
het mogelijk om hierop in bijzondere gevallen een uitzondering
te maken en met terugwerkende kracht een tegemoetkoming toe te
kennen, bijvoorbeeld in de situatie waarin de ambtenaar door
overmacht niet in staat is geweest het abonnement eerder over
te leggen.
Artikel 5a, vijfde en zesde lid.
In sommige situaties kan het aangeschafte abonnement bij het
openbaar vervoerbedrijf worden ingewisseld onder teruggaaf van
het betaalde bedrag. Om die reden is de verplichting opgenomen
dat de ambtenaar het abonnement op verzoek van de dienst moet
kunnen tonen op straffe van beëindiging van de tegemoetkoming.
Artikel 5a, zevende lid.
Dit is de uitzondering voor het RET-personeel. De RET heeft
een bedrijfsspecifieke regeling.
Artikel 5b, eerste lid.
De ambtenaar die met de fiets, snorfiets of brommer naar het
werk reist kan in aanmerking komen voor de gebruikelijke
fietsvergoeding bij dienstreizen (thans Fl. 48,- per maand).
Artikel 5b, tweede lid.
Bij deze tegemoetkoming geldt voor deeltijders wel een naar
rato vergoeding.
Wel blijft ook deze tegemoetkoming bij afwezigheid wegens
vakantie, ziekte of andere redenen gehandhaafd.
Artikel 5b, derde lid.
Het kan voorkomen dat bij het reizen zowel de fiets als het
openbaar vervoer wordt gebruikt. In dat geval heeft de ambte-
naar slechts aanspraak op een van de twee tegemoetkomingen. De
combinatie fiets en auto zal in de praktijk niet of nauwelijks
voorkomen.
Artikel 5b, vierde lid.
Het ter beschikking stellen van een fiets kan op verschillende
manieren. Een fiets kan in eigendom worden overgedragen of in
bruikleen worden gegeven. Dit heeft verschillende fiscale
consequenties. Het is in veel gevallen voor zowel de ambtenaar
als de tak van dienst (financieel) aantrekkelijk om een fiets
ter beschikking te stellen. Wij raden u dan ook aan deze
mogelijkheden te onderzoeken.
Artikel 5b, vijfde lid.
Om in aanmerking te kunnen komen voor deze vergoeding moet een
verklaring worden getekend.
De ingangsdatum: zie de toelichting bij artikel 5a, vierde
lid.
Artikel 5b, zesde lid.
Zie toelichting bij artikel 5a, zevende lid.
Artikel 5c.
Deze bepaling bevat de tweede overgangsregeling voor zittend
personeel. Om voor deze regeling in aanmerking te kunnen komen
moeten zowel de duur als de toename van de reistijd onaccepta-
bel zijn. Het zal van het concrete geval afhangen of zich een
dergelijke situatie voordoet. Alvorens een verzoek tot toepas-
sing van deze hardheidsclausule wordt afgewezen, dient het
hoofd van dienst het advies in te winnen van de genoemde
commissie. U doet dit door het verzoek, de op dit verzoek
betrekking hebbende stukken en de redenen van afwijzing te
zenden aan directeur PenO. Directeur PenO zal zorgdragen voor
een spoedige advisering door de commissie.
Artikel 5d.
Slechts in deze drie situaties blijft de huidige vergoeding
gehandhaafd.
Artikel 6.
Dit zijn technische aanpassingen.
Artikel 14.
Deze bepaling voorkomt samenloop tussen de fietsvergoeding
woon-werkverkeer en de fietsvergoeding bij dienstreizen.