Realisering
arbeidstijdverkorting
Met verwijzing naar de APO-circulaires 75/13, d.d. 25 maart jl.
en 75/15 d.d. 2 april jl., brengen wij het volgende onder uw
aandacht.
Van de mogelijkheid om te reageren op onze beslissing is in
zeer ruime mate gebruik gemaakt.
Gebleken is dat naar de mening van het overgrote gedeelte van
het personeel een arbeidstijdverkorting in de vorm van een
verlenging van de lunchpauze om uiteenlopende redenen niet op
prijs wordt gesteld.
Een aantal andere suggesties is aan ons voorgelegd, waarvan de
meest genoemde zijn:
- een eerdere afloop van de dagelijkse werktijd;
- een vroegere beëindiging van de dienst op de
vrijdagmiddag.
In mindere mate zijn ook genoemd:
- een variabele lunchpauze met gebruikmaking van de
tijdregistratie-apparatuur, voor degenen die onder het
stelsel van de variabele werktijden vallen;
- een latere aanvang van de dagelijkse werktijd.
Het vroeger beëindigen van de dienst op vrijdag is een
mogelijkheid die, blijkens een brief van de minister van
Binnenlandse Zaken, niet voor honorering vatbaar is.
Een variabele lunchpauze stuit op de moeilijkheid dat het
gehanteerde systeem hierop niet is ingesteld.
Blijven in feite, naast de mogelijkheid van een verlengde
lunchpauze over de mogelijkheden van een eerdere beëindiging,
c.q. een latere aanvang van de dagelijkse arbeidstijd.
Wij hebben besloten ook deze twee laatste mogelijkheden toe te
staan.
Hierbij zij het volgende aangetekend:
Uit de reacties is gebleken dat de lunchpauze vrijwel overal
strikt tot een half uur beperkt blijft, dan wel dat men
voornemens is zich hieraan strikt te gaan houden.
Wij gaan er van uit dat, nu wij op basis van de uitslag van het
onderzoek naar de wensen van het personeel bij de takken van
dienst bereid zijn ons oorspronkelijk voornemen niet ten
uitvoer te brengen, de lunchpauze ook inderdaad overal tot een
half uur beperkt zal blijven.
Overigens is nog het volgende van belang:
Onze eerder gedane mededeling dat de arbeidstijdverkorting niet
geldt voor degenen die, uit welke hoofde dan ook, reeds 40 uur
of minder per week werken, blijft van kracht.
Hierop bestaat maar één uitzondering, en die betreft de
personeelsleden van 60 jaar en ouder, waarvoor de mogelijkheid
de dagelijkse arbeidstijd met een half uur te bekorten, blijft
gehandhaafd.
Voorts hebben ons van verschillende zijden vragen bereikt
inzake de categorie telefonistes, ponstypistes e.d. voor wie
thans, door het hanteren van een langere lunchpauze, een
kortere arbeidstijd geldt dan voor het overige personeel. Deze
situatie is destijds ontstaan doordat de toenmalige dagelijkse
arbeidstijd zodanig lang was dat, gelet op het soort te
verrichten arbeid, een langere onderbreking gerechtvaardigd
werd geacht.
Nu door een aantal arbeidstijdverkortingen de 40-urige werkweek
integraal is gerealiseerd, achten wijn, na raadpleging van de
vakorganisaties en de takken van dienst, onvoldoende termen
aanwezig het tot nog toe bestaande verschil van 2 1/2 uur per
week te handhaven. Dit houdt in dat voor bedoelde categorie de
arbeidstijdverkorting niet van toepassing zal zijn, waardoor
dus feitelijk bestaande situatie van een 38 1/2-urige werkweek
blijft gehandhaafd.
Op welke wijze de arbeidstijd van betrokkenen, in relatie met
die van het overige personeel, dan het best kan worden
ingedeeld laten wij gaarne aan de takken van dienst over.
met deze beslissing komen het terzake bepaalde in circulaire
A.P.nr. 8 5/1920 d.d. 3.8.1920 en latere hierop betrekking
hebbende besluiten te vervallen.
Tenslotte verzoeken wij u ons zo spoedig mogelijk te berichten
op welke wijze bij uw tak van dienst de arbeidstijdverkorting
uiteindelijk is gerealiseerd.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,