Notulen van de buitengewone raadsvergadering van 12 november 2009 (begrotingsbehandeling)
Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 16.
Voorzitter: de heer ing. A. Aboutaleb.
Tegenwoordig zijn 45 leden, namelijk de heren L.C. Bruijn en L.P.M. de Kleijn, mevrouw J. de Jong, de heren C.G.J. Verbrugge en M. Talbi, mevrouw E.J. Hagenaars-Baldee, de heer drs. M.G.J. van Muijen, mevrouw P.M. Wijntuin, de heren F. el Haji, R. Moti en R.A. Motta, mevrouw F. Talbi, de heren Z. Baran, E.P. van Heemst, M. He ijmen, H.M. Sonneveld, drs. P.B. van Tijn en T.S.J. Co?kun, mevrouw J. Strörmann, mevrouw P.D.Th. van Houte, de heer R.E. Oosterhoff, mevrouw B. Gülmü?, de heren drs. R. Schuurman, drs. ing. R.A.C.J. Simons, drs. R.E. Schneider en R. Buijt, mevrouw J.J. Ve rwijs, mevrouw S. Belhaj, de heren H.C. van Schaik, drs. T. Harreman, drs. M.G.T. Pastors, A.S. Mosch en drs. A.N. Molenaar, mevrouw J.N. Baljeu, de heren A. Yildirim, drs. R. Sörensen, J.H.C. van der Waarde, A. Bonte, drs. V.H. Reijkersz en T. Kuzu msc, mevrouw drs. K.M.T. Duys, de heren D. Hoogland en M. Çelik, mevrouw A.G. Fähmel en de heer F. van der Hilst.
Namens het college van burgemeester en wethouders zijn tegenwoordig mevrouw J. Kriens, D.J. Schrijer, ir. H.J. Grashoff, drs. P.A.W. Lamers, H. Karakus en J.M. Vervat.
Griffier: de heer drs. J.G.A. Paans.
I. Opening en mededelingen.
De VOORZITTER . Goedemorgen geachte raadsleden, onze bezoekers, onze ambtenaren op de publieke tribune en de leden van de pers. Ik heet u allen van harte welkom. De vergadering staat in het teken van de begroting 2010. De heren Çelik en Van der Hilst zullen vanwege werkzaamheden elders afwezig zijn tot respectievelijk 17.00 uur en 22.00 uur en wethouder Vervat zal afwezig zijn tussen 14.00 en 16.00 uur. Ik hoop de vergadering tussen 23.00 en 24.00 uur te kunnen sluiten en doe een dringend beroep op de raad hierbij behulpzaam te zijn.
II. Vaststelling van de agenda voor de raadsvergadering van 12 november 2009.
De VOORZITTER . Punt 5 is van de agenda afgevoerd, omdat het daarbij behorende onderwerp nadere bespreking in de commissie FIBS behoeft. De totale spreektijd is vastgesteld op zeven uur, voor de ochtend- en middagzitting vijf uur en voor de avondzitting twee uur. Een overschot dan wel een tekort aan spreektijd zal worden verrekend met de avondzitting. Tijdens de termijn van het college zal dit keer per wethouder indicatief een spreektijd worden aangegeven op de monitor die ik voor mij heb. Ik roep de leden van het college op zich daaraan zo goed mogelijk te houden. Na de eerste termijn van de raad en die van het college zal de raad een bijgewerkt integraal overzicht van de ingediende moties en amendementen ontvangen. Het is niet uit te sluiten dat daarop nog allerlei aanvullingen zullen worden gedaan. Ik verzoek de fracties deze aanvullingen zo goed mogelijk zelf bij te houden.
De agenda voor de raadsvergadering van 12 november 2009 wordt vastgesteld.
IIIA. Bekrachtiging van de uitkomst van de stemopneming van 5 november 2009 ten aanzien van de moties die zijn ingediend in de raadscommissies tijdens de behandeling van de begroting 2010.
De VOORZITTER . De griffier heeft mij ervan verzekerd dat u een lijst hebt gekregen die is uitgesplitst. Ik sluit overigens niet uit dat sommige leden van de raad bij dit agendapunt wellicht hier en daar alsnog een stemverklaring willen afleggen. Ik verzoek de leden van de raad daartoe een vinger op te steken, zodat ik daarvoor ruimte kan maken.
Ik stel vast dat de moties 10, 18, 26, 27, 36, 38, 40, 48 en 49 zijn ingetrokken en, overeenkomstig de stemopneming in de commissies zijn aangenomen de moties 20, 22, 37A…
Mevrouw BALJEU (vvd). In de commissie hebben wij tegen deze motie gestemd, omdat wij geen aanvulling willen van de landelijke regelgeving. Dat willen wij bij wijze van stemverklaring nog even verduidelijken.
De VOORZITTER . Akkoord. Aangenomen is tevens motie 43A.
Ik stel vast dat overeenkomstig de stemopneming in de commissies zijn verworpen de moties 4, 5, 6, 8, 11, 19, 21, 25, 29…
Mevrouw BALJEU (vvd). Wij vinden het verlengen van het Jongerenjaar echt onzin en hebben dan ook voor motie 29 gestemd. Helaas is deze motie verworpen.
De VOORZITTER. Akkoord. Verworpen zijn tevens de moties 31 en 45.
De moties 1A, 7, 9, 13, 23A, 24, 28, 30, 32, 33, 39, 41, 42A, 44, 46, 47, 50 en 51 zullen overeenkomstig de uitkomst van de stemopneming tijdens de bespreking van de begroting in de commissies na het debat van vandaag ter besluitvorming worden voorgelegd. Dat geldt ook voor de moties 2A, 3A, 12A, 14A, 15, 16A, 17, 34 en 35A. Ik constateer dat de raad met deze werkwijze instemt.
IIIB. Debat over de begroting 2010, waarbij tevens ware te betrekken de voorstellen met betrekking tot de agendapunten 3D, 3E, 4 en 5.
De VOORZITTER. Ik geef graag het woord aan de heer Pastors.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Mijnheer de voorzitter. Af en toe heeft mijn fractie de indruk dat wij in Rotterdam in een omgekeerde wereld leven. Terwijl er een kredietcrisis in aantocht is, die consequenties voor de overheidsbegroting zal hebben, inclusief die van de gemeente, houdt het college ons een verhaal voor met de teneur ‘wij zijn eigenlijk heel blij, wij hebben alles omgedraaid en leeggeschud en wij kunnen met dat beleid van ons nog één jaar door’. Dat is natuurlijk zo: als men gaat schrapen en interen op zijn investeringspotten, geld gaat uitgeven voor zaken waarvoor het geld niet bedoeld is en een houding heeft van ‘na ons de zonvloed’, dan kan men het inderdaad nog best een jaar rekken. Een college dient echter verder te kijken dan de neus lang is en ook verder dan de verkiezingen. Het gaat niet alleen om het continueren van het beleid van het college, maar ook om het doorstaan van de moeilijke jaren 2011, 2012, 2013 en 2014. Daarover lezen wij in de begroting helemaal niets. On geveer de hele wereld heeft door hoe het in elkaar zit, maar het college van Rotterdam niet. Nog gekker is het, dat wij de afgelopen weken uit de krant hebben moeten vernemen dat de ene wethouder mensen, die niet willen werken terwijl er wel werk is, naar h et werk wil gaan brengen en de andere wethouder mensen lekker wil maken met goedkope woningen – € 160.000,- voor een rijtjeshuis, tuin voor en tuin achter – en de enige die daarvan echt profiteert de eerste koper is. Die zet de woning de dag na aankoop te koop – zelf zou ik mij ook kunnen inschrijven, ik wil er wel vijf hebben – waarna hij tenminste tweeëneenhalve ton rijker wordt. Ik vertel dit om de onzinnigheid te illustreren van wat er gebeurt: naar en van het werk gebracht en gehaald worden, dat zou ik zelf ook wel willen. Ongelooflijk dat wij met dit soort zaken bezig zijn, terwijl er zoveel belangrijker zaken zijn. Mensen aan het werk helpen is natuurlijk ook bedoeld om de samenleving ofwel de premiebetalers te ontlasten, maar dat is wat al te simpel voor een college van PvdA, CDA en GroenLinks, want – zo redeneren zij – ‘dan wordt het goedkoper voor de belastingbetaler en dat willen wij natuurlijk niet’. Dus verzinnen zij een manier om de mensen wel aan het werk te helpen, waarbij het toch duurder wordt, in dat geval kan de PvdA er namelijk achter staan. Ongelooflijk, wat een logica! Simpelweg de uitkering korten als er werk voorhanden is, is een beter idee dat volgens mij heel goed werkt. In dat geval zullen die mensen wel moeten. Veel mensen fietsen op eigen kosten naar het werk of doen dat met het openbaar vervoer of met de auto. Waarom moeten uitkeringstrekkers daarvoor dan gecompenseerd worden? Omdat ze dan een reden hebben om op de PvdA te stemmen? Ik vrees dat dat het enige antwoord is.
Als er moeilijke tijden aankomen moet het college echte investeringen op gang brengen in plaats van geld verbranden aan eenmalige zaken. Wij moeten mensen en bedrijven dan in hun portemonnee ontzien, omdat zij het moeilijker zullen krijgen. Zij gaan minder verdienen, bedrijven krijgen minder geld binnen. De economie stimuleren is het soort maatregelen dat men dan verwacht en áls de overheid geld nodig heeft, dient zij eerst naar zichzelf te kijken en in eigen vlees snijden. Voordat met de vinger wordt gewezen naar anderen en de hobby’s van PvdA, CDA en Groenlinks worden gefinancierd, dient de overheid zich af te vragen wat zij eventueel minder zou kunnen doen. In dat geval zou de overheid het goede voorbeeld moeten geven en zou men een heel eind kunnen komen. Pas in tweede instantie zouden Rotterdammers en Rotterdamse bedrijven moeten worden lastiggevallen. Zo zit het college echter niet in elkaar. Het denkt ‘wij gaan de tarieven maar eens even verhogen, dan hebben we dat alvast binnen’. Een normaal bedrijf zou da n failliet gaan en dat zou ook het lot van de overheid moeten zijn, maar in Rotterdam kan dit soort dingen allemaal. Ongelooflijk!
Het college gaat veel geld uit de IFR-kas halen. Wij hebben daarover een brief van het college ontvangen en het college gevraa gd hoeveel geld er ten onrechte uit het IFR is gehaald en er ten onrechte niet in is gestort. Het college heeft hierop geantwoord dat het in de afgelopen vier jaar om een bedrag van € 329 miljoen gaat. Daar zit nog niet de € 110 miljoen bij die deze keer op de verkeerde manier uit het IFR wordt gehaald om de lopende rekening te spekken. In totaal gaat het dus om € 440 miljoen. Het IFR staat nu op € 646 miljoen, maar dat had natuurlijk € 1 miljard moeten zijn. De omvang van het fonds is tijdens deze collegeperiode ongelooflijk afgenomen en wij zitten nog maar aan het begin van de kredietcrisis. Van de € 400 miljoen die ten onrechte niet in het IFR zit, zouden wij twee nieuwe Kuipen kunnen aanlegen. Dat geld hadden wij kunnen hebben als het college tussendoor een beetje zuiver had omgesprongen met de regels die wij met betrekking tot het IFR met elkaar hebben afgesproken. Wij zijn twee keer de Kuip kwijt en wat hebben wij ervoor teruggekregen? Dat is nergens te vinden.
De heer MOTI (pvda). Wij hebben weliswaar beloofd terughoudend te zijn met interrupties, maar dit gaat ons te ver. De heer Pastors doet alsof hij een soort aureool om zijn hoofd heeft, maar kan hij zich wellicht herinneren hoe het vorige college met de AVR-gelden is omgegaan? Zijn deze gelden toe n conform zijn spelregels netjes in het IFR gestopt of heeft hij daarmee wellicht ten onrechte de kosten van de verzelfstandiging – een politieke hobby van Leefbaar Rotterdam van € 100 miljoen – en nog een paar zaken gefinancierd?
De heer PASTORS (Leefb aar Rotterdam). Laten wij vaststellen dat de AVR-gelden zijn voortgekomen uit een politieke hobby van Leefbaar Rotterdam: juist vanwege de verzelfstandiging zijn die miljoenen destijds überhaupt binnengekomen. Dat wij vervolgens een deel van het geld in vergelijkbare acties steken, lijkt mij nodig. Ik moet nog zien dat u dat voor wat betreft het Warmtebedrijf gaat lukken.
De heer MOTI (pvda). Mijn vraag was of dit is gebeurd conform de spelregels die door u vandaag heilig worden verklaard. Hebt u zich zel f daaraan gehouden of niet? Ik kan u het antwoord geven: dat is niet zo, u hebt destijds zelf meer dan € 100 miljoen uit de AVR-middelen gehaald. Daarvan had ook een Kuip gefinancierd kunnen worden.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Laten wij wel wezen en het feit erkennen dat de verkoop van de AVR-aandelen € 850 miljoen heeft opgeleverd en dit een gevolg is van het beleid van het Leefbaar Rotterdam-college. Als het aan het PvdA-college vóór ons had gelegen, zouden de AVR-aandelen een paar jaar eerder voor een bedrag van € 300 miljoen zijn verkocht. Met de € 850 miljoen hebben wij heel goede dingen gedaan.
De heer MOTI (pvda). Dankzij de PvdA is de AVR indertijd opgekocht voor € 5 miljoen. Dankzij het gezond maken van de AVR heeft het uiteindelijk he t door u genoemde bedrag opgeleverd, laten wij dat niet vergeten.
De VOORZITTER . Ik stel u voor dat de heer Pastors zijn betoog vervolgt.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Tot zover mijn bijdrage over het potverteren van het college.
Het college heeft voorgesteld op de Stichting Meld Geweld te bezuinigen. Ergens onderweg is vanwege een lobby vanuit de gemeenteraad de mening van het college hierover gewijzigd. Wat is er gebeurd met de Stichting Meld Geweld, die al acht jaar bestaat en heel weinig geweld meldt, maar het in de tijd dat zij bestaat wel voor elkaar heeft gekregen 139 buitenlampjes op te hangen met 2,2 fte waarvan de ene fte € 80.000,- per jaar verdient op basis van een 32-urige werkweek? Op grond waarvan heeft het college besloten de subsidie voor deze stichting toch te continueren. Wij vonden het afschaffen van de subsidie nu juist zo’n goed idee. Het was goed bedoeld, maar wij vinden € 80.000,- salaris per jaar voor dit werk veel en veel te veel.
Bovendien werkt de Stichting Meld Geweld niet zoals ze zou moeten werken. Kijkt het college überhaupt wel goed naar dit soort dingen? Denkt u er wel eens over na wat men in de normale wereld moet doen om € 80.000,- bruto per jaar voor 32 uur werken per week te verdienen? Beseft u wel dat dit wel heel erg goed beloond is? Dit is overigens niet de enige stichting waarvan de werknemers zo goed beloond worden. Kijkt u daar wel eens naar?
Wij zullen alle bezuinigingsmoties van het college steunen, waaronder ook de moties over Context, de Riagg, Humanitas, de Stichting Mara, COS Zuid-Holland, Sensor en Welkom in Rotterdam. Wij steunen ook de keuzen die het college op een paar plekken heeft gemaakt, daarover gaan wij niet moeilijk doen. Wij kunnen daar tegen en vinden het jammer dat de coalitie op de door mij genoemde punten de andere kant op lijkt te gaan.
Uiteraard zijn wij voorstanders van bezuinigingen bij de deelgemeenten, maar toen wij het voorstel van het college hierover lazen, constateerden wij dat het college het trap-op/trap af-principe heeft verlaten. Wij zullen dan ook tegen het voorstel van het college hierover stemmen. De vraag is hoe wij dit tijdens deze vergadering duidelijk kunnen maken, omdat dit onderwerp geen afzonderlijk punt op de agenda is.
Omdat er naar onze mening te weinig wordt bezuinigd en het rijk veel ambtenaren aan het werk heeft gezet om 20% te kunnen bezuinigen, dienen wij een motie in waarin het college wordt verzocht een bezuinigingsplan te maken en te onderzoeken hoe wij zullen bezuinigen als wij daartoe genoodzaakt zijn, zodat het college er alvast een beetje aan kan wennen.
De VOORZITTER. De heer Pastors heeft de volgende motie ingediend:
Motie 56, Bezuinigingsplan
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat het rijk verwacht niet onder grote bezuinigingsmaatregelen uit te kunnen komen;
- dat het rijk daarom werkt aan een plan om 20% op haar uitgaven te bezuinigen;
overwegende:
- dat grote bezuinigingen van het rijk onontkoombaar zullen doorwerken in de financiën van de gemeente Rotterdam;
- dat Rotterdam goed voorbereid moet zijn op deze ontwikkelingen, zodat we weten wat ons te doen staat mocht het zo ver komen;
verzoekt het college:
een bezuinigingsplan uit te werken, waarbij de gemeentelijke uitgaven met 20% teruggedrongen worden;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.G.T. Pastors.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Alsof het nog niet gek genoeg is, is het college van plan weer meer geld uit te geven aan cultuur, terwijl er in deze periode al zoveel extra geld aan dit doel is uitgegeven en er maar zo weinig mensen van genieten. De culturele instellingen bestaan het dan óók nog de gemeente de stijging van kosten voor personeel en huur in de maag te splitsen, terwijl zij daarvoor zelf verantwoordelijk zijn geworden als gevolg van de verzelfstandiging. Hierover hebben wij een motie en amendement A ingediend. Een extra dotering aan het cultuurbudget valt dezer dagen niet uit te leggen.
Daarnaast dienen wij de motie ‘Eerbetoon aan Rotterdammers’ in. Het idee daarachter is al in het vorige college ontstaan, maar destijds niet uitgevoerd: in de Maas een bord plaatsen met een terminal ervoor waarin alle Rotterdammers van nu en vroeger hun eigen naam omhoog kunnen halen. Dat lijkt ons een heel goed idee om de verbondenheid van burgers met hun stad te versterken. Inmiddels is het idee ontstaan dit bord aan De Hef op te hangen. Op www.eerbetoonaanderotterdammers.nl kunt u dit alles nalezen. Het lijkt ons een heel mooie gelegenheid voor mensen uit binnen- en buitenland die connecties met Rotterdam hebben om zichzelf of hun familie te laten zien. Het is erg leuk als men zijn naam ergens op ziet staan. W ij moeten dit de Rotterdammers gunnen. Het eerdere initiatief daartoe is vastgelopen, maar wij stellen voor € 750.000,- voor dit initiatief uit te trekken.
De VOORZITTER . De heer Pastors heeft de volgende motie ingediend:
Motie 57, Eerbetoon aan de Rotterdammers
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat er een initiatief bestaat om namen van Rotterdammers weer te geven op De Hef, genaamd ‘Eerbetoon aan de Rotterdammers’;
- dat de initiatiefnemers hiervoor een vergunning en een geldelijke bijdrage van de gemeente nodig hebben;
overwegende:
dat het mogelijk moet zijn ervoor te zorgen dat de initiatiefnemers dit eerbetoon realiseren;
verzoekt het college:
- € 750.000,- toe te kennen aan het initiatief ‘Eerbetoon aan de Rotterdammers’;
- dit bedrag gelijkelijk te dekken uit de middelen voor a) Participatie, b) Cultuur en c) Rotterdam Marketing;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.G.T. Pastors.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Over het jeugdbeleid hebben wij een motie ingediend die door het college is omarmd, maar door de raad is verworpen. Met betrekking tot motie 30 willen wij de expliciete toezegging van de wethouder dat bij het onderzoek naar het functioneren van de brede scholen ook onze punten zullen worden betrokken, namelijk taalontwikkeling, ouderparticipatie en uitval/absentie.
Ook hebben wij de motie instandhouding brede school ingediend. Na lezing van de begroting hadden wij de indruk dat met het opzetten van brede scholen zou worden doorgegaan, maar daarna deelden de brede scholen zelf ons mede dat het college dusdanig veel op de brede scholen wil bezuinigen, dat daarmee niet kan worden doorgegaan. Inmiddels heeft mijn fractiegenoot Ronald Buijt zich hierin verdiept, wat bij ons tot de conclusie heeft geleid dat de brede scholen moeten blijven bestaan en zij ook kúnnen blijven bestaan. Daarnaast hebben wij geconcludeerd dat de bezuiniging waarmee het college deze scholen confronteert haalbaar zou moeten zijn en de besparing, waar ze niet haalbaar is, moet worden gevonden in het vermogen van de scholen. In de krant hebben wij onlangs kunnen lezen dat veel scholen in het algemeen slecht met hun geld omgaan. Het zou raar zijn als dat in Rotterdam niet het geval zou zijn. Wij zijn van mening dat de scholen zelf of gezamenlijk het geld zouden moeten kunnen vinden. Als dat niet lukt, hebben wij nog het welzijnswerk en de deelgemeenten, waar geld gevonden zou moeten kunnen worden. Als dat evenmin lukt, dan verwachten wij dat de wethouder – nadat hij deze weg heeft bewandeld – de raad zijn conclusies zal voorleggen. Daarnaast verwachten wij dat wij, voordat zo’n school zal worden gesloten, hierover met de wethouder zullen kunnen praten op basis van een voorstel waaruit blijkt dat de school niet gesloten behoeft te worden.
Ik wil het college nog wijzen op amendement B, waarin wij aangeven dat de extra bezuiniging die het college Blijdorp meent te moeten opleggen niet moet doorgaan. Het schrappen van deze maatregel zou heel goed gedekt kunnen worden uit de middelen voor het Jongerenjaar, op welk punt de VVD ons gelukkig steunt. Het Jongerenjaar duurde al veel te lang en was al een pijnlijke ervaring. Ik vind het heel pijnlijk dat het college het Jongerenjaar met drie maanden meent te moeten verlengen. Ik stel het college voor op 31 december een feestelijk einde aan dit project te maken.
Wij trekken motie 32 in, omdat in het afdoeningsvoorstel met betrekking tot de motie-Duys staat dat er 35 extra gezinscoaches zullen komen en het doel dat wij voor ogen hebben ook op die manier bereikt kan worden. Motie 1 trekken wij eveneens in. Als wij het onderwerp ‘inburgering en kinderbijslag’ gaan bespreken – als dat althans ooit zal gebeuren – zullen wij erop terugkomen. In Den Haag durven de gemeente en de Rekenkamer dit wel te onderzoeken, maar in Rotterdam, waar wij er al tijden op wijzen dat de inburgering niet verloopt conform de bedoeling en een motie is aangenomen waarin staat dat de Rekenkamer dit zou m oeten onderzoeken, gebeurt het gewoon telkens niet. Over de kop in het zand steken gesproken!
Wij danken de raad voor het aannem en van motie 37A en verwachten dat het college met de toegestane middelen – de € 18,5 miljoen die het hiervoor uittrekt – za l werken aan het verlagen van de concentratie fijnstof.
De heer BONTE (GroenLinks). Ik was verheugd over het indienen van deze motie door Leefbaar Rotterdam. In de commissie hebben wij deze motie dan ook van harte gesteund, ondanks het afzwakken van de inhoud ervan. Aanvankelijk wilde de heer Schuurman maatregelen waarmee een reductie tot 30 microgram zou worden gerealiseerd. Het is jammer dat zijn motie is ingetrokken. Mijn vraag aan u is de volgende. Stel dat hieruit een aantal maatregelen zal volgen waarmee ook het autoverkeer zal worden teruggedrongen – ik ga ervan uit dat dit het geval is, want in de meeste steden is dat zo als een inventarisatie wordt gemaakt –, zult u in het vervolg dan moties van GroenLinks steunen waarin wij bijvoorbeeld voorstellen de milieuzone in Rotterdam te vergroten?
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Ik kan mij niet voorstellen dat wij ooit moties of ideeën waarin wordt gepleit voor het terugdringen van het autoverkeer zullen steunen. Wij zullen wel voor moties zijn waarin wordt voorgesteld het autoverkeer schoner te maken, maar niet voor moties waarin wordt gepleit voor het terugdringen van het autoverkeer.
De heer BONTE (GroenLinks). In dat geval getuigt uw motie van hypocrisie. U stelt namelijk dat Leefbaar Rotterdam wel minder fijnstof wil, maar zodra het gaat om maatregelen gaat die lokaal het meeste resultaat opleveren – ik bedoel schoner autoverkeer, maar ook het instellen van milieuzones – dan geeft u niet thuis. Dat vind ik een beetje goedkoop.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Nee hoor, er zijn veel meer manieren om iets aan het fijnstofprobleem te doen dan alleen het terugdringen van het autoverkeer. U hebt vanuit uw afkeer van auto’s het milieu omarmd, maar zo doen wij dat niet. Wij zijn zuinig op het milieu, maar wij houden ook van auto’s en denken dat dat heel goed met elkaar kan samengaan.
De heer BONTE (GroenLinks). Het interessante aan uw motie is – om die reden heb ik de motie graag gesteund – dat u in heel Rotterdam de luchtkwaliteit wilt verbeteren. Dat kan echter niet alleen door de industrie aan te pakken. Wij moeten er weliswaar voor zorgen dat de industrie schoner wordt, maar als u wilt – op dit punt steun ik u van harte – dat er in Rotterdam geen enkele straat meer zal zijn waar de luchtkwaliteit slecht is, dan zult u lokaal beleid moeten voeren. Lokaal beleid is, als het gaat om vervuilde straten, bijna altijd verkeersbeleid, daar kunt u niet omheen. Ik begrijp dat u zich in een spagaat bevindt: uw achterban wil niet dat u de auto aanpakt, maar aan de andere kant wilt u ook de stad schoner maken. U zult toch eens dit soort maatregelen moeten nemen? In het andere geval is dit een goedkope motie.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Ik begrijp dat de heer Bonte onder de indruk is van ons milieubeleid. Ik dank hem nogmaals voor zijn steun. Ik zou zeggen: laten wij afwachten hoe het college deze motie oppakt en welke voorstellen het zal doen. Een beetje vertrouwen stellen in zijn eigen college lijkt mij voor de heer Bonte niet verkeerd. In elk geval ben ik benieuwd hoe het college het voor € 18,5 miljoen denkt te gaan doen. Wellicht zal het een heel eind kunnen komen. Ik kan het college alvast mededelen dat onze achterban en wijzelf graag in auto’s rijden en dat graag zo willen houden.
Veilighe id blijft topprioriteit in onze stad. Dagelijks maken veel Rotterdammers zich over hun veiligheid veel zorgen. De dagelijkse beleving van hun stad heeft met veiligheid te maken: de troep op straat, de toestand in het openbaar vervoer, de inbraken, de diefstallen uit hun auto’s. Een overheid doet veel meer dan werken aan onze veiligheid, maar voor de meeste normale mensen, die aan het werk zijn, het druk hebben met zichzelf en niet de tijd hebben om zich in overheidsbeleid te verdiepen, is veiligheid het the ma dat het eerst bij hen opkomt als het over Rotterdam gaat. Inmiddels is al € 5,5 miljoen op onze politie bezuinigd, namelijk door de klasjes alvast de nek om te draaien - op korte termijn heeft niemand daarvan last, maar over twee jaar zullen wij geen ni euwe politiemensen op straat zien, blijkbaar ziet het college dit als een probleem voor het volgende college - en door het niet langer uitbetalen van overuren. Bij dit laatste geldt het principe ‘tijd voor tijd’, dat neerkomt op een bezuiniging op de inzet van politiemensen. Met de drogredenering dat het niets uitmaakt kan het college ons in elk geval niet overtuigen en naar ik vermoed geldt dat ook voor onze burgers. Om die reen hebben wij motie 44 aangepast. Mijn fractie wil de bezuiniging van € 5,5 miljoen compenseren en voor 2011 willen wij de bezuiniging van € 40 miljoen compenseren. Wij constateren namelijk dat de politie nu al voorbereidende maatregelen gaat nemen om straks de bezuinigingsklap te kunnen opvangen. Wij willen dat de politie geen last va n de bez uinigingen zal hebben, maar de politie hééft er al last van. Tijdens de ongeregeldheden in Hoek van Holland hebben wij kunnen constateren hoe dit soort ontwikkelingen doorwerkt: het woord ‘overuren’ werd al snel door politiemensen gebruikt. Wij willen daarvan af. Om die reden dienen wij een nieuwe motie in.
De VOORZITTER . Ik constateer dat motie 44 is ingetrokken en de heer Pastors een nieuwe motie heeft ingediend.
Motie 58, Compensatie rijksbezuinigingen politie
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat het rijk fors gaat bezuinigen op politie;
- dat dit kan betekenen dat de regio Rotterdam-Rijnmond over 800 agenten minder zal beschikken;
voorts constaterende:
- dat het budget voor extern personeel € 98 miljoen bedraagt;
- dat het budget voor intern personeel € 682 miljoen bedraagt,
overwegende:
- dat veiligheid topprioriteit is en moet blijven;
- dat een wijziging van rijksbeleid niet automatisch hoeft door te werken in gemeentelijk beleid, maar
dat dit een keuze voor het college en de gemeenteraad is;
verzoekt het college:
- de bezuinigingen van het rijk voor 2010, ten bedrage van € 5,5 miljoen, te compenseren;
- de dekking hiervoor te vinden in bezuinigingen op intern en/of extern personeel;
- de bezuinigingen van het rijk voor 2011, ten bedrage van € 40 miljoen, te compenseren in de
begroting voor 2011;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.G.T. Pastors.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Motie 46 trekken wij in, omdat door het college en zijn ambtenaren inmiddels voldoende is aangetoond dat wordt gewerkt aan het aanpakken van geweld tegen overheidspersoneel. Dat geldt niet voor motie 47. Ondanks verscheidene rappèls van onze kant heeft niemand de moeite genomen ons duidelijk te maken dat ondernemers het doen van aangifte gemakkelijker zal worden gemaakt. Evenmin is duidelijk of de extra kosten die de gemeente moet maken voor het behandelen van de aangiften van diefstallen bij ondernemers civielrechtelijk op de dader verhaald zullen worden. De wethouder heeft in de commissie gezegd dat hieraan wordt gewerkt, maar niemand kan vertellen op welke manier daaraan wordt gewerkt. Wij stellen de raad dan ook voor deze motie aan te nemen. Mocht de wethouder proberen de motie weg te praten, dan zou ik graag van hem willen weten in hoeveel gevallen de in de motie bedoelde ondersteuning is verleend en wat het resultaat daarvan is.
Motie 53 gaat over het afkondigen van een stadsbreed OV-verbod. Naar onze mening is dat een veel effectievere maatregel dan het RET-personeel een cursus te laten volgens om hen in staat te stellen reizigers te vragen hun plaatsbewijs te tonen en eventueel een bon uit te schrijven. Het probleem zit natuurlijk niet bij de RET’ers – die kunnen dit heus wel – maar bij de mensen die in de tram zitten. Wij moeten duidelijk maken dat het probleem niet aan de kant van de RET of de overheid zit. Mensen die geen geldig plaatsbewijs kunnen tonen, moeten uit de tram worden verwijderd.
De laatste motie die wij indienen gaat over het veiligheidsbudget. In de begroting staat dat dit budget zal worden verlaagd. Wij hebben om uitleg hierover gevraagd. Die komt erop neer dat het budget inderdaad zal worden verlaagd. Dat willen wij echter niet, wij willen dat het veiligheidsbudget op niveau blijft. Op dit moment wordt ongemerkt bijna € 10 miljoen op dit budget bezuinigd. Weliswaar zijn de projecten waar dit geld bij hoort beëindigd, maar het college zou volgens ons andere projecten moeten bedenken om te voorkomen dat het geld anders uit het veiligheidsveld zal worden weggesluisd.
De VOORZITTER. De heer Pastors heeft de volgende motie ingediend:
Motie 59, Veiligheidsbudget
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat het college het veiligheidsbudget wil verlagen;
voorts constaterende:
- dat het budget voor extern personeel € 98 miljoen bedraagt;
- dat het budget voor intern personeel € 682 miljoen bedraagt;
overwegende:
- dat veiligheid topprioriteit is en moet blijven;
- dat de voorgenomen bezuinigingen onacceptabel zijn;
verzoekt het college:
- de voorgenomen bezuinigingen op het veiligheidsbudget te bedrage van € 9,986 miljoen niet door te voeren;
- dekking hiervoor te vinden in bezuinigingen op intern en/of extern personeel;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.G.T. Pastors.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Het college heeft de neiging de lokale lasten te verhogen zodra het college krap zit. Leefbaar Rotterdam heeft verscheidene moties ingediend waarin het college wordt opgedragen zaken terug te draaien en vindt het te gek voor woorden dat het college überhaupt niet op het idee is gekomen, dat lastenverlichting de eerste stap zou moeten zijn. Wij hebben de motie over eerlijke afvalstoffenheffing ingediend, waarin onderscheid wordt gemaakt tussen éénpersoons- en meerpersoonshuishoudens. Wij rekenen in elk geval op de steun van D66, omdat veel vrijgezellen op deze partij schijnen te stemmen, maar hopen dat meer leden van de raad het principe ‘de vervuiler betaalt en de minder vervuilende betaalt minder’ zullen hanteren. Via amendement E1 willen wij bereiken dat de afvalstoffenheffing niet zal worden verhoogd. Ik las in de krant dat op dit punt van alles zal gebeuren, dat ziet er dus goed uit. Wij hopen dat het amendement zal worden aangenomen.
Wij hebben tevens het amendement Lastenverlichting voor huishoudens ingediend. Ik ben blij dat nu ook de coalitie in elk geval beseft dat de lasten niet moeten worden verhoogd, maar zij presenteert de burgers intussen wel een sigaar uit eigen doos. Eerst dreigt het college met een verhoging, die vervolgens wordt ingetrokken – als wij de krantenberichten tenminste mogen geloven –, maar dat is uiteraard meer een soort balletje-balletje/hocuspocusspel dan een lastenverlichting. Bij een echte lastenverlichting zullen burgers hun geld kunne n uitgeven aan dingen die goed zijn voor hun kinderen, hun huis, C&A en de Gamma et cetera, wat bovendien goed is voor de werkgelegenheid. Om die reden hebben wij amendement F1 ingediend. De uitvoering ervan zal € 70 miljoen kosten en ertoe leiden dat elk huishouden in Rotterdam € 259 minder aan lasten zal behoeven te betalen. Als wij de economie willen stimuleren, lijkt dit ons daartoe de enige echte oplossing.
Voor de parkeertarieven geldt hetzelfde, wij hebben daartoe amendement D1 ingediend. Over de ri oolheffing hebben wij een vraag. Het college heeft naar aanleiding van onze motie 51 aangegeven dat de verhoging daarvan tot 4% beperkt zal blijven, maar kijkend naar de erbij behorende tabel moeten wij constateren dat daarin verhogingen van 8,4% zijn opgenomen. Hoe zit dit, is dit een foutje?
In een brief over de verhoging van de bouwleges heeft het college in antwoord op mijn vraag hierover aangegeven dat de hoogte van de bouwleges best meevalt, maar op pagina 190 van de begroting geeft het college zelf aan dat het voor scenario 2 kiest: de leges verhogen ‘met als basis het rechttrekken van verevening. (…) Het gevolg hiervan is dat Rotterdam in de overzichten van de Vereniging Eigen Huis stijgt naar de eerste plaats. Ze zal de duurste gemeente van Nederland worden’. Ik heb dit niet bedacht, dit staat in uw begroting. Welk briljant beleid zit er achter het sturen van uw brief en welk briljant beleid zit er achter het verhogen van de bouwleges? Verhoging daarvan lijkt mij wel het laatste wat Rotterdam, de stad die behoefte heeft aan de grootste verbouwing van Nederland, ook iets wat door het college langzamerhand wordt genegeerd. Men zou zeggen dat wij goedkoper moeten kunnen werken, maar wat doet het college in plaats daarvan? Het redeneert ‘er worden minder huizen gebouwd, dus wij gaan de tarieven verhogen’ in plaats van het aantal ambtenaren te verminderen.
Zo sleept het college zich naar de eindstreep. Het investeringsgeld wordt verjubeld, de tarieven worden verhoogd en het kijkt niet verder dan 2010. Veel projecten zijn stilgevallen. Zoals het nu gaat, mag het absoluut niet verder gaan. De laatste restjes oud beleid laaien nog een keer op, maar in de toekomst is er sowieso minder geld voor. Het college steekt met deze begroting het hoofd nog wat dieper in het zand. Wij constateren dat de burgers dit in de gaten hebben en zien het dieptepunt dat met deze begroting is bereikt als een mooi vertrekpunt voor een volgend college.
De VOORZITTER . Ik constateer dat de heer Pastors amendement C1 heeft ingetrokke n en een nieuwe motie heeft ingediend.
Motie 60, Instandhouding brede school
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat het college € 3 miljoen op de coördinatie va n de brede scholen wil bezuinigen;
overwegende:
- dat er bij veel scholen grote onrust is ontstaan door de brief van het college;
- dat de brede scholen onder geen beding mogen verdwijnen;
verzoekt het college:
- ervoor te zorgen dat de brede scholen overeind blijven met behoud van kwaliteit;
- de financiële middelen die hiervoor nodig zijn als gevolg van de bezuiniging te vinden bij de scholen zelf;
- of indien dit niet lukt deze middelen te vinden binnen het welzijnswerk;
- of indien dit niet lukt de gemeenteraad een voorstel te doen voor deze middelen;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. R. Buijt.
De VOORZITTER . Ik recapituleer dat de fractie van Leefbaar Rotterdam de moties 32, 1A en 46 heeft ingetrokken.
Het woord is aan de heer Van Heemst.
De heer VAN HEEMST (pvda). Mijnheer de voorzitter. Rotterdam Werkt. dat motto staat centraal in mijn bijdrage aan dit begrotingsdebat. Rotterdam Werkt als het gaat om de economie, om banen en om de opleiding van jonge Rotterdammers, maar Rotterdam werkt ook in sociaal opzicht en natuurlijk zal er gewerkt blijven worden. Het college heeft nog vier maanden te gaan en tot die tijd is en blijft er veel te doen. Een mooi voorbeeld is het persbericht van wethouder Dominic Schrijer, waarin staat dat eind 2010 80% van de Rotterdammers met een bijstandsuitkering actief zal zijn, tegen 65 % nu. Er komt een Sociaal Programma, waarin voor de komende vier jaar wordt vastgelegd hoe wij het beste uit de Rotterdammers kunnen halen en hoe wij mensen, als dat nodig is, zullen helpen op eigen kracht hun plek in onze stad te vinden. Daarnaast zullen wij het volgende veiligheidsprogramma vaststellen, zodat wij koers en tempo houden bij het veiliger maken van buurten en wijken. Dat doen wij, omdat mensen zich in onze stad thuis moeten voelen.
Mijn bijdrage heeft een iets meer persoonlijk karakter dan in de vorige jaren, omdat ik ook wil terugblikken op de afgelopen bijna vier jaar. Waar ben ik in 2006 aan begonnen? Wat is mij opgevallen? Wat is meegevallen? Wat is goed gegaan en goed gedaan?
Ik ben vooral trots op een oer-Rotterdamse PvdA-fractie. Een fractie met heel veel nieuwkomers, over wie critici in maart 2006 zeiden: ze gaan vast en zeker één voor één keihard onderuit. Die verwachting is gelogenstraft, hier zitten 18 Rotterdamse volksvertegenwoordigers die het geweldig hebben gedaan.
Ik stond in 2006 open voor samenwerking met iedereen, met die instelling ben ik in de stad, tussen de Rotterdammers en binnen de PvdA campagne gaan voeren. Ik leerde daarbij al gauw dat wie zijn nek uitsteekt zijn neus lelijk kan stoten. Ik heb gezien hoe Leefbaar Rotterdam oppositie heeft gevoerd en in het afgelopen jaar steeds meer terecht kwam in de hoek van de PVV, met de steun van Leefbaar Rotterdam aan de hoofddoekjestaks als treurig dieptepunt…
De heer SÖRENSEN (Leefbaar Rotterdam). Kent de heer Van Heemst het begrip ironie? Hij doet op dit moment heel bewust aan stemmingmakerij.
De heer VAN HEEMST (pvda). Als mensen iets zeggen neem ik dat altijd serieus. Ik las een dag nadat de heer Wilders dit idee had gelanceerd in Trouw wat de heer Pastors erover heeft gezegd. Ik citeer: ‘De hoofddoekjestaks is een goed idee, alleen zouden wij in Rotterdam deze belasting graag op € 500,- willen stellen’. Als een collega-raadslid dat zegt, mag ik dat serieus nemen.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Als ik door de heer Van Heemst wordt geciteerd, wil ik wel dat hij mij correct citeert. Ik heb al vaker gezegd dat wat de heer Van Heemst zegt vrijwel nooit klopt. Ik heb gezegd dat Leefbaar Rotterda m de door de heer Wilders voorgestelde belasting veel te ver vindt gaan en wij € 500,- meer dan genoeg vinden. In die zin is het wat gewoonlijk ‘een grapje’ wordt genoemd. Ik hoop dat ook de heer Van Heemst het als een grapje kan beschouwen. Nu ik het uitl eg wordt er plotseling wel gelachen. Wij zullen er voortaan aan denken dat men bij de PvdA uitleg bij een grapje nodig heeft.
De VOORZITTER. De heer Van Heemst vervolgt zijn betoog.
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik constateer dat de heer Sörensen heeft gezegd dat de opmerking ironisch was bedoeld, maar ik vind dat dit geen onderwerp is waarover grapjes moeten worden gemaakt. Als het een grapje was, dan was het in elk geval een misselijk grapje. De heer Sörensen heeft ons voor wat betreft de plek die Leefbaar Rotterdam in de lokale politiek heeft gekozen ook laten weten dat hij het in vrijwel alles met Geert Wilders eens is. Hij heeft dat begin dit jaar gezegd en ook om die reden is het niet zo gek dat ik de steun van Leefbaar Rotterdam aan het voorstel van Geert Wilders tot het heffen van een hoofddoekjesbelasting serieus heb genomen. Kijkend naar de manier waarop Leefbaar Rotterdam zich de afgelopen vier jaar in deze zaal en met name in het laatste jaar heeft opgesteld, kan ik maar één conclusie trekken: Leefbaar Rotterdam is Lelijk Rotterdam geworden en ik zeg dat niet met vreugde.
Terugblikkend op de afgelopen vier jaar moet ik constateren dat zich op bestuurlijk en politiek gebied in Rotterdam een aantal ingewikkelde momenten hebben voorgedaan. Ik denk aan het weglopen van de VVD-wethouders uit het college - ik ben blij dat mevrouw Baljeu via een achterdeur in de gemeenteraad is teruggekeerd -, de perikelen in het CDA en de vervanging van wethouder Kaya. Steeds waren er tegenslagen, maar het stadsbestuur is daardoor niet van slag geraakt. Qua aanpak is het vier jaar ongewijzigd gebleven: een breed stadsbestuur, dat op heel veel fronten actief was én bleef, met de PvdA als stabiele factor.
Het begrotingsdebat is in de eerste plaats een vooruitblik naar 2010, maar staat natuurlijk niet los van alles wat in de afgelopen vier jaar is bereikt. Door ons stadsbestuur is ongelooflijk veel gedaan. Rotterdam werkt op alle fronten en daar is de PvdA trots op. Van het gratis openbaar vervoer voor 65-plussers tot de uitstroom van bijstand naar werk, van het tegengaan van armoede tot de aanval op geweld achter de voordeur, van extra lesuren voor kinderen op de basisschool tot het opvangen van dak-en thuislozen, van het de stad uitjagen van krottenkoning Jaap Engel tot het behoedzaam verbeteren en vernieuwen van Vreewijk, van het aanbieden van stageplaatsen tot het inzetten van ouderenteams, van de aanpak van aso-huurders tot YourWorld: er is hard gewerkt om het leven van Rotterdammers te verbeteren en de stad vooruit te brengen. Het is het groenste, sociaalste en economisch sterkste stadsbestuur dat Rotterdam ooit heeft gehad.
Vriend en vijand zeggen het Marco Pastors graag na: de PvdA heeft de betere wethouders geleverd. Wat echt telt is echter wat de Rotterdammers er zelf van vinden. Zij geven het stadsbestuur een ruime voldoende en op 3 maart 2010 zullen zij hun definitieve oordeel vellen: bouwen wij in deze stad verder op het fundament dat in de afgelopen vier is gelegd? Werken wij optimistisch en realistisch door aan een goede toekomst voor alle Rotterdammers? Geven wij – zonder naïef te zijn – mensen vertrouwen?
Al snel na het aantreden van ons stadsbestuur was duidelijk dat in Rotterdam nu een andere wind waait, wij gaan normaal met elkaar om. Wij willen dat iedereen in onze stad weet dat hij/zij erbij hoort, dat wij moeten samenwerken om Rotterdam vooruit te brengen. Dat hebben wij gedaan en dat zullen wij blijven doen, met open oog en oor voor de problemen die er in een wereldstad zijn: hardnekkige armoede, die soms van generatie op generatie overgaat, sociale ellende waardoor mensen op grote achterstand zijn gekomen, barrières om echt mee te doen, conservatieve ideeën en opvattingen, die de emancipatie in de weg staan en vrijheid bedreigen. De PvdA heeft een open oog en oor voor het onbehagen en wantrouwen dat wij in onze stad eveneens aantreffen. Voor een deel hoort dat bij een grote stad, waar zich telkens weer nieuwkomers vestigen, vooruit willen komen en voor hen zelf en voor hun kinderen een betere toekomst willen opbouwen. Waar mensen die hier al lang wonen hun straat en stad zien veranderen. De opdracht van elk stadsbestuur zal moeten zijn: hoe leiden wij die voortdurende verandering in goede banen? Hoe zorgen wij ervoor, dat mensen in deze stad in vrijheid en met respect voor elkaar hun bestaan opbouwen? Ook dat is ‘Rotterdam werkt’. Wij doen dat fair en duidelijk, want in ons Rotterdam meten wij niet met twee maten.
Wij zijn er trots op dat Rotterdam eind oktober de gemeenteprijs heeft gewonnen voor zijn aanpak van polarisatie en radicalisering, vooral omdat die aanpak is ontwikkeld samen met het SPIOR.
Wij zien ook veel Rotterdammers die trots zijn op Rotterdam, op de grote projecten die in aantocht zijn of waaraan wordt gewerkt, de overkapping van de ‘s-Gravendijkwal, het Red Apple-gebouw, het nieuwe stadskantoor, de tweede koopgoot, het Centraal Station en het nieuwe metrostation Centraal. Rotterdammers moeten zich in hun straat en buurt thuis kunnen voelen, want Rotterdam is niet alleen een wereldstad, het is in de eerste plaats een optelsom van wijken met een eigen karakter en een eigen aard. Rotterdam is overigens koploper bij het winnen van prijzen - ik heb dit onderzocht -, soms voor prestaties van het stadsbestuur - ik denk aan de dienstverlening richting de Rotterdamse burgers -, vaak voor die van Rotterdammers en hun organisaties en bedrijven. Wie deze prijzen ook hebben ontvangen, het is echt een hele lijst, al die prijzen laten zien dat Rotterdam een vitale en vernieuwende stad is. Rotterdam werkt! Kabouter Buttplug durfde weer de straat op. Over vrijheid gesproken: vier jaar lang was hij bangig verstopt. Rotterdam kreeg de prijs voor de homovriendelijkste studentenstad, de Euro Games komen naar Rotterdam en volgend jaar zal de Grand Départ van de Tour de France er plaatsvinden. Rozenburg meldde zich om als deelgemeente van de stad Rotterdam verder te gaan - inmiddels is d at in kannen en kruiken, ik verheug mij op de komst van Rozenburg - en het Rotterdamgevoel kreeg van dit stadsbestuur veel aandacht. Met het markeren van de brandgrens bijvoorbeeld, maar ook door zuiniger om te gaan met de sporen van onze geschiedenis. Met straatnaambordjes die iets vertellen over het verleden van onze stad.
Het stadsbestuur is snel in actie gekomen toen de recessie in aantocht was, en terecht. De PvdA is er veel aan gelegen mensen aan het werk te houden, jonge Rotterdammers goed op te leiden en iedereen die het op eigen kracht niet redt een stevige steun in de rug te geven. De recessie lossen wij in Rotterdam niet op. Wat wij wel kunnen en moeten doen is: alles uit de kast halen om de gevolgen zo goed mogelijk op te vangen. Rotterdam werkt, en dat gebeurt gelukkig ook.
Een recessie biedt ook kansen. Ondernemend Rotterdam wordt vindingrijker, jonge Rotterdammers kiezen meer voor het beginnen van een eigen bedrijf en, het grootste geluk bij een ongeluk, heel veel Rotterdamse jongeren volgen een jaar langer een opleiding. Dat ene jaar langer naar school is een investering waar jongeren zelf en de stad heel lang profijt van zullen hebben. Wij kunnen en zullen dus sterker uit de recessie komen. Met een economie die groener, schoner en duurzamer is. Met jongeren die langer en beter geschoold zijn. Met kleine ondernemers die slimmer en vindingrijker hun zaak draaien en dat doen wij door de sterkste schouders de zwaarste lasten te laten dragen.
Bij dit onderdeel dien ik twee moties in. In de eerste motie verzoeken wij het college volgend jaar de huurteams te stimuleren zich actief in te zetten voor burgers die een w oning van particuliere verhuurders huren. De inzet van huurteams is zeer succesvol, wat tot een huurverlaging van gemiddeld € 125,- per maand leidt. Wij willen dat het college deze huurders in 2010 actief ondersteuning zal bieden.
De VOORZITTER. De hee r Van Heemst heeft de volgende motie ingediend:
Motie 61, Huurteams
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat de huurteams het afgelopen jaar circa 1000 bezoeken hebben gebracht aan particuliere huurders;
- dat deze bezoeken gemiddeld tot een huurverlaging van € 125,- per maand hebben geleid;
- dat de huurteams ook zorgen dat achterstallig onderhoud wordt aangepakt;
overwegende:
- dat nog veel particuliere huurders niet zijn bereikt;
- dat er plannen zijn o m de klanten van de Kredietbank Rotterdam naar de huurteams door te verwijzen;
van mening zijnde:
- dat het bestrijden van te hoge huren en achterstallig onderhoud welkome bijdragen zijn in het kader van armoedebestrijding;
- dat het voorzien in de vraag van particuliere huurders wenselijk is;
- dat dit capaciteitsprobleem mede kan worden opgevangen door een goede samenwerking met de Kredietbank Rotterdam en het effectiever inzetten van de huurteams;
- dat permanente monitoring wenselijk is om te beoordelen of de capaciteit van de huurteams voldoende is om aan alle vragen te kunnen voldoen;
- dat van Rotterdam door het aantal kinderen dat sport te vergroten;
verzoekt het college:
- elke vier maanden de vraag en ontwikkeling naar de woningopnames door de huurteams aan de raad te rapporteren en hoe deze vraag zich verhoudt tot de prognose voor 2010;
- wanneer blijkt dat door de toenemende vraag de capaciteit te laag is met voorstellen te komen om gedurende 2010 huurteams uit te breiden;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.G.J. van Muijen, T. Harreman, D. Hoogland.
De heer VAN HEEMST (pvda). De PvdA-fractie had al een motie ingediend waarin het college wordt verzocht de succesvolle 5%-regeling uit te breiden tot de regio, de motie van PvdA-fractielid Fouad el Haji. De tweede motie die ik op dit onderdeel indien is een motie over het initiatief van Sparta jonge Rotterdammers beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt door hen een intensieve training en begeleiding te geven.
De VOORZITTER . De heer Van Heemst heeft de volgende motie ingediend:
Motie 62, Niemand buitenspel
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat door het slechte economische tij alle zeilen bijgezet moeten worden om te voorkomen dat jongeren buitenspel komen te staan zonder werk;
overwegende:
- dat Sparta een initiatief heeft genomen met een voorstel jongeren te laten scoren op de arbeidsmarkt door een intensieve training en begeleiding van jongeren en een actieve werkgeversbenadering bij de club;
- dat soortgelijke initiatieven bij andere voetbalclubs door de inspirerende omgeving van het voetbal en betrokkenheid van bedrijven tot aansprekende successen hebben geleid;
- dat de Wet Werk en Bijstand, onderdeel Werk, in middelen kan voorzien voor het ondersteunen van dit initiatief;
van mening zijnde:
dat de maatschappelijke bijdrage van betaald voetbalorganisaties op gebied van scholing en werkgelegenheid zeer wordt toegejuicht en door de gemeente ondersteund zou moeten worden;
verzoekt het college:
dit initiatief van Sparta te ondersteunen en met een bijdrage uit het Werkgelegenheidsdeel mogelijk te maken;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.J.G. van Muijen, F. el Haji.
De heer VAN HEEMST (pvda). Bij dit onderdeel heb ik nog twee concrete punten. Het eerste is het verzoek aan het college de komende maanden zeer actief kleine ondernemers in Rotterdam te benaderen en hen op de hoogte te stellen van de mogelijkheden tot het aanvragen van een krediet bij of via de gemeente. Leo Bruijn was gisteren in Kralingen-Crooswijk aanwezig tijdens een voorlichtingsbijeenkomst van ongeveer vijftig kleine zelfstandige ondernemers in deze deelgemeente, van wie vrijwel niemand op de hoogte bleek te zijn van de mogelijkheden die er op dit vlak in onze stad zijn. Een aantal ondernemers heeft na afloop de afspraak gemaakt hierover verder te praten. Het lijkt mij verstandig dat wethouder Schrijer er de komende maanden voor gaat zorgen dat in Rotterdam systematisch kleine ondernemers die zich heel goed zouden kunnen redden maar bij de bank hun neus stoten als het gaat om het aanvragen van een krediet op de hoogte worden gebracht van de mogelijkheden die de gemeente Rotterdam hun biedt.
Het tweede verzoek betreft de e-mailtjes die tussen de bloemenkraam op de Meent, Flower Power, en de gemeente Rotterdam zijn gewisseld. Flower Power wil elk jaar met de kerst extra ruimte op de Meent om kerstbomen te kunnen verkopen. De bloemenkraam heeft een ingewikkelde e-mail ontvangen van de afdeling straathandel van de gemeente, die de vader van de eigenaar van de bloemenzaak heeft laten weten dat een tijdelijke uitbreiding niet mogelijk is. Aan deze mededeling heeft de afdeling straathandel op strenge toon het volgende toegevoegd: ‘U dient zich aan de vergunningsvoorschriften te houden en aan het aantal vierkante meters zoals vermeld in de vergunning’, waarop de eigenaar heeft gevraagd: ‘Is er echt geen mogelijkheid om in de drukste maand van het jaar wat meer ruimte te huren, dat was in vorige jaren altijd wel mogelijk, wellicht dat u zich vergist’ – laat hij heel beleefd de mevrouw van de afdeling straathandel weten – ‘en ik vraag u vriendelijk dit nog eens te bezien’. Uiteindelijk is de correspondentie bij mij terecht gekomen, met de wanhoopskreet: ‘Dag Peter, wat moet er van Rotterdam worden als je dit soort medewerking van de gemeente krijgt’. Ik heb hem beloofd dat ik deze hartenkreet bij het college zou neerleggen.
Wij hebben een hardwerkend stadsbestuur, ‘noeste werkers’ heb ik de leden van het college wel eens genoemd. Het is geen stadsbestuur dat zichzelf hard op de borst klopt of zijn successen van de daken schreeuwt, het is eigenlijk een echt Rotterdams stadsbestuur en ook een fatsoenlijk bestuur. ‘Het is wel een braaf bestuur’, schreef het AD/RD bijna teleurgesteld toen de redactie de declaraties van de wethouders had uitgeplozen. ‘Braaf’ is in dit geval een geuzenaam. Leefbaar Rotterdam heeft het vaak over ‘het fijne linkse stadsbestuur’ – ze vinden het wel ‘fijn’, dat kan geen grapje zijn – en de SP vindt het een ‘uitgesproken rechts stadsbestuur’. Ambtenaren kunnen de SP melden welke nare rechtse plannetjes zij nu weer moeten voorbereiden, las ik op de website van de SP. De waarheid is heel simpel: het is gewoon een ontzettend goed stadsbestuur!
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Ik kan mij niet voorstellen dat mijn partij in dit verband het woord ‘fijn’ heeft gebruikt. Als de heer Van Heemst daarvan bewijzen heeft, zou ik graag willen weten wie van Leefbaar Rotterdam dit heeft gezegd.
Ten tweede zou ik willen zeggen dat wij het strikte declaratiegedrag van het college te danken hebben aan uw partijgenoot de heer Peper.
De heer VAN HEEMST (pvda). Nee, dat hebben wij te danken aan fatsoenlijke wethouders, die zich keurig netjes aan de regels houden. Ik vind dat heel normaal en constateer dat een Rotterdamse krant met een beetje spijtige ondertoon schrijft dat dit een braaf stadsbestuur is. Ik vind ‘braaf’ in dit verband een eretitel.
De heer CO?KUN (sp). Het is van tweeën één: of de heer Van Heemst kan niet goed lezen óf hij luistert niet goed naar de fractiemedewerkers die in zijn opdracht naar onze website kijken…
De heer VAN HEEMST (pvda). Dat doe ik altijd zelf, meneer Co?kun.
De heer CO?KUN (sp). Uw college heeft een Meldpunt Cynisme ingesteld, waarna wij hebben aangegeven dat wij van ambtenaren graag vernemen waarom zij zo cynisch zijn geworden. Wij hebben verscheidene meldingen ontvangen, waarna de melders weer een reactie hebben ontva ngen van het Meldpunt Cynisme, dat volgens het college niet bestaat, terwijl men gewoon antwoord krijgt als men daar naartoe mailt.
De heer VAN HEEMST (pvda). Over integriteit, fatsoen en simpelweg je werk doen gesproken: van het voortdurend verdacht maken van Meld Geweld heeft de PvdA-fractie met een groot deel van de gemeenteraad de buik vol. In het AD/RD heeft de lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam een opmerkelijke uitspraak gedaan, waarop ik van twee kanten een reactie heb ontvangen. De lijsttrekker van Leefbaar Rotterdam heeft gesproken over het financieren van de verkiezingscampagne van Leefbaar Rotterdam. Hij zei dat allerlei bedrijven, bouwers, aannemers, de campagnekas wel willen spekken, ‘maar ik kan helaas niet vertellen wie dat zijn, want anders wil het stadsbestuur geen zaken meer met hen doen en zullen zij daar last van hebben’. Ik zou van Leefbaar Rotterdam en met name van de heer Pastors willen vernemen om hoeveel geld het gaat. Gaat het bijvoorbeeld om € 50.000,-, € 80.000,- of € 180.000,-? Om welke bouwbedrijven, projectontwikkelaars en aannemers in Rotterdam gaat het? De heer Pastors i s namens zijn fractie woordvoerder over bouwprojecten. Ik vermoed dat de Rotterdammers graag willen weten via welke bouwprojecten waarover hij het woord voert de kas van Leefbaar Rotterdam wordt gespekt. Ik vind dat in een stad als Rotterdam over zoiets volstrekte openheid geboden is. Wat vindt het college van de beschuldiging van de heer Pastors dat het wraak zou nemen op de voor Leefbaar Rotterdam gulle gevers als hun namen bekend zouden worden gemaakt? Ik kan mij niet voorstellen dat het college bedrijven buiten de deur zou houden als zij campagnes van een lokale politieke partij zou financieren. Het college dient goede zaken te doen voor Rotterdammers en dus met het beste bedrijf in zee te gaan.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). De gevestigde orde zal proberen een nieuwe partij buiten te sluiten, dat gebeurt dan ook op vele manieren. Wij hebben de afgelopen week op de televisie kunnen zien dat over de heer Wilders zodanig wordt gesproken, dat het lijkt alsof hij het probleem is en het probleem opgelost zal zijn als hij weg is. Hetzelfde verschijnsel zien wij in minder politieke omgevingen, bijvoorbeeld waar door gemeenten gegund moet worden aan allerlei bedrijven. In de bouwwereld is van objectieve gunning nauwelijks sprake, dat is ook heel moeilijk omdat bepalen of een gebouw mooi of lelijk is nu eenmaal lastig is. Dit soort partijen binnen en buiten Rotterdam geven aan dat zij zich geen problemen op dat vlak kunnen veroorloven, maar Leefbaar Rotterdam wel steunen omdat zij het goed vinden dat deze strijd wordt gevoerd. Wij zeggen in dat geval ‘hartstikke bedankt’. Mensen zonder geld helpen mee bij het folderen en van mensen met geld zie ik liever dat zij iets anders doen, bijvoorbeeld geld storten. Wij hebben een heel brede achterban en die stort inderdaad geld, waarmee wij onze campagne financieren. Wie dat zijn is simpelweg geheim, de Rotterdammers weten dat. Zo was het in 2002, zo was het in 2006 en zo zal het in 2010 weer zijn. Deze Rotterdammers hebben daarvoor begrip, omdat velen hun mond niet durven opentrekken in een bepaalde omgeving. Zij begrijpen dat het slim is om tegenover uw soort mensen voorzichtig te zijn. Dat geldt ook voor deze bedrijven. U zult van ons dus nooit te horen krijgen om welke bedrijven het gaat.
De heer VAN HEEMST (pvda). Wellicht is dit een onderwerp waarin de heer Mosch zich maar eens moet verdiepen. Hij staat altijd klaar om zaken waaraan misschien een luchtje zit of zaken die echt stinken te onderzoeken. Hij doet dat altijd zonder aanzien des persoons. Wellicht is het goed als de heer Mosch eens zou onderzoeken of de woordvoerder bouwen en wonen van Leefbaar Rotterdam in deze zaal op een geloofwaardige manier het woord kan voeren over bouwprojecten als hij van Rotterdamse aannemers en bouwbedrijven geld krijgt voor zijn verkiezingskas.
De heer CO?KUN (sp). Wij hebben in deze zaal de afspraak gemaakt dat, als er twijfel is over de integriteit van raadsleden, dit gemeld wordt bij de burgemeester. Het is niet zo dat wij dat breed gaan zitten uitmeten en allerlei verdachtmakingen naar elkaar gaan sl ingeren. Ik heb geen zin in een spelletje moddergooien tussen de PvdA en Leefbaar Rotterdam. Als de heer Van Heemst aanwijzingen heeft dat er iets mis is met de integriteit van collega-raadsleden moet hij dat melden bij de burgemeester, zodat wij dat op de normale manier kunnen afdoen in plaats van er tijdens de behandeling van de begroting 2010 over te praten.
De heer VAN HEEMST (pvda). U zou hiermee een punt hebben, ware het niet dat de heer Pastors in de krant heeft gezegd dat het zo is en hij zich vervolgens verschuilt achter een reactie van het college. Als een raadslid zegt dat er een stadsbestuur zit dat bedrijven zou straffen of pakken omdat zij de verkiezingskas van Leefbaar Rotterdam spekken, dan vind ik dat een zware beschuldiging aan het adres van het stadsbestuur. Om die reden wil ik straks van de burgemeester een reactie op deze beschuldiging vernemen. Een dergelijk stadsbestuur zit er namelijk niet, er zit een stadsbestuur dat het beste voor de Rotterdammers doet en met Rotterdamse bedrijven en instellingen – ongeacht wat zij ook verder doen met politieke partijen – gewoon zaken doet om het beste voor de Rotterdammers te regelen.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). De partijen die ons sponsoren en trouwens uit het hele land komen, niet alleen uit Rotterdam, hebben aangegeven dat zij niet willen dat het bekend wordt, omdat zij daarvan last zullen krijgen binnen het circuit van de mensen die het voor het zeggen hebben bij de overheid in Nederland, inclusief Rotterdam. Dat is hun mening en ik denk dat dit waar is. Zelf heb ik ervaren dat het circuit mij en anderen binnen onze partij anders behandelt vanwege het feit dat wij behoren bij de beweging van Pim Fortuyn, bij de beweging van veel mensen met gezond verstand.
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik vind dat men alleen geloofwaardig het woord kan voeren over bouwprojecten als de Rotterdammers weten door welke bouwbedrijven men zijn verkiezingskas laat spekken.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Wij hebben nooit een geheim gemaakt van het feit dat wij sponsors hebben en dat wij hen ook nodig hebben, alle Rotterdamse kiezers hebben dat steeds geweten. Uw soort partijen krijgt subsidie van het rijk, die krijgen wij niet. Als wij geld nodig hebben, krijgen wij dat van mensen die ons steunen, daarvan hebben wij nooit een geheim gemaakt. Zij hebben altijd begrepen waarom wij die steun nodig hebben. De geloofwaardigheid zit ‘m in het feit dat mensen op ons stemmen en, alles afwegende, daarmee genoegen nemen. Ik zou graag willen dat wij bekend zouden kunnen maken door wie wij worden gesponsord, omdat wij dan in een veel betere wereld zouden leven dan waarin wij nu leven, maar zolang uw soort partijen nog de macht heeft, verdedig ik iedereen die deze informatie niet wil verstrekken.
De VOORZITTER. Ik stel vast dat hierover voldoende is gezegd…
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik ben blij dat fatsoenlijke partijen de macht hebben en blijf bij mijn punt – ik wijs nogmaals naar de Dries Mosch-norm – dat het fatsoenlijk zou zijn als de Rotterdammers zouden weten dat degene die in deze zaal woordvoerder bouwen en wonen is het woord voert over bouwprojecten van bouwers of projectontwikkelaars van wie hij geld heeft gekregen voor zijn verkiezingscampagne.
In het Rotterdam van de PvdA wordt niet gemeten met twee maten. In ons Rotterdam mag iedereen zeggen wat hij wil en kun je tegen kritiek, ook als de kritiek je slecht uitkomt. In ons Rotterdam staan wij voor emancipatie, voor echte kansen en voor meedoen.
In mijn ogen heeft het college een sterke en herkenbare eigen invulling gegeven aan veiligheid. Repressie en preventie gingen vaak hand in hand. Dat is goed, omdat dit op korte en op lange termijn het beste resultaat geeft. De aanpak was streng én sociaal. Wij moeten doorgaan met de interventieteams, maar deze teams wel inbedden in een fatsoenlijk kader. Daarnaast moeten wij snel reageren op nieuwe vraagstukken. Ik denk hierbij aan het OV-verbod en de avondklok, maar ook aan de combinatie hiervan met meer en steviger jongerenwerk of het aanbieden van hulp en zorg zodra wij achter de voordeur sociale ellende aantreffen. Niet voor niets is er naast de Veiligheidsindex nu ook een Sociale Index. Want echt veilig en leefbaar wordt de stad als wij criminaliteit even hard aanpakken als de oorzaken ervan.
Met de 4 A’s - van aanbellen, aankijken, aanspreken en activeren - is een goede start gemaakt. Die manier van werken zal alleen maar belangrijker worden: mensen opzoeken, problemen aanpakken en zorgen dat zij er weer echt bij horen. Wie dit spoor niet volgt en loslaat, zegt eigenlijk ‘laat mensen maar wegkwijnen of links liggen’. Voor de PvdA-Rotterdam is zo‘n manier van werken een morele opdracht, want voor ons telt iedereen mee. De harde kern wordt hard aangepakt, meelopers weken wij los door hun kansen te bieden. Wij zien en weten hoe zwakbegaafde jongeren iedere keer onder druk worden gezet om het verkeerde pad op te gaan, in criminele kringen terecht te komen en daar te blijven hangen, dus kunnen en moeten wij ingrijpen om de wissel om te zetten. De PvdA Rotterdam heeft zich in de afgelopen maanden enorm ingezet om ook bij justitie een andere aanpak op een grotere schaal doorgevoerd te krijgen dan de strafrechtelijke aanpak. Dat is voor die jongeren en dus ook voor de stad de enige weg. De PvdA durft daarbij nieuwe instrumenten in te zetten, maar wij durven ook te bekijken of ze opleveren wat wij ervan verwachten, dus zijn wij altijd bereid ze in te trekken, aan te passen of om er op andere manier mee verder gaan.
De vorige week zaterdag was ik met een aantal collega’s aanwezig bij een actie van truckers in Hoogvliet. Ik vond hun eis redelijk: het veilig kunnen stallen van vrachtauto’s. Dit zijn hardwerkende Rotterdammers pur sang. Rotterdam is transportstad en daarbij hoort bewaakt of beveiligd parkeren. Wij zijn van mening dat dit moet worden aangeboden. Graag verneem ik de reactie van het college hierop.
Geweld tegen ambtenaren, tegen politie, ambulancepersoneel en RET’ers mag en moet hard en stevig worden aangepakt. Zij verdienen en krijgen onze steun. Dus: altijd aangifte doen, altijd de politie erbij halen, altijd de schade verhalen en altijd geweldplegers de toegang ontzeggen. Twee jaar geleden heb ik burgemeester Opstelten erop gewezen dat een OV-verbod kan en moet en daartoe voorstellen gedaan. Gelukkig is deze maatregel op tramlijn 2 met succes meer dan vijftig keer toegepast. Wij zouden graag zien dat deze maatregel stadsbreed wordt ingevoerd. Wij hebben hierover vragen gesteld naar aanleiding van het beruchte YouTube-filmpje waarop is te zien hoe mensen worden bedreigd. Graag verneem ik van de burgemeester of wij, naast de strafrechtelijke aanpak, het OV-verbod kunnen uitbreiden naar tram, bus en metro, zodat mensen die zich in het OV ernstig misdragen er een jaar lang geen gebruik van zullen kunnen maken.
Wij zullen in de gaten blijven houden wat er met de politiesterkte gaat gebeuren. De norm dient volgens ons te zijn dat de dienstverlening op peil blijft en buurtagenten op straat zichtbaar blijven. Om dat te bereiken mogen van ons desnoods minder evenementen en andere activiteiten worden gehouden die veel politie-inzet vragen. De veiligheid van de gewone Rotterdammers vinden wij belangrijker dan bijzondere evenementen.
Na de nieuwe burgemeester zal er straks een nieuw stadsbestuur zijn. De PvdA Rotterdam vindt dat de burgemeester het goed doet. Voor ons is hij geen PvdA-burgemeester, maar dé burgemeester van Rotterdam. Een dergelijke burgemeester zijn wij gaan zoeken en zo’n burgemeester hebben wij gevonden en benoemd. Als hij het goed doet, zullen wij hem daarom prijzen en als hij dingen doet die wij minder goed vinden, dan zal ook de PvdA-fractie daarnaar kritisch kijken. Wij denken nog vaak met kromme tenen terug aan de heksenjacht die Leefbaar Rotterdam op de burgemeester opende in de dagen na het bekend worden van zijn benoeming. Ook later, tijdens het debat over de rellen in Hoek van Holland, was de opmerking van Marco Pastors ‘een islamburgemeester zullen wij extra goed in de gaten houden’ volkomen misplaatst. In Rotterdam hebben wij een burgemeester die er voor iedereen is en wiens afkomst, geloof, sekse of zijn politieke kleur er niet toe doet. Met Ahmet Aboutaleb hééft Rotterdam zo’n burgemeester, met een eigen stijl, sterk in veiligheid, kijk bijvoorbeeld naar het brengen van de Stuurgroep Veilig naar de wijken, zodat ondernemers en burgers kunnen zien en horen wat daar wordt gedaan en kunnen vertellen wat zij willen dat er in hun buurt gebeurt. Kijk ook naar zijn discussies met de Marokkaanse en Antilliaanse gemeenschappen over de verantwoordelijkheid die zij zelf moeten nemen om jongeren op het goede spoor te brengen en houden. Hij staat open voor Rotterdam en de Rotterdammers, mailt met mensen, belt met ze, gaat bij hen langs en is zo langzamerhand 100% Rotterdammer. Dit is dus een burgemeester op wie wij zuinig moeten zijn.
Het onderzoek naar de Hoek van Holland-rellen loopt. Deze rellen zijn voor mij de bitterste pil van de afgelopen vier jaar op het terrein van veiligheid. Stap voor stap gaat het gelukkig de goede kant op met het opsporen van daders, er zijn er nu meer dan veertig bekend. Dat moet en zal doorgaan, desnoods met paginagrote advertenties in de huis-aan-huisbladen en posters in tram- en bushaltes. Wij zullen ze krijgen: één voor één, want Rotterdamse ouders moeten hun kinderen met een gerust hart naar een dance-feest kunnen sturen.
In de afgelopen vier jaar is stap voor stap een einde gekomen aan privatiseringen en verzelfstandigingen. Het aandeelhouderschap van de gemeente wordt socialer ingevuld. Voorbeelden: de aandelen Eneco worden niet verkocht, er is een stokje gestoken voor het uitkeren van extra bonussen, de watertarieven zijn gematigd, de bus is niet verpatst aan Connexxion, onze RET blijft de tram, metro en bus doen, het recreatieoord Hoek van Holland is niet in de verkoop gedaan en het mooiste onderdeel van de gemeente Rotterdam, de Roteb, is niet verzelfstandigd. De PvdA heeft grote twijfels bij de beoogde verzelfstandiging van de bibliotheek. Wij willen eerst inzicht krijgen in de concrete winst die is geboekt bij de verzelfstandiging van de Rotterdamse musea.
Het is ook een stadsbestuur van en voor jong Rotterdam, het project Jongerenhoofdstad 2009 illustreert dat. Het heeft opgeleverd wat de PvdA Rotterdam ervan verwachtte. Natuurlijk, het kan altijd mooier en beter, maar het is een succes: bijna 2000 jongeren hebben aan projecten meegedaan en tot nu toe hebben 100.000 jongeren activiteiten van YourWorld bezocht. Het islamdebat heeft plaats gemaakt voor het opvoeddebat en dat is goed, omdat iedere Rotterdammer, ongeacht zijn of haar geloof of afkomst, één ideaal deelt: hoe zorgen wij er samen voor dat kinderen in onze stad goed opgroeien? Het stadsbestuur heeft oog gehad voor goede peuteropvang, inclusief het versterken van taalvaardigheid van de peuterleidsters, voor de opvang en begeleiding van tienermoeders en voor seksuele opvoeding, waardoor zelfrespect ontstaat en jongeren leren grenzen te stellen, zie de motie ‘Wensen en grenzen’ die Zeki Baran heeft ingediend. Veel Rotterdamse kinderen gaan zes uur per week langer naar de basisschool. De gemeente Rotterdam betaalt dit uit de eigen portemonnee, omdat dit een geweldige investering is in de talenten van jonge Rotterdamse kinderen.
Ik dien een nieuwe motie in over de coördinatie van het project brede school. Dit is een motie van Mohamed Talbi en Anneke Verwijs. Wij willen dat zorgvuldig wordt omgegaan met het afbouwen van de coördinatie van de brede school. Het heeft volgens ons ontbroken aan tijdig overleg en aan het maken van sluitende afspraken, wat bij de brede scholen tot veel onrust heeft geleid. Wij willen dat de wethouder goede afspraken zal maken, waarbij recht wordt gedaan aan de situatie van de afzonderlijke scholen. De ene school is al ver, bij de andere moet alles nog op poten worden gezet. Waar de gemeente de inzet vermindert, moet ook gekeken worden naar wat de school zelf kan oppakken.
De VOORZITTER . De heer Van Heemst heeft de volgende motie ingediend, die in de plaats komt van motie 33.
Motie 63, Coördinatie/instandhouding brede scholen
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
overwegende:
- dat in deze begroting minder middelen worden uitgetrokken voor coördinerende taken binnen de brede scholen in Rotterdam;
- dat in Rotterdam flink geïnvesteerd wordt in de brede scholen;
van mening zijnde:
- dat het belangrijk is dat er verbindingen worden gelegd en onderhouden tussen scholen en de buurt;
- dat de gemeente daar een belang bij en een verantwoordelijkheid in heeft;
- dat de schoolbesturen zelf ook een verantwoordelijkheid dragen in het uitdragen van de brede school;
- dat van de besturen, daar waar mogelijk, mag worden verwacht dat zij een bijdrage leveren aan het in stand houden van hun brede scholen;
verzoekt het college:
- met de scholen in overleg te gaan om te borgen dat er structureel overleg plaatsvindt tussen de scholen en de verschillende partijen in de wijk;
- met de schoolbesturen in overleg te gaan om afspraken te maken over hoe de functie van bredeschoolcoördinator, binnen het gestelde financiële kader, door de scholen kan blijven worden ingevuld;
- hierbij maatwerk te betrachten;
- hierover periodiek aan de raad te rapporteren;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M. Talbi, J.J. Verwijs.
De heer VAN HEEMST (pvda). Er is veel gedaan aan begeleid kamerwonen, zo helpen wij jonge Rotterdammers stap voor stap op eigen benen te staan en het beste uit zichzelf te halen. De schooluitval is omlaag gebracht. Jongeren tot 26 jaar zijn aan het werk, op stage of volgen een opleiding. Een grote groep jongeren die anoniem in de stad ronddoolt – de zogeheten dark numbers – staat in de schijnwerpers: zij hebben een gezicht, een naam en een adres en worden aangesproken om wat positiefs met hun leven te gaan doen. Sport en bewegen voor jongeren heeft in de afgelopen vier jaar een enorme opsteker gekregen, onder meer doordat sportclubs actief zijn binnen de scholen. Ik wil een motie van Matthijs van Muijen indienen over het uitbreiden van het programma Super Fit.
De VOORZITTER . De heer Van Heemst heeft de volgende motie ingediend:
Motie 64, Sportparticipatie jeugd
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat veel kinderen in Rotterdam te dik zijn ;
- dat afgelopen jaren op veel middelbare scholen met succes het actieplan Voeding en Beweging is gehouden;
- dat in 2010 de financiering voor het actieplan stopt en het programma Super Fit voor meer bewegen op middelbare scholen is geschrapt;
- dat Rotterdam de ambitie heeft om 70% van de Rotterdammers te laten sporten in 2016;
- dat Rotterdam Topsport geen bezuinigingsopgave voor 2010 heeft meegekregen;
- dat voor het Olympisch Plan 2028 in 2010, 2011 en 2012 € 545.000,- wordt uitgetrokken;
van mening zijnde:
- dat het belangrijk is voor de topsporters van later nu extra lessen sport en bewegen te krijgen;
- dat Sport en Recreatie en Topsport Rotterdam voor het grootste gedeelte de voorbereidingen van het Olympisch Plan 2028 binnen hun eigen reguliere begroting dienen te betalen;
- dat Super Fit bijdraagt aan het olympische niveau van Rotterdam door het aantal kinderen dat sport te vergroten ;
verzoekt het college :
- van het budget Olympisch Plan 2028 € 300.000,- in 2010, 2011 en 2012 te bestemmen voor Super Fit;
- Super Fit met name in te zetten in wijken die slecht scoren op de Sociale Index;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.J.G. van Muijen.
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik vind het jammer dat wij in de afgelopen jaren met Ontbijt op School niet verder zijn gekomen. Een goed ontbijt leidt tot betere leerprestaties en houdt kinderen weg bij ongezonde snacks. Ik vind dat wij in een stad als Rotterdam erop moeten kunnen rekenen dat elk kind met ontbijt naar school gaat. Dit is een van de zaken waarvoor ik mij in 2010 en daarna wil blijven inzetten, misschien met een ander project na Ontbijt Naar School. De PvdA-fractie zal deze wens in elk geval niet loslaten.
Ik dien mede namens de fracties van het CDA en GroenLinks een motie van de PvdA-leden Zeki Baran en Fatima Talbij in over de Stichting Leergeld. Wij willen graag dat de Stichting Leergeld haar werk zal kunnen voortzetten, opdat kinderen van ouders met een smalle beurs zullen kunnen blijven participeren via de aanschaf van computers, fietsers of andere voor kinderen nodige voorzieningen.
De VOORZITTER . De heer Van Heemst heeft de volgende motie ingediend, die in de plaats komt van motie 35.
Motie 65, Meer kinderen doen mee
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat veel kinderen niet participeren door gebrek aan middelen van ouders;
- dat naast SoZaWe de Stichting Leergeld veel kinderen bereikt, zodat ze kunnen meedoen door middel van een computer, fiets of andere voorziening;
- dat in 2008 wethouder Kriens en toenmalige staatssecretaris Aboutaleb het convenant ‘Kinderen doen mee’ hebben ondertekend met als gezamenlijke ambitie het aantal kinderen dat wegens financiële redenen niet maatschappelijk participeert met de helft terug te dringen;
overwegende:
- dat door de bezuinigingen het activiteitenbudget dreigt weg te vallen;
- dat het (geheel) aanhouden van de bestemmingsreserve ‘voor frictiekosten opheffing Marktwezen’/ ‘Dijkstalmiddelen’/ ‘motie kleur en fleur’/ ‘startersleningen’/ ‘Vuist’ niet meer noodzakelijk is en deze gelden derhalve bestemd kunnen worden voor andere doelen;
van mening zijnde:
dat er voldoe nde middelen moeten zijn om de doelstelling van het convenant te realiseren;
verzoekt het college:
- in de programmakosten (€ 150.000,-) voor Stichting Leergeld te voorzien voor 2010 en verder;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. F. Talbi, Z. Baran, J.J. Verwijs, K.M.T. Duijs.
De heer VAN HEEMST (pvda). In de afgelopen vier jaar is een fundament gelegd waarop de PvdA Rotterdam graag na maart 2010 verder wil bouwen. De stad is nooit af, dat zien wij duidelijk in de prachtwijken, maar er is op heel veel fronten een begin gemaakt. De eerste resultaten zijn zichtbaar. Ik was aanwezig bij het theaterprogramma ‘Kaap Goede Hoop’ – Matthijs van Muijen was tien jaar raadslid en had ons uitgenodigd een voorstelling bij te wonen – waarin op vijf plekken in Katendrecht beelden werden getoond over het verleden, het heden en de toekomst van dit prachtige stukje Rotterdam. Daar is zichtbaar gemaakt wat mensen weer trots maakt op hun wijk. Er is en blijft in Rotterdam - en zeker ook op Rotterdam-Zuid - nog veel te doen, maar wij zijn in deze stad met de Rotterdammers aan een nieuw tijdperk begonnen. ‘Rotterdam werkt’ en dat pakt niemand Rotterdam meer af.
De heer SÖRENSEN (Leefbaar Rotterdam). U zult uw toespraak ongetwijfeld op uw website publiceren. Dat is ook hard nodig, omdat alle Rotterdammers zouden moeten weten welke belangwekkende opmerkingen u hebt gemaakt. Zou u ons de mogelijkheid willen gunnen op uw website op uw opmerkingen te reageren? U bent toch voor openheid en democratie?
De heer VAN HEEMST (pvda). Misschien zal ik dat speciaal voor u doen, omdat daarvan wellicht een groot therapeutisch effect zou kunnen uitgaan.
De heer SÖRENSEN (Leefbaar Rotterdam). Ik ben serieus.
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik ook.
De heer SÖRENSEN (Leefbaar Rotterdam). Dus geen openheid. Fijn dat we dat weer eens kunnen constateren.
De heer MOTI (pvda). Dit is een openbare raadsvergadering, die door iedereen kan worden gevolgd. Ik zou dan ook niet weten wat door ons verborgen zou worden gehouden.
De heer SÖRENSEN (Leefbaar Rotterdam). Ik wil u dat uitleggen…
De heer MOTI (pvda). Dat heeft volgens mij geen zin…
De VOORZITTER . Dan had u uw opmerking niet moeten maken. Het woord is aan de heer Sörensen.
De heer SÖRENSEN (Leefbaar Rotterdam). Het is zo, meneer Moti, dat uw partij – hoe wonderbaarlijk! – veel meer kiezers dan leden heeft. Wellicht wilt u uw kiezers de kans geven te reageren…
De heer MOTI (pvda). Ik heb erover gezegd wat ik heb gezegd.
Mijnheer de voorzitter, om te beginnen wil ik het college complimenteren. Ondanks de crisis en fikse tegenvallers slaagt het college er wederom in een solide en meerjarig dekkende begroting te presenteren. Het college maakt duidelijke keuzes, waarmee de PvdA het eens is. Terecht wordt in deze tijden van crisis, van onzekerheid bij veel Rotterdammers over hun inkomen, van onzekerheid bij veel ondernemers over hun klandizie, van onzekerheid bij veel werknemers over hun baan, veel geld vrijgemaakt om te kunnen investeren in het creëren van zekerheid en vertrouwen bij deze Rotterdammers. Zij kunnen blijven rekenen op de inzet van het stadsbestuur.
Deze keuzen van het college hebben uiteraard hun weerslag op andere plekken in de begroting. In de begroting wordt van een aantal gesubsidieerde instellingen gevraagd een bijdrage te leveren aan deze herprioritering. Veel van deze voorstellen steunt de PvdA, maar op een aantal plekken vinden wij de korting te rigoureus. Wij hebben daarom onder andere samen met het CDA en GroenLinks voorstellen gedaan deze, al dan niet gedeeltelijk, ongedaan te maken. Graag willen wij daaraan twee toevoegen.
De eerste heeft betrekking op de diergaarde Blijdorp. Wij stellen de raad voor de korting die het college op de subsidie voor Blijdorp toe te passen geleidelijk in te voeren, zodat Blijdorp daarmee in zijn bedrijfsvoering rekening kan houden. Wij stellen tevens voor Blijdorp te steunen bij het realiseren van de bezuiniging door de diergaarde een bijdrage te verstrekken uit het Climate Initiative-fonds, zodat men in staat zal zijn de energielasten te laten dalen.
De heer REIJKERSZ (Leefbaar Rotterdam). Wat kost die windmolen?
De heer MOTI (pvda). Dat zal nog moeten worden bezien. Sowieso zal Blijdorp daarvoor een businesscase moeten maken, daarna zullen wij bekijken welke bijdrage de gemeente Rotterdam daaraan uiteindelijk zou kunnen leveren.
De VOORZITTER. De heer Moti heeft de volgende motie ingediend:
Motie 66, Diergaarde Blijdorp
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat Diergaarde Blijdorp voor Rotterdam met ruim 1,6 miljoen bezoekers jaarlijks een belangrijke functie vervult;
- dat Blijdorp haar bijdrage aan de milieuambitie van Rotterdam wil vergroten;
- dat houders van de Rotterdampas momenteel t egen een lage prijs de dierentuin kunnen bezoeken;
- dat in de begroting 2010 een bezuiniging wordt voorgesteld van € 1 miljoen;
overwegende:
- dat Blijdorp zelf heeft aangegeven € 300.000,- in 2010 te kunnen besparen;
- dat Blijdorp door plaatsing van een windmolen zelfs klimaatneutraal kan worden en de sporendriehoek bij Blijdorp een zeer geschikte windmolenlocatie is;
- dat dankzij een windmolen en een aantal warmtekrachtkoppelingen Diergaarde Blijdorp over een paar jaar klimaatneutraal haar energievoorziening kan inrichten en bovendien fors in kosten kan besparen;
- dat het (geheel) aanhouden van de bestemmingsreserve ‘voor frictiekosten opheffing Marktwezen’/ ‘Dijkstalmiddelen’/ ‘motie kleur en fleur’/ ‘startersleningen’/ ‘Vuist’ niet meer noodzakelijk is en deze gelden derhalve best emd kunnen worden voor andere doelen;
van mening zijnde:
- dat een bezuiniging van € 1 miljoen in één keer een te grote stap is;
- dat een windmolen bij Diergaarde Blijdorp een welkome bijdrage is aan het Rotterdam Climate Initiative;
- dat de windmolen een mooie landmark voor Rotterdam als duurzame stad kan worden;
verzoekt het college:
- de korting op de subsidie van Blijdorp in twee jaar met € 1 miljoen af te bouwen, te weten in 2010 met € 300.000,- en in 2011 met € 700.000 ,-;
- Blijdorp actief te ondersteunen vanuit het Climate Initiative om de snelle realisatie van een windmolen en warmtekrachtkoppelingen mogelijk te maken;
- in overleg te gaan met de diergaarde om ervoor zorg te dragen dat de toegangsprijzen voor Rotterdampashouders de komende drie jaar voor Blijdorp niet worden verhoogd;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. M.J.G. van Muijen, E.J. Hagenaar-Baldee, A. Bonte.
De heer MOTI (pvda). Een volgende motie gaat over het Platform Buitenlanders Rijnmond. Dit platform wordt geconfronteerd met een fikse korting op zijn inkomsten. Hoewel wij van mening zijn dat het platform ook zelf maatregelen zal moeten nemen om de korting op zijn subsidie zelf op te vangen, vinden wij het niet realistisch van het platform te verlangen dat dit in één jaar zal gebeuren. Wij stellen een overgangsregeling voor.
De VOORZITTER . De heer Moti heeft de volgende motie ingediend:
Motie 67, Overgangsjaar voor Platform Buitenlanders Rijnmond
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergader ing bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat de subsidie van CMO/Stimulans van € 150.000,- aan het Platform Buitenlanders Rijnmond (PBR) vanaf 2010 volledig wegvalt;
- dat innovatieve projecten van het PBR hierdoor in gevaar komen;
overwegende:
- dat het PBR een waardevolle bijdrage levert aan de integratie en participatie in Rotterdam en door de gemeente Rotterdam en gemeentelijke diensten als partner wordt ingezet om Rotterdamse doelstellingen te behalen;
- dat het PBR kosten maakt voor innovatieve projecten;
- dat het PBR de facto een Rotterdams platform is;
- dat het (geheel) aanhouden van de bestemmingsreserve voor ‘frictiekosten opheffing Marktwezen’/ ‘Dijkstalmiddelen’/ ‘motie kleur en fleur’/ ‘startersleningen’/ ‘Vuist’ niet meer noodz akelijk is en deze gelden derhalve bestemd kunnen worden voor andere doelen;
verzoekt het college:
2010 als overgangsjaar te beschouwen waarin het PBR eenmalig wordt gefinancierd voor een bedrag van € 75.000,- extra;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. P.M. Wijntuin, K.M.T. Duys, J.J. Verwijs.
De heer MOTI (pvda). De PvdA heeft samen met de fracties van het CDA en GroenLinks bij al hun moties aangegeven hoe de uitvoering van deze voorstellen gefinancierd moet worden, namelijk via de bestemmingsreserves die al enkele jaren onaangeroerd op de gemeenteplank liggen. Belastinggeld wordt niet opgehaald om het op de plank te laten liggen, maar om onze samenleving te versterken. Het college heeft laten weten dat het liever een alternatieve dekking ziet, omdat het deze bestemmingsreserves beschikbaar wil houden. De PvdA-fractie heeft geen bezwaar tegen eventuele alternatieve dekkingsvoorstellen van het college en kan ermee instemmen dat de dekkingsoverweging uit deze moties door het college op een andere manier zal worden overgenomen, op voorwaarde dat het een deugdelijke dekking zal zijn.
In 2010 zal ook van bezoekers van onze stad een bijdrage worden gevraagd. Dat is nodig om het evenementenfonds te kunnen blijven financieren. Bij de bespreking van de Kaderbrief heeft de PvdA al aangegeven, dat zij het voortzetten van dit fonds belangrijk vindt en van bezoekers een bijdrage mag worden gevraagd. Wel hadden en hebben wij nog vraagtekens bij de manier waarop het college dit wil uitvoeren, namelijk via de logiesbelasting. De raad heeft destijds de motie Moti-Bruijn gesteund, waarin gevraagd werd samen met de sector alternatieven te bekijken. Helaas moeten wij constateren dat de sector daarin nog niet is geslaagd, wat kan liggen aan het feit dat wij deze mogelijkheid pas tijdens de bespreking van de Kaderbrief hebben geopperd en wij kort na de zomer de begroting hebben ontvangen. Wij doen vandaag het voorstel de logiesbelasting pas per 1 juli 2010 in te voeren. Hiermee bereiken wij drie doelen. In de eerste plaats vragen wij de branche voor die tijd alsnog met een handzaam alternatief te komen dat dezelfde opbrengst zal hebben, waarmee de motie Moti-Bruijn serieus wordt genomen. Ten tweede is er het bezwaar van de hotelbranche dat zij reeds contracten heeft afgesloten over hotelovernachtingen, waarop zij de logiesbelasting niet van toepassing kan laten zijn. Door deze belasting op een later moment in te voeren, zal de branche er beter rekening mee kunnen houden. Ten derde kan het best zijn dat een volgend college een andere keuze zal willen maken. Om deze redenen dienen wij mede namens de fracties van het CDA en GroenLinks graag een nieuwe motie in. Daarnaast dienen wij een amendement in.
De VOORZITTER . De heer Moti heeft de volgende motie ingediend:
Motie 68, Dekking evenementenfonds
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat het evenementenfonds zijn nut bewezen heeft;
- dat er een brede raadssteun bestaat om dit fonds in stand te houden;
overwegende:
- dat betreffende de dekking van dit fonds het voorstel van het college nog vraagtekens oproept;
- dat het goed is dat de door het college aangeduide doelgroep, namelijk toeristen en bezoekers van evenementen, meebetalen aan de door hen bezochte evenementen;
verzoekt het college:
- alternatieve dekkingsgrond te onderzoeken, zoals onder andere de in de Gemeentewet opgenomen mogelijkheden tot heffing van een dagtoeristenbelasting en een vermakelijkheidsretributie;
- verder te gaan met het overleg met de branche en hen de mogelijkheid te geven te komen met een handzaam alternatief, dat eenzelfde opbrengst kent;
- hierover in het voorjaar aan de raad te rapporteren, zodat de raad bij de vaststelling van de Voorjaarsnota een definitieve keuze kan maken betreffende de invoering van de logiesbelasting;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. L.C. Bruijn, R. Moti, E.J. Hagenaars-Baldee, A. Bonte.
De heer Moti heeft tevens het volgende amendement ingediend:
Amendement H, Uitstel logiesbelasting
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
besluit:
artikel 6 als volgt te wijzigen:
deze verordening treedt in werking met ingang van 2 juli 2010.’
w.g. L.C. Bruijn, E.J. Hagenaars-Baldee, A. Bonte.
Toelichting: dit amendement beoogt de logiesbelasting later in te voeren en leidt ertoe dat de eerder geconstateerde overmaat wordt gebruikt als dekking.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). De heer Moti stelt in de motie voor deze belasting pas per 1 juli 2010 in te voeren. Is dat niet raar? Of men wil deze belasting invoeren óf men wil haar niet invoeren. Eigenlijk zegt hij ‘omdat er verkiezingen aankomen, voeren wij het nu nog even niet in, maar als wij de verkiezingen winnen, dan zullen wij het invoeren, als het huidige college althans zou mogen doorgaan’. Waarom denkt hij dat hij dit goed kan gebruiken tijdens zijn verkiezingscampagne?
De heer MOTI (pvda). Wij doen dit niet uit electorale overwegingen. Het gaat om slechts zeventig hoteleigenaren, electoraal gezien maakt een dergelijk aantal geen verschil. Ten tweede worden Rotterdammers door deze belasting niet getroffen, het gaat immers om een belasting voor bezoekers aan onze stad. De verkiezingen hebben er helemaal niets mee te maken, wij willen de branche een serieuze kans geven met een alternatief te komen. Die kans heeft zij in onze ogen onvoldoende gekregen. Via dit amendement willen wij bereiken dat de invoering ervan met een aantal maanden wordt uitgesteld, zonder dat dit direct tot een gat in de begroting zal leiden. Komt de branche niet met een alternatief, dan zullen wij de belasting alsnog invoeren.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). U vraagt partijen die tot nu toe niets behoeven te betalen uit te leggen hoe wij op een andere manier geld van hen kunnen krijgen. Dat zal hen uiteraard niet lukken. U kunt dit toch niet bij de branche neerleggen? Dit is toch een wassen neus?
De heer MOTI (pvda). De vertegenwoordiger van de branche heeft in de commissie ingesproken en zelf dit voorstel gedaan. Mijn fractie heeft de branche serieus genomen en betrokken bij onze afweging, zoals het een politieke partij betaamt. Dat heeft geleid tot deze motie en dit amendement. Ik reken daarbij op uw steun.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Daarom doe ik mijn best om het te begrijpen. Waarom meldt u het college niet gewoon dat uw fractie deze heffing niet wil en de dekking gewoon wil halen bij bijvoorbeeld het evenementenfonds, het evenementenbudget, het cultuurbudget of het marketingbudget, waarin genoeg ruimte zit. Waarom maakt u deze ingewikkelde omweg? Is dat omdat u tijdens de verkiezingscampagne niet geconfronteerd wil worden met het feit dat u de logiesbelasting hebt ingevoerd?
De heer MOTI (pvda). Ik heb zojuist gezegd dat electorale overwegingen geen rol hebben gespeeld. Rotterdam telt slechts ongeveer zeventig hotelondernemers, u kunt dit volgens mij dan ook niet serieus bedoeld hebben. In de motie kunt u nalezen hoe het zit. Wij vinden dat van bezoekers aan onze stad een bijdrage mag worden gevraagd. Logiesbelasting stuit bij ons niet op principiële bezwaren, maar als er betere manieren zijn om bezoekers om een bijdrage te vragen zullen die goed bekeken worden. Dat is waarom in de motie Moti-Bruijn wordt gevraagd. De branche heeft te weinig tijd gekregen om met een alternatief te komen. Met dit voorstel geven wij haar alsnog de tijd.
Niet alleen van gesubsidieerde instellingen, niet alleen van bezoekers, maar ook van Rotterdammers vraagt het college een bijdrage om de begroting sluitend te krijgen en de keuzen te kunnen financieren. Het college heeft voorgesteld zowel de afvalstoffenbelasting als de rioolbelasting en de parkeerbelasting te verhogen. Met het voorstel tot halvering van de geplande stijging van de rioolbelasting vanwege een reserve uit voorgaande jaren kan de PvdA-fractie instemmen. Sterker nog: de voltallige gemeenteraad heeft in 2006 ingestemd met het meerjarig rioolplan, waarin reeds was opgenomen dat de rioolbelasting in de komende jaren met 8% zou toenemen. Het college stelt de raad voor de stijging in het laatste jaar te halveren tot 4% en dat vinden wij een goede zaak.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Wij hebben tegengestemd. De meerderheid van de raad heeft toen voorgestemd. Wilt u zuiver redeneren?
De heer MOTI (pvda). Inderdaad, het was de meerderheid. De keuze de afvalstoffenbelasting en de parkeerbelasting extra te verhogen kan de PvdA niet steunen. Juist in deze tijden van onzekerheid bij veel Rotterdammers over hun baan en hun inkomen is het verhogen van de afvalstoffenheffing een slechte zaak. Juist nu veel lonen niet of nauwelijks stijgen, is het verhogen van de parkeerbelasting niet verstandig. Volgens mijn fractie zal eerst de overheid de broekriem moeten aanhalen, voordat wij dat in deze tijden Rotterdammers vragen te doen, ‘eigen broekriem eerst’ zouden bepaalde politieke partijen dit misschien noemen. Naar de mening van de PvdA kan dat. De gemeentelijke organisatie is de afgelopen jaren stilletjes, maar substantieel uitgedijd. Het aantal medewerkers is gestegen en in de begroting 2010 wordt het voorstel gedaan de personeelsformatie met 2,6% tot 13.185 fte te laten stijgen. Ten opzichte van 2007, toen nog sprake was van 12.021 fte bij de gemeente Rotterdam, is er zelfs sprake van een stijging van bijna 10%. Terwijl wij van de Rotterdammers vragen de broekriem aan te halen, doet de gemeente de broekriem juist een stukje losser. Wij vinden dit een verkeerd signaal. Voor de PvdA zal de komende jaren de nadruk moeten liggen op de uitvoering. De stad heeft in deze crisistijden geen behoefte aan meer plannen en meer papier. Wij stellen de raad voor het personeelsbestand door middel van een selectieve en gedeeltelijke hervulling van het natuurlijk verloop te laten afnemen met circa 1,5% ofwel, 200 fte. De stijging van 2,6% brengen zouden wij daarmee terugbrengen tot 1%. Wij zien namelijk dat een deel van de stijging nodig is voor het in dienst nemen van meer uitvoerders.
Ik zeg uitdrukkelijk dat wij dit selectief willen doen. Uitvoerende functies dienen wat de PvdA betreft uitgezonderd te worden, de uitvoering heeft immers prioriteit. Bij beleids- en managementfuncties - dit zijn de schaal 9 en hogere functies, circa 30% van de gemeentelijke formatie -, dient de vervulling van het natuurlijk verloop selectief en gedeeltelijk plaats te vinden. De PvdA stelt dus niet dat er een volledig verbod op het natuurlijk verloop moet komen, maar dat juist bij beleids- en managementfuncties dit goed bekeken zal moeten worden. Wij verwachten dat, als slechts de helft van deze functies wordt vervuld, de gemeent e Rotterdam zeker € 10 miljoen zal besparen. Van de PvdA mag deze maatregel al de komende maand van start gaan, vanaf 1 december. Met de opbrengsten van deze personeelsreductie bij de beleids- en managementfuncties kunnen wij de voorgestelde stijgingen van de afvalstoffenheffing - € 4 miljoen - en de parkeerbelasting - € 6 miljoen terugdraaien. Daartoe dienen daarom wij mede namens de fracties van het CDA en GroenLinks de volgende motie en twee amendementen in.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). In de commissievergaderingen hebben wij u horen betogen dat de verhogingen van u mogen doorgaan, omdat ze terecht waren. Wat heeft u uw mening doen wijzigen? Ten tweede wil ik weten waarom u even ver gaat als de voorgestelde lastenverhoging. U wilt de verhogingen op deze punten een beetje terugdraaien, maar u wilt dat niet doen met de lastenverhogingen op andere vlakken, zoals de rioolheffing en de logiesbelasting. Waarom gaat u niet een stapje verder en helpt u de Rotterdammers niet echt via een zekere lastenverlaging?
De heer MOTI (pvda). Op uw tweede vraag heb ik reeds antwoord gegeven. Op uw eerste vraag wil ik een eerlijk antwoord geven: wij kwamen er pas na de commissievergadering, toen wij de bijlagen bij de begroting goed bestudeerden, achter dat sprake zou zijn van een stijging van de formatie. Ik weet niet of andere fracties dit tijdens de commissievergadering al wisten, maar in elk geval is dat niet opgemerkt. Wij zijn er later achter gekomen en zijn van mening dat van de stijging een verkeerd signaal uitgaat.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). De subtiliteit bij Leefbaar Rotterdam ontgaat de PvdA wel vaker. In elk geval hebben wij te maken met veel dekking uit interne en externe personeelskosten. Het college geeft op zichzelf een redelijke uitleg, namelijk dat men zijn formatie een beetje moet verhogen als men minder externen wil inhuren. Mijn fractie heeft aangegeven dat het er eigenlijk om gaat dat handjes die voor ons werken bij elkaar zullen worden gedaan, wat een bepaald bedrag zal opleveren.
De € 10 miljoen waarover u hebt gesproken is wel een hard gegeven. Het zal gaan om € 10 miljoen minder voor mensen die voor de gemeente werken, of zij nu in- of extern zijn. Uw voorkeur gaat uit naar een vacaturestop. Moet ik de motie zo lezen?
De heer MOTI (pvda). U kunt de motie en het amendement dat erbij hoort straks nader bestuderen. Terugkomend op uw eerste vraag constateer ik dat wordt beweerd, dat een stijging van het aantal externen leidt tot een daling van het aantal eigen medewerkers. Ik moet echter ook constateren dat dat in de afgelopen jaren niet het geval is geweest. Sinds 2007 heeft bij de gemeente Rotterdam een personeelsstijging van 10% plaatsgevonden en dat terwijl het aantal externen eveneens is toegenomen. Het zogeheten communicerende vat waarover wij wel vaker hebben gehoord, blijkt in de praktijk niet te bestaan. Dat kan dus niet als argument worden gebruikt bij de stelling dat wij de broekriem niet kunnen aanhalen.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Waar ik de neiging had uw college te geloven zegt u dus ‘het klinkt wel logisch, maar volgens ons is het absoluut niet waar, dus wij trappen hier niet in.’
De heer MOTI (pvda). Wij denken dat het niet waar is, dat een toename van het eigen personeel leidt tot een vermindering van het aantal externen, zoals vaak beweerd wordt. In de afgelopen jaren is zowel de personeelsformatie als het aantal externen toegenomen.
De VOORZITTER . De heer Moti heeft de volgende motie ingediend:
Motie 69, Minder management bij gemeente/lagere belastingen voor Rotterdammers
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat om de begroting sluitend te krijgen het college voorstelt bij bepaalde maatschappelijke organisaties de subsidie te korten en bepaalde lokale belastingen te verhogen;
- dat in de begroting 2010 tevens wordt voorgesteld het aantal ambtenaren te laten stijgen met 2,6% (330 fte);
overwegende:
- dat veel Rotterdammers al in 2010 de broekriem moeten aanhalen;
- dat de gemeente Rotterdam eerst zelf het goede voorbeeld dient te geven door, naast de reeds ingezette efficiencykortingen, haar eigen broekriem dient aan te halen;
- dat de gemeente Rotterdam genoeg goede beleidsplannen en visies heeft en de komende periode zich vooral moet richten op de uitvoering daarvan;
- dat bij een focus en prioriteit voor de uitvoering dit mogelijk moet zijn door een vermindering van met name beleids- en managementfuncties binnen de gemeente Rotterdam;
- dat met een selectieve invulling van het natuurlijk verloop bij dergelijke functies de stijging van het personeelsbestand teruggebracht kan worden van 2,6% naar 2%;
zich realiserende:
dat ook de gemeenteraad hierin een bijdrage kan leveren door zich terughoudender op te stellen met verzoeken voor beleidsstukken;
verzoekt het college:
- de stelpost ‘natuurlijk verloop’ van € 10 miljoen op bovenstaande manier verder in te vullen;
- en hiermee de verhoging van € 4 miljoen van de afvalstoffenbelasting en de verhoging van € 6 miljoen van de parkeerbelastingen terug te draaien;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. R. Moti, A. Yildirim, J.J. Verwijs.
De heer Moti heeft tevens de volgende amendementen met betrekking tot agendapunt 4 ingediend:
Amendement I, Minder management, lagere belastingen
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
besluit:
de begroting 2010 als volgt te wijzigen:
het beleidsveld Verkeer en Vervoer
baten voor reservering te ve rlagen met € 6 miljoen ten behoeve van de ‘parkeeropbrengsten’;
het beleidsveld Schoon
baten voor reservering te verlagen met € 4 miljoen ten behoeve van de ‘afvalstoffenheffing’;
lasten voor reservering te verlagen met € 10 miljoen ten behoeve van een nader over de beleidsvelden te verdelen bezuiniging met betrekking tot het selectief invullen van het natuurlijk verloop.’
w.g. R. Moti, A. Yildirim, J.J. Verwijs.
Amendement J, Geen verhoging Afvalstoffenheffing
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
besluit:
artikel 3, lid 1 als volgt te wijzigen:
de belasting bedraagt per perceel, per kalenderjaar € 259,04.’
w.g. R. Moti, A. Yildirim, J.J. Verwijs.
De heer MOTI (pvda). De ontwikkelingen rondom het project Shared Service Centers hangen met dit punt samen. Al enkele jaren levert dit project niet op wat het behoort op te leveren. De kosten worden almaar hoger en de opbrengsten worden almaar uitgesteld. Het college stelt voor € 2 miljoen extra te investeren in de huisvesting van de SSC. De PvdA wil aan deze uitgave een aantal voorwaarden verbinden. Daartoe dienen wij een motie in.
De VOORZITTER . De heer Moti heeft de volgende motie ingediend:
Motie 70, SSC investeringen terugverdienen
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat het college € 2 miljoen wil investeren voor een klimaatinstallatie aan de Blaak 16;
- dat dit noodzakelijk is voor het uitbreiden van het aantal werkplekken;
- dat SSC (Shared Service Centre) als zelfstandige dienst investeringen dient terug te verdienen;
- de voorziene personeelsgroei in strijd is met eerder genomen besluiten, waarin het doel was het aantal personeelsleden juist te verminderen;
van mening zijnde:
- dat het geïnvesteerde bedrag terug zal moeten worden verdiend en niet eenmalig afgeschreven dient te worden;
- dat de huisvestingsbehoefte en de daarmee gemoeide kosten afgestemd worden aan de hand van een kosten/batenanalyse en het terug te verdienen bedrag;
- dat een overzicht wenselijk is van wie waar precies verantwoordelijk voor is en hoe de beslisboom er precies uit ziet betreffende het kennismanagement;
verzoekt het college:
- aan te geven binnen welke termijn en hoe de investering van € 2 miljoen door SSC terugverdient wordt;
- met een voorstel te komen waarin de huisvestingsbehoefte van de SSC en de daarmee gemoeide kosten aangegeven wordt;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. R.A. Motta.
De heer MOTI (pvda). Tot slot wil ik kort stilstaan bij het rapport van de Rekenkamer over het ICT-beleid van de gemeente Rotterdam en met name bij de aandachtspunten, waarmee de financiële risico’s zouden kunnen worden verminderd of kosten zouden kunnen worden bespaard. Voor de overige aandachtspunten in dit rapport zullen wij aandacht vragen tijdens de bespreking van het rapport door de gemeenteraad, maar wij willen ook dat het volgende punt tijdens de behandeling van de begroting aan de orde komt. Daartoe dien ik mede namens de fractie van GroenLinks een motie in die voor zich spreekt.
De VOORZITTER. De heer Moti heeft de volgende motie ingediend:
Motie 71, ICT-verbeterplan in beeld
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat uit de rapportage foutmelding in beeld gebleken is dat op diverse punten de implementatie van ICT-projecten niet goed verlopen is en hoge meerkosten aan onder andere externe inhuur zijn gemaakt;
overwegende:
- dat concernbreed het gebruik van gestandaardiseerde ICT-architectuur niet meer weg te denken is;
- dat een evenwicht gebracht moet worden tussen de te maken kosten van de ICT-implementatie en de kennisoverdracht en het kennismanagement;
- dat een overzicht wenselijk is van wie waar precies verantwoordelijk voor is en hoe de beslisboom er precies uit ziet betreffende het kennismanagement;
van mening zijnde dat:
- de gemeenteraad meer inzicht moet krijgen over hoe en welke ingevoerde ICT- en informatiesystemen er draaien en met elkaar samenwerken en/of (digitale) gegevens uitwisselen;
verzoekt het college:
- in januari 2010 met een voorstel te komen over een ICT-verbeterplan waarin bovenstaande punten zijn opgenomen;
- in dat voorstel de ontwikkeling van het gemeentelijk kennismanagement mee te nemen en daarin als doel het verminderen van de externe inhuur op te nemen;
- een helder overzicht te presenteren waarin de inverdieneffecten zichtbaar worden gemaakt;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. R.A. Motta.
De heer MOTI (pvda). Ik wil de laatste minuten van mijn spreektijd gebruiken om in te gaan op het voorstel van de SP. Een partij die een alternatieve begroting indient verdient complimenten, omdat het denken over een alternatief altijd aanbevelenswaardig is. De PvdA is het echter niet eens met de keuzen die de SP maakt. Wij verwachten dat deze keuzen zullen leiden tot een verslechtering van de Rotterdamse economie: korten op het EDBR, op de chief marketing officer, op de Shanghai-wereldexpo - waar Rotterdam zich aan de wereld kan laten zien -, op de Tour de France – waarbij wij ons eveneens aan de wereld kunnen laten zien –, dit alles zal niet tot een sterkere economie en meer banen leiden. De manier waarop de SP een greep wil doen in de reserves van de gemeente vindt de PvdA onverantwoord, er € 40 miljoen uit nemen is niet netjes.
In elk geval is h et voorstel van de SP wel serieuzer dan het voorstel van Leefbaar Rotterdam € 70 miljoen aan lastenverlichting door te voeren. De dekking die Leefbaar Rotterdam daarvoor aangeeft vinden wij wel heel gemakkelijk: € 10 miljoen korten op de armoedebestrijding, alsof dat de koopkracht van Rotterdammers zou verbeteren, € 10 miljoen korten op het jeugdbeleid, alsof dat goed zou zijn voor de Rotterdammers, € 10 miljoen korten op participatie, alsof dat de Rotterdammers zou helpen. Leefbaar Rotterdammer heeft aangegeven dat het elke motie zal steunen, waarin wordt voorgesteld bij de deelgemeenten de trap-op/trap-afsystematiek in te voeren. Dit stelt de amendementen E en F van Leefbaar Rotterdam in een vreemd daglicht. Daarin stelt Leefbaar Rotterdam namelijk voor het deelgemeentefonds te korten, zonder dat daarbij een relatie wordt gelegd met de trap-op/trap-afsystematiek. Kan ik ervan uitgaan dat Leefbaar Rotterdam beide amendementen zal intrekken?
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Nee, daarvan mag u niet uitgaan. Wij vinden dat waar technisch wordt gewijzigd de trap-op/trap-afsystematiek mag worden toegepast, maar voor het overige zijn wij tegen deelgemeenten, dus elke mogelijkheid die wij zien er een bedrag vanaf te halen – dat wordt mogelijk via deze amendementen – grijpen wij aan.
De heer MOTI (pvda). Dat is volgens mij niet consequent.
De begroting is solide en dekkend en dat geldt ook voor de wijziging die de PvdA heeft voorgesteld. Wij zullen slechts wijzigingsvoorstellen steunen die de soliditeit en de mate van dekking niet zullen verminderen.
De VOORZITTER . Ik wijs erop dat de PvdA-fractie de spreektijd die haar was toebedeeld voor de ochtend- én de middagsessie inmiddels heeft verbruikt. De PvdA-fractie mag vanmiddag wel meedoen aan de beraadslagingen, maar teert dan wel in op de spreektijd tijdens de avondzitting.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Ik heb hier moeite mee. Hoe minder PvdA in de gemeenteraad hoe beter, maar het is wel een coalitiepartij waarmee het debat gevoerd moet kunnen worden. Dat zij haar benzine heeft verbruikt vind ik jammer.
De VOORZITTER . De PvdA-fractie zal haar spreektijd voor de avondsessie vanmiddag kunnen verbruiken. Dit is conform de afspraak die ik met de raad heb gemaakt.
Ik schors de vergadering.
(Hierna wordt enkele minuten gepauzeerd.)
De VOORZITTER . Ik heropen de vergadering en wil melding maken van het feit dat het met onze wethouder Financiën in fysiek opzicht niet goed gaat. Hij is ziek en wij vonden het na overleg met hem verstandig hem te adviseren de beraadslaging te staken en naar huis te gaan. Hij is inmiddels vertrokken, ik heb de fractievoorzitters hierover geïnformeerd. De loco-burgemeest er, die tevens de wethouder is die over zorg gaat, zal proberen de taak van de wethouder Financiën op zich te nemen. Het woord is aan de heer Co?kun.
De heer CO?KUN (sp). Mijnheer de voorzitter. Deze ontwikkeling geeft een dramatische wending aan het deb at, dat gaat over de begroting voor 2010. In elk geval wens ik wethouder Bolsius alle sterkte en hoop dat hij weer snel in goede gezondheid bij ons kan zijn. Het debat moet immers ook met hem worden gevoerd.
Ik heb 36 minuten lang met open mond naar de heer Van Heemst zitten luisteren. Hij heeft niets gezegd over de begroting 2010, terwijl dat het onderwerp van de vergadering is. Hij heeft 36 minuten lang een soort afscheidsrede gehouden, waaruit blijkt dat hij trots is op Rotterdam. Dat zijn wij ook, wij zijn zeer trots op de Rotterdammers die keihard werken om van deze stad iets moois te maken. Het is een beetje wrang de credits daarvoor bij het college te leggen. George van Gent heeft tijdens de laatste begrotingsbehandeling waaraan hij heeft deelgenomen geroepen dat hij de begroting die wij toen bespraken ‘de beste begroting ooit’ vond. Iedereen weet hoe slecht het bij de daarop volgende verkiezingen met de heer Van Gent is afgelopen. Voordat men gaat roepen dat dit ‘het beste college ooit’ is, zou men zich eerst moeten afvragen wat de kiezers ervan vinden.
Daarna kwam de heer Moti aan het woord, die gaten schoot in de begroting van het college. Het zijn gaten die betrekking hebben op de periode tot 1 juli. Zullen wij dan ook maar de begroting tot 1 juli aannemen? Dat lijkt ons verstandig, omdat het daarna anders kan. Het is niet zo dat wij dit het meest rechtse college ooit vinden, maar het is wel een college van veel gemiste kansen en daarom hebben wij onze bijdrage aan dit debat ‘Omdat het zoveel beter kan’ genoemd. Laatst las ik deze uitdrukking ergens en dacht meteen ‘dit is typisch iets dat slaat op dit college’. Het is de laatste begroting van een college dat vorig jaar al was uitgeregeerd. De voorzitter sprong in januari op een boemeltreintje waarvan niet duidelijk is waarheen het rijdt. In 2009 zijn onder zijn ogen weer drie wethouders uitgestapt en kuchend en puffend strompelt men verder richting de verkiezingen van 3 maart. De kiezers zullen dan de nieuwe koers bepalen en de nieuwe bestuurders aanwijzen die daarbij horen. De SP heeft daarin het volste vertrouwen en is er klaar voor.
Het vorig jaar begon de crisis en de gevolgen ervan kondigden zich aan. Het college besloot toen tot een jaartje afwachten ofwel tot pappen en nathouden. Dit jaar lezen wij op de eerste pagina’s van de begroting weer veel mooie woorden, maar daaruit volgen nauwelijks daden. Langzaam wordt zichtbaar wie de rekening van de crisis mag betalen en dat zijn niet de banken, de speculanten en de grote graaiers, die de veroorzakers van de crisis zijn. Natuurlijk is het aanpakken van deze mensen in de eerste plaats een taak van de regering en de Tweede Kamer, maar een gemeentebestuur hoeft niet mee te doen aan het belonen van projectontwikkelaars. Het gemeentebestuur zou de gewone, hardwerkende Rotterdammers kunnen beschermen tegen hogere werkloosheid, inkomensverlies en verpaupering van hun wijken. Het college heeft er de mond van vol, maar op straat, op de markt, in het buurthuis, in de kantine en achter de voordeur vertellen de Rotterdammers een heel ander verhaal. Zij merken weinig van uw zogenaamde daadkracht. In plaats daarvan staan uw zogeheten grote projecten volgens uw eigen monitor op rood of oranje. Het college doet daarover geheimzinnig en wil het er liever niet over hebben, maar bij de lancering ervan werden zijn luchtkastelen in de media breed uitgemeten, meestal voorzien van fraaie artist impressions. Twee jaar later was er weer een nieuwe versie van en daarna opnieuw en op die manier probeert het college voortdurend applaus te oogsten en prijzen in de wacht te slepen – volgens de heer Van Heemst is de prijzenkast van het college vol –, maar het college tilt deze projecten niet werkelijk van de grond. Het blijft al jaren gebakken lucht, met als meest pregnante voorbeeld het Warmtebedrijf, dat volgens toenmalig Leefbaar Rotterdam-wethouder Van Sluis nu al volop zou draaien met een rendement van 8%. Natuurlijk ligt het nooit aan het college en altijd aan anderen – aan de Shell of nu weer aan de AVR –, maar het is een feit dat de gemeente met het risico en de gebakken peren blijft zitten. In dit geval is nu al meer dan € 30 miljoen down the drain en moeten wij nog maar zien of daarvan ooit een cent zal terugkomen. Om die reden heeft de SP-fractie een spoeddebat aangevraagd over de sluiting van de verwerkingsinstallatie aan de Brielselaan en de gevolgen daarvan voor de Rotterdammers die er werken, voor de Rotterdamse afvalverwerking, voor ons Warmtebedrijf en voor de omwonenden in Charlois. Zo stopt het college lijken in de kast voor het volgende college. Wat dacht u van het SS Rotterdam, van de Markthal of van de Topsporthal? De lijst is lang en overal loopt de gemeente grote risico’s of moet zij veel geld bijleggen om ze überhaupt in leven te houden. Dat kan anders en moet anders. Het roer moet om en daarna wil de SP met eigen wethouders het roer vasthouden. De SP heeft haar plannen klaar. Op 29 oktober hebben wij onze alternatieve begroting gepresenteerd onder het motto ‘een beter Rotterdam voor hetzelfde geld’. Tot nu toe hebben wij hierop geen enkele reactie van de kant van het college vernomen. De heer Moti heeft gezegd dat hij het niet eens is met onze keuze de financieringsreserve een beetje te verlagen, terwijl het college ons gisteren heeft medegedeeld dat het een nieu we meevaller van € 25 miljoen aan rente heeft, dus waarover praten wij? Over financiën moeten hij en ik nog maar eens praten, dan kan ik hem een cursus financiën geven, om het maar eens arrogant te zeggen.
In elk geval hebben wij van het college geen reac tie gekregen. Het kan zijn dat het college met stomheid is geslagen, omdat het zelf niet op het idee is gekomen dat de koers moet worden verzet, bijvoorbeeld omdat het crisis is en de werkloosheid oploopt. De SP stelt een plan van arbeid voor, waarbij de gemeente in vier jaar zal zorgen voor 2000 additionele arbeidsplaatsen. Wethouder Schrijer heeft de afgelopen week héél toevallig – ik wil niet suggereren dat hij eerst onze begroting heeft gelezen – een plan gepresenteerd waarin hij volgens het persbericht alle Rotterdammers een baan in 2010 belooft. Bij nadere bestudering blijkt het echter niet om alle Rotterdammers te gaan en evenmin om echte banen. Het enige nieuwe aan zijn plan is een USB-stick met een filmpje dat mensen behulpzaam kan zijn als zij gaan solliciteren. Dat is leuk en modern, maar zo moet het niet. Voortdurend roepen dat de werkloosheid in Rotterdam met duizenden oploopt maar dat het in andere steden nog veel erger is, helpt Jan Splinter niet door de winter. Daarmee worden de 128 mensen aan de Brielselaan die deze week te horen hebben gekregen dat zij per 1 januari op straat zullen staan niet aan een baan geholpen. Wij hebben het college lange tijd horen roepen dat het met de kansen van allochtone jongeren wel goed zal komen als zij maar lang genoeg studeren, maar helaas blijkt dit niet waar te zijn, jongeren komen nog steeds niet aan de bak en worden daarvan behoorlijk onzeker. Arbeidsdiscriminatie is een reëel probleem, evenals het feit dat veel Rotterdamse jongeren werkloos blijven, maar het college heeft aangegeven dat het voor deze groep niets speciaals zal doen. Wij hebben voor deze groep een voorstel gemaakt en dienen daartoe een motie in.
Het is leuk te vertellen dat het in de haven weer beter gaat en jongeren daar straks aan de slag zullen kunnen, maar wat doet het college voor de honderden ervaren havenwerkers van de SHB, die nu alweer maanden thuis zitten? Ook hierover dienen wij een motie in.
De SP stelt voor een maatschappij ter bevordering van de wijkeconomie op te zetten. In on ze alternatieve motie kunt u lezen hoe dat zit. Uit onze alternatieve begroting blijkt dat wij ook € 100 miljoen willen investeren in een nieuw gemeentelijk woningbedrijf. Honderd miljoen voor de aankoop en verbetering van slecht onderhouden particuliere w oningen, bijvoorbeeld in de Tarwewijk, een idee dat al jaren geleden had moeten worden opgepakt en juist nu, nu de woningbouw tot stilstand is gekomen, op uitvoering ligt te wachten.
Het is ook leuk dat het college héél toevallig in een persbericht heeft aangegeven – hieruit blijkt dat sprake is van voortschrijdend inzicht – dat het wil overgaan tot minder sloop en tot de bouw van meer betaalbare woningen. Dit inzicht komt echter wel te laat en is te mager. Het college wil plotseling meer investeren in de bestaande woningvoorraad, terwijl de Woonvisie van het college niet wordt aangepast. Een Woonvisie waartegen de SP als sinds 1996 strijdt, omdat daarin sprake is van veel sloop en weinig betaalbare woningen. Een Woonvisie waarvan beoogd PvdA-lijsttrekker Karakus de vleesgeworden vertegenwoordiger is. Aan zijn voorganger Pastors konden wij nog zien dat hij het meende als hij zei dat hij geen sociale huurwoningen in Rotterdam meer wilde bouwen met het doel zoveel mogelijk minder rijke inwoners naar de randgemeenten te verwijzen. Leefbaar Rotterdam dacht op die manier van nogal wat migranten af te kunnen komen. Van de PvdA hadden wij in de afgelopen jaren iets anders verwacht, maar wethouder Karakus praat alleen zijn ambtenaren na. Onder druk van de corporaties, de stagnerende bouw en de oplopende woningnood komt daarin nu verandering. Hulde voor dit inzicht, maar het komt te laat om de gaten in de bouwproductie van 2008 en 2009 te vullen. Het is de hoogste tijd voor een wethouder Volkshuisvesting, maar dan wel een echte. Ook hierover dienen wij een motie in. De nieuwe wethouder Volkshuisvesting zou straks zomaar Leo de Kleijn kunnen zijn.
Het is tevens de hoogste tijd voor andere bestuurders op de overige posten. Wij moeten niet de burgemeester volhangen met politieke functies, zoals de International Advisory Board Rotterdam het college heeft voorgesteld. Niet gehinderd door enige kennis van het Nederlandse politieke bestel kwamen de dames en heren de vorige week tijdens hun dure netwerkborrel tot het advies van vier wethouders en een overbelaste burgemeester. De SP heeft steeds gezegd dat zij zes wethouders genoeg vindt, dat zijn er twee minder dan de huidige coalitie had en voor ogen heeft, maar wel twee meer dan in het voorstel van de overbodige IABR. Met haar nutteloze voorstel heeft de IABR haar overbodigheid voldoende aangetoond en kan ze worden opgeheven, dat zou weer enkele honderdduizenden euro’s schelen.
Dat geldt ook voor de EDBR, die door de heer Moti gekoesterd wordt. De EDBR is overigens de enige cl ub die blij is met een bezuiniging van € 600.000,-, omdat deze club daardoor gedwongen is doelmatiger te werken, zegt ze. Laten wij stoppen met het pamperen van deze club en haar niet langer met dure etentjes belonen voor een gesprekj e met de burgemeester, men kan ook voor € 40,- heel lekker eten. Wij zullen in dat geval kunnen zien hoe doelmatig de dames en heren ondernemers dan worden. Geef hun niks, dan worden zij pas echt doelmatig. De vorige week bespraken wij het marktonderzoek in het kader van de Ant illianen- en Marokkanentafels en de onkosten die daarmee zijn gemoeid, maar het marktonderzoek onder ondernemers, dat het college van Leefbaar Rotterdam in 2002 is begonnen, onder meer met een Ondernemersontbijt en zakenfestivals, en door het huidige college gecontinueerd, kan beter en goedkoper.
Het is tijd voor een trendbreuk . De continuïteit die de PvdA-lijsttrekker in 2006 zocht heeft nu wel lang genoeg geduurd. De crisis vraagt om een ander geluid en om andere oplossingen voor de problemen van 2010. Onze alternatieve begroting staat vol met voorstellen tot het verleggen van de koers. De lokale lasten kunnen bijvoorbeeld eerlijker worden verdeeld, dat heb ik het vorig jaar ook al voorgesteld. College, doe dat nu eindelijk eens, zodat de sterkste schouders de zwaarste lasten gaan dragen!
Het college kondigt eerst bezuinigingen aan, onder meer bij Blijdorp en vele andere instellingen, laat deze instellingen half redden door de coalitiepartijen PvdA, GroenLinks en het CDA en hoopt dat de bevolking dan staat te juichen. Huichelarij, noemen wij dat. Als Leefbaar Rotterdam of de SP of andere fracties bezuinigingen voorstellen, dan bespreken wij dat in de commissies, waarna ze alle worden weggestemd door de PvdA, omdat die partij zo nodig zelf vooraan op het lijstje wil komen. Namens de coalitie dient zij moties in en vertelt zij op TV Rijnmond dat zij hoopt dat haar voorstellen worden gesteund ‘want wij hebben maar een nipte meerderheid van 23 tegen 22’. Alsof de oppositie vóór bezuinigen op Blijdorp is. Hoe hypocriet kan men zijn!
In een motie stellen wij de raad voor niet te bezuinigen op de brede scholen. Het signaal dat het college heeft afgegeven moet eerst van tafel alvorens maatwerk kan worden geleverd na twee jaar succesvol investeren. Juist nu er draagvlak is onder de scholen moet u dit niet in de kiem smoren. Uw bezuinigingen kosten banen, banen van Rotterdammers. In plaats van de dienst JOS mag dan de dienst SoZaWe opdraaien voor de kosten, tel uit uw winst! Het is zero winst, maar veel maatschappelijk verlies. Hetzelfde geldt voor het plan van het college de dagloonregeling af te schaffen. Iedereen juicht bij de inzet van daklozen en verslaafden bij het schoonhouden van de openbare ruimte, maar het college stuurt deze mensen weer naar een plek achter de geraniums, die zij niet eens hebben. De dagloners zijn een aparte doelgroep, het is goed te bekijken welke mensen een beetje hogerop kunnen komen, maar het contant betalen motiveert de mensen enorm en geeft hun zelfrespect. Het maakt ons niet uit welke regeling er komt, als het voor bepaalde mensen uit deze doelgroep maar wel mogelijk blijft dat zij per dag contant worden betaald, en wel € 15,-. Mede namens de fractie van D66 dienen wij hierover een motie in.
Het college moet niet langer de ogen sluite n voor de duizenden Rotterdammers die niet over de juiste papieren beschikken. Een noodfonds zou moeten worden opgericht, waaruit de schrijnende gevallen tijdelijk opvang en leefgeld kunnen krijgen. De SP vindt het ook heel belangrijk dat jongeren van 16 jaar voor een laatste keer door de jeugdarts van de GGD worden gezien, dit om hun psycho-sociale ontwikkeling in de gaten te houden. Vrijwel het gehele kabinet, de zorgsector en het maatschappelijk middenveld zijn dit met ons eens, wij vinden dan ook dat Rotterdam hierbij voorop zou moeten lopen.
Wij zijn benieuwd of de raad de LOV zal willen steunen. In de afgelopen week heeft de LOV van een vergelijkbare organisatie in Den Haag een prijs gekregen als parel van de integratie. De voorzitter van de jury was ene meneer Aboutaleb, u allen welbekend. Het kan niet zo zijn dat hij aan de ene kant een prijs uitdeelt aan een parel van de integratie en dezelfde organisatie haar subsidie afpakt.
Het is de hoogste tijd ouderen en gehandicapten, die aangewezen zijn op Vervoer op Maat op dezelfde manier te behandelen als Rotterdammers boven de 65, die wel van het gewone openbaar vervoer gebruik kunnen maken. Vervoer op Maat kan en moet gratis, dit project kost ons blijkens de antwoorden op onze vragen hierover veel minder dan wethouder Kriens ons maandenlang heeft willen doen geloven. Ook hierover dienen wij een motie in.
Wij vinden het niet nodig bewoners te laten opdraaien voor de parkeerdruk in en om het centrum. Wij willen de beoogde verhoging van de parkeertarieven voor hen tegengaan en dienen hierover een motie in.
Onze alternatieve begroting telt tientallen voorstellen en ons amendement gaat slechts om een kleine financiële wijziging van het bestaande beleid: ongeveer € 50 miljoen op € 3.500 miljoen, dus nog geen 2%. Met een beetje minder inhuur van externen, met een beter beheer van de middelen voor ICT, met een verantwoorde afbouw van een overbodige financieringsreserve, met wat efficiënter omgaan met de deelgemeenten en met wat bescheidener buitenlandse reizen zou dit alles gemakkelijk kunnen worden betaald. Bij uitvoering van de SP-voorstellen zouden wij zelfs nog geld overhouden. Ook de bestaande middelen kunnen en moeten binnen de beleidsvelden anders worden ingezet. Dat kan alleen als de veiligheidsbril wordt afgezet en als de focus op de wijken eindelijk van woorden in daden wordt omgezet. Voor ons is de buurt de maat van de problemen, daar kunnen wij de onbetaalbare inzet en de passie die de vele tienduizenden vrijwilligers genereren – dit zijn de echte trotse Rotterdammers, mijnheer Van Heemst – vruchtbaar laten zijn, maar dat kan alleen als het college beseft dat de koers gewijzigd moet worden. Alleen dan zullen wij een beter Rotterdam krijgen voor hetzelfde geld.
De VOORZITTER . De heer Co?kun heeft de volgende moties ingediend:
Motie 72, dagloon
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat het college de dagloonregeling zoals die nu bestaa t per 1 januari 2010 wil afschaffen, omdat de huidige regel juridisch niet houdbaar is;
overwegende:
- dat de Rotterdammers die zich nuttig maken middels de dagloonregeling tot een kwetsbare doelgroep behoren;
- dat elke dag contant uitbetaald krijgen ervoor zorgt dat deze groep een vergroot gevoel van eigenwaarde krijgt;
- dat uit onderzoek en vooral ook de dagelijkse praktijd blijkt dat het contact uitbetalen werkt en mensen enorm motiveert om aan de slag te gaan;
- dat het mogelijk moet zijn een creatiev e oplossing te vinden om toch € 15,- contant per dag uit te betalen en geen maximum aan het aantal gewerkte dagen te stellen;
draagt het college op:
ervoor de zorgen dat vanaf 1 januari 2010 de mogelijkheid blijft bestaan aan de doelgroep maatschappelijke opvang per dag een contant bedrag van € 15,- uit te keren als beloning voor een dag werken en dit zonder beperking aan het aantal gewerkte dagen per week;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. J. Strörmann, S. Belhaj.
Motie 73, Arbeidsdiscriminatie allochtone jongeren
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat discriminatie van allochtone jongeren op de arbeidsmarkt een groot probleem is dat bevestigd wordt door onderzoek en dat het stadsbestuur niets voelt voor een aparte aanpak van dit probleem;
overwegende:
- dat lang is gedacht dat een goede opleiding borg stond voor een eerlijke kans op de arbeidsmarkt, maar dat dit niet zo uitpakt, want goed opgeleide jongeren hebben nog steeds een flinke achterstand op de arbeidsmarkt;
- dat dit zorgt voor frustratie en verlies van zelfvertrouwen bij deze jongeren dat op zijn beurt weer voor minder kansen bij het solliciteren zorgt;
- dat nog heel wat bedrijven en organisaties in Rotterdam onvoldoende diversiteit vertonen;
vraagt het college:
- geen overheidsopdrachten meer te gunnen aan bedrijven die onvoldoende diversiteit vertonen en daar ook geen plan van aanpak voor hebben;
- alle middelgrote en grote bedrijven door te lichten en hun mate van diversiteit en na dat onderzoek matig tot slecht scorende bedrijven te ondersteunen in hun aanpak;
- ervoor zorg te dragen dat op middelbare scholen en daarna op MBO, HBO en universitaire opleidingen aandacht wordt besteed aan het weerbaar maken van de toekomstige allochtone sollicitanten door middel van sollicitatietraniningen;
- te zorgen voor speciale begeleiding bij het CWI of mobiliteitscentrum;
- te zorgen voor genoeg diversiteit en dan niet alleen in de laagste loonschalen bij de gemeente Rotterdam zelf;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. J. Strörmann.
Motie 74, Bezuinigingen brede school van tafel
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat scholen en zijn medewerkers de afgelopen twee jaar veel tijd en moeite hebben geïnvesteerd om het project Brede School op te zetten en het project z’n eerste vruchten begint af te werpen;
voorts constaterende:
dat het college per brief heeft aangekondigd in 2010 € 2 miljoen te willen bezuinigen op de coördinatoren van de Brede School;
overwegende:
- dat de concepten verlengde schooldag en brede school kunnen rekenen op breed draagvlak onder onderwijzers en ouders;
- dat het dus een verkeerd s ignaal is de middelen hiervoor weg te halen;
- dat het niet zo kan zijn dat onderwijzers de extra last van de coördinatie op hun schouders krijgen;
draagt het college op de bezuinigingen op de brede school-coördinatoren terug te draaien, vervolgens blanco met de scholen in gesprek te gaan en met het welzijnswerk om maatwerk te bewerkstelligen bij de Brede School;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. T.S.J. Co?kun.
Motie 74, Extra contactmoment JGZ 16-jarigen
‘De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen in vergadering op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
overwegende:
- dat het zeer goed zou zijn als 16-jarigen Rotterdammers nog e en laatste keer door de jeugdarts gezien zouden worden, omdat juist jongeren van die leeftijd te kampen hebben met grote lichamelijke en psychosociale veranderen;
- dat een onderzoek door en een gesprek met een jeugdarts over lichamelijke ontwikkeling, seksualiteit, pesten, voeding, drugs- en drankgebruik etc. problemen met gezondheid en/of psychosociale problemen kan voorkomen;
draagt het college op:
te onderzoeken wat zo’n extra contactmoment de gemeente per jaar zou kosten en daarover voor 1 januari 2010 te rapporteren aan de gemeenteraad;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. J. Strörmann.
Motie 76, gratis Vervoer op Maat
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat de gemeente Rotterdam 65-plussers structureel gratis openbaar vervoer biedt;
overwegende:
- dat dit gratis OV voor 65-plussers met relatief weinig middelen uitgebreid kan worden naar gratis Vervoer op Maat voor alle VolM-geïndiceerden;
- dat juist voor deze doelgroep gratis reizen een aanzienlijke verlichting van de uitgaven zou betekenen;
- dat juist voor deze doelgroep veel te winnen is in de zin van het voorkomen van sociaal isolement en volwaardig mee kunnen doen aan het maatschappelijk leven;
draagt het college op:
per 1 januari 2010 Vervoer op Maat gratis te maken voor de geïndiceerde reizigers;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. J. Strörmann, L.P.M. de Kleijn, T.S.J. Co?kun.
Motie 77, ex-SHB’ers aan het werk
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat het merendeel van de ontslagen werkne mers van de havenpool SHB nog steeds werkloos thuis zit;
overwegende:
- dat de burgemeester, het college, het Havenbedrijf Rotterdam en de werkgevers blijkens uitlatingen in de media positief zijn over de kansen op werk in de haven voor jongeren die flexibel en goedkoop zijn;
- dat dit in schril contrast staat met gebrek aan inspanningen van het college, het Havenbedrijf Rotterdam en de werkgevers om de ex-SHB-ers aan het werk te helpen in de haven;
draagt het college op:
op korte termijn een ‘haventop’ te organiseren met vertegenwoordigers van de vakbeweging, het HbR en de werkgevers met als doel de honderden werkloze ex-SHB’ers aan regulier werk in de haven te helpen en hierover voor het einde van het jaar te rapporteren aan de raad;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. L.P.M. de Kleijn.
Motie 78, Minder sloop, ook in Nieuw Crooswijk
‘De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen in vergadering op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat het college onlangs met vijfenveertig marktpartijen afspraken heef gemaakt om minder woningen dan gepland te slopen, meer betaalbare nieuwbouw te realiseren en meer in te zetten op hergebruik en renovatie van de bestaande woningvoorraad;
overwegende:
- dat het voor de hand ligt dat dit nieuwe inzicht en de verslechterde markt voor dure en middeldure koopwoningen ook gevolg heeft voor bestaande plannen, zoals de uitvoering van het masterplan Nieuw Crooswijk;
- dat de gemeenteraad bij de vaststelling van het masterplan en bestemmingsplan Nieuw Crooswijk uitdrukkelijk de mogelijkheid heeft vastgelegd om tussentijds het plan aan te passen bij gewijzigde omstandigheden;
- dat de helft van de woningen in Nieuw Crooswijk nog niet gesloopt is en een groot deel daarvan prima in aanmerking komt voor hergebruik en renovatie volgens de nieuwe afspraken en visie;
draagt het college op met de OCNC onderhandelingen te starten over herziening van het masterplan, waarbij renovatie in plaats van sloop van het resterende deel van de wijk het uitgangspunt is en over de resultaten hiervan te rapporteren aan de raad;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. L.P.M. de Kleijn.
Motie 79, Geen ‘vijftig cent van Vervat’
‘De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen in vergadering op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
dat het college voornemens is het tarief voor bewonersparkeren in de Rotterdamse wijken met betaald parkeren met vijftig eurocent te verhogen in 2010;
overwegende:
dat dit een kleine, maar onnodige lastenverzwaring is voor veel Rotterdammers die in 2010 toch al te maken zullen krijgen met minder inkomsten en hogere uitgaven;
draagt het college op:
af te zien van de voorgenomen verhoging van het parkeertarief voor bewoners met vijftig eurocent;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. L.P.M. de Kleijn.
Motie 80, Parkeren op straat voor bewoners gratis
‘De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen in vergadering op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende’:
dat bewoners die in het bezit zijn van een auto in wijken met betaald parkeren te maken hebben met hogere lasten van meer dan € 100,- jaarlijks in vergelijking met Rotterdammers die in wijken wonen zonder betaald parkeren;
overwegende:
- dat het middel betaald parkeren bedoeld is om de parkeerdruk in w ijken waar dit nodig is te verlichten door een drempel op te werpen voor vermijdbare parkeerbewegingen in de wijk;
- dat het middel betaald parkeren niet bedoeld is om bewoners die geen keuze hebben op kosten te jagen;
draagt het college op:
op korte termijn met een voorstel te komen het tarief voor de parkeervergunning voor de eerste auto per huishouden binnen vier jaar af te bouwen naar nul;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. L.P.M. de Kleijn.
Motie 81, Gratis Rotterdampas voor jongeren
‘De gemeente Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november ter bespreking van de begroting voor het jaar 2010 van de gemeente Rotterdam;
overwegende:
- dat het wenselijk is dat Rotterdamse jongeren zoveel mogelijk gebruik maken van het Rotterdamse cultuur- en voorzieningenaanbod;
- dat enkele jaren geleden alle jongeren die 18 jaar werden een gratis Rotterdampas ontvingen en de kosten daarvan betrekkelijk gering waren;
draagt het college op:
- alle jongeren die 18 jaar worden een gratis Rotterdampas te verstrekk en voor de duur van één jaar en hen te stimuleren die daarna te behouden;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. T.S.J. Co?kun.
Motie 82, Taakstelling kosten ICT
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting voor het jaar 2010 van de gemeente Rotterdam;
overwegende:
- dat de Rekenkamer Rotterdam in het rapport ‘Foutmelding in beeld’ heeft vastgesteld dat sprake is van gebrekkige politieke en ambtelijke aansturing van ICT-projecten en sprake is van structurele kostenoverschrijdingen;
- dat de SP Rotterdam in een notitie ‘Rotterdam, open u’ heeft beargumenteerd dat het mogelijk is op termijn besparingen op de ICT te boeken door het landelijke actieplan NoiV enthousiast uit te voeren;
draagt he t college op:
- een taakstelling van € 5 miljoen in te boeken op de jaarlijkse ICT-kosten van het concern Rotterdam en deze te bereiken door betere aansturing van met name grote ICT-projecten en door het op termijn inzetten van open source-software;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. T.S.J. Co?kun.
Motie 83, Conducteurs in de metro
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting voor het jaar 2010 van de gemeente Rotterdam;
constaterende:
- dat de veiligheid in de metro door veel Rotterdammers, met name ’s avonds, als onvoldoende wordt ervaren;
overwegende:
- dat menselijk toezicht beter is dan camera’s als het gaat om het veiligheidsgevoel en de mogelijkheid om in te grijpen om onveilige situaties te beëindigen;
- dat de RET graag, net als in de tram, in de metro conducteurs wil laten meereizen om de veiligheid te vergroten;
- dat het rijk tot dusver niet bereid is geweest daaraan een financiële bijdrage te leveren;
draagt het college op:
- in 2010 al te starten met een geleidelijke invoering van menselijk toezicht in de metro;
- daarvoor de stadsregio Rotterdam om een financiële bijdrage te verzoeken en daarnaast bij het rijk te lobbyen voor structurele middelen om de kosten van de conducteurs in de metro te dekken;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. T.S.J. Co?kun.
De heer Co?kun heeft voorts het volgende, bij de alternatieve begroting van de SP-fractie behorende amendement ingediend:
Amendement, Een beter Rotterdam voor hetzelfde geld
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting voor het jaar 2010 van de gemeente Rotterdam;
gelezen de alternatieve begroting van de SP ‘Een beter Rotterdam voor hetzelfde geld’ en de daarin opgenomen overwegingen tot de zijne makend;
besluit:
ter dekking van de in deze alternatieve begroting opgenomen voorstellen de begroting van de baten en lasten voor jaar 2010 als volgt te wijzigen:
1. de lasten van het beleidsveld Raad met € 800.000,- te verlagen ten gunste van de algemene middelen;
2. de lasten van het beleidsveld College met € 5.888.000,- te verlagen ten gunste van de algemene middelen;
3. de lasten van het beleidsveld Deelgemeenten met € 12.700.000,- te verlagen ten gunste van de algemene middelen en het college op te dragen een technische begrotingscorrectie uit te voeren om de taken van de huidige deelgemeenten onder de andere beleidsvelden onder te brengen;
4. de lasten van beleidsveld Sport en recreatie met € 2.9555.000,- te verhogen ten lasten van de algemene middelen;
5. de lasten van het beleidsveld Volksgezondheid en Maatschappelijke opvang met € 1.800.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
6. de lasten van het beleidsveld Participatie met € 9.250.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
7. de lasten van het beleidsveld Cultuur met € 310.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
8. de lasten van het beleidsveld Onderwijs met € 2.000.000 ,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
9. de lasten van het beleidsveld Jeugd met € 3.150.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
10. de lasten van het beleidsveld Werk en inkomen met € 3.000.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
11. de lasten van het beleidsveld Sociale werkvoorziening met € 1.931.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
12. de lasten van het beleidsveld Openbare orde en veiligheid met € 3.869.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
13. de lasten van het beleidsveld Verkeer en vervoer met € 5.500.000,- te verhogen ten lasten van de algemene middelen;
14. de lasten van het beleidsveld Wonen en Ruimtelijke ordening met € 7.150.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
15. de lasten van het beleidsveld Openbare werken met € 5.000.000,- te verlagen ten gunste van de algemene middelen;
16. de lasten van het beleidsveld Economie en haven met € 1.500.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
17. de lasten van het beleidsveld Milieu met € 400.000,- te verhogen ten laste van de algemene middelen;
18. de lasten van het beleidsveld Algemene middelen met € 26.120.000,- te verhogen conform het overzicht op pagina 13 van de alternatieve begroting van de SP.”
w.g. T.S.J. Co?kun, J. Strörmann, L.P.M. de Kleijn.
De VOORZITTER. Het woord is aan mevrouw Duys.
Mevrouw DUYS (cda). Mijnheer de voorzitter. Wij bespreken vandaag de laatste begroting van het huidige college, dus dit is hét moment om de balans op te maken e n vooruit te blikken. Wij kijken terug op de afgelopen periode: hoe hebben wij het er van af gebracht, welke resultaten zijn geboekt, wat ging minder goed en waar liggen nog enorme uitdagingen?
Het mooiste resultaat vind ik het toegenomen vertrouwen in de samenleving tussen Rotterdammers onderling, maar ook van de bevolking en maatschappelijke organisaties in het stadsbestuur. Ik merk dat in gesprekken, het is voelbaar en dat moeten wij vasthouden. Dit is mede te danken aan het feit dat zaken die het samenleven in deze stad complex maken, die soms zorgen voor ergernissen, onbegrip en angstgevoelens, steeds minder met de mantel der liefde worden bedekt. Taboes en problemen worden benoemd zonder groepen te stigmatiseren. Ik ben ervan overtuigd dat steeds meer Rotterdammers ervaren dat de politiek heeft geleerd van het signaal dat zij in 2002 hebben afgegeven.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Kan mevrouw Duys ons uitleggen waarom haar coalitiegenoot, de heer Van Heemst, ons ‘racisten’ heeft genoemd?
Mevrouw DUYS (cda). Ik ben het met die kwalificatie niet eens…
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Mevrouw Duys zegt dat ‘we’ veel geleerd hebben. Sommige mensen hebben inderdaad veel geleerd, maar er zijn ook mensen die helemaal niets hebben geleerd.
De heer VAN HEEMST (pvda). Waar haalt de heer Pastors dat citaat vandaan?
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Uit het langste stuk dat u in de afgelopen vier jaar hebt geschreven, namelijk de 8-regelige column op uw eigen website.
De heer VAN HEEMST (pvda). In die column heb ik blootgelegd hoe kinderachtig en onbenullig u altijd op zaken reageert. Dat was geen grapje noch cynisme, want qua cynisme valt Leefbaar Rotterdam niet af te troeven. In mijn column heb ik uitgelegd dat, als anderen lelijke dingen over u zeggen – minister Van der Laan, D66-leider Pechtold, noem maar op – u moord en brand schreeuwt, terwijl u zelf een enorm goed ontwikkeld vermogen hebt tot het beledigen van Jan Rap en zijn maat en tot het gooien met modder. Ik heb het woord ‘racist’ nooit gebruikt.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). U moet de tekst van de column er maar eens bij pakken, want daar staat dat letterlijk in. Let-ter-lijk! Over ons! Over uw andere bewering wil ik best met u discussiëren, maar in elk geval hebt u ons letterlijk ‘racist’ genoemd: ‘Sörensen en Pastors zijn racisten’, dat staat er.
De heer VAN HEEMST (pvda). Dat heb ik niet geschreven. De column legt hetgeen ik al drie jaar betoog bloot, namelijk dat Leefbaar Rotterdam een meester is in het meten met twee maten. Het mooiste voorbeeld daarvan vind ik de manier waarop de heer Sörensen de nieuwe burgemeester heeft verwelkomd en langs de media is getrokken om hem verdacht te maken en met modder te bekogelen, maar zodra mensen iets lelijks over u zeggen – dat heb ik in deze zaal overigens nog nooit gedaan – dan schreeuwt u moord en brand. U lijkt op dat jongetje bij mij op de kleuterschool dat voortdurend het meisje in het bankje voor hem op de hakken zit te trappen, het jongetje rechts van hem voortdurend aan het haar zit te trekken en zodra er één kindje in de klas naar hem wijst moord en brand gaat schreeuwen. Daarover gaat mijn column: over het fenomeen meten met twee maten, daarin ligt uw kracht. Ik heb geprobeerd dit in de column te illustreren door het gebruik van citaten van mensen die allerlei etiketten op u plakken.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Het is juist de heer Van Heemst die voortdurend met twee maten meet en probeert de mening van tenminste 30% tot 35% van de bevolking weg te duwen. Maar heel weinig mensen durven hun mening te geven. In tv-programma’s zien wij dat enerzijds de Maarten van Rossems en de Herman van Veens in deze wereld niet aan te slepen zijn, maar aan de andere kant bijna niemand wat durft te zeggen. Aan de kant van de mensen die hun mond open durven doen zijn twee doden gevallen. Dat bij ons sprake is van gevoeligheid als er beschuldigingen worden geuit, vind ik volstrekt logisch.
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik vind het kwalijk dat de heer Pastors, die altijd doet alsof hij mensen correct citeert, mijn column bewust verdraait. Ik heb het volgende geschreven: ‘Wilders en Pastors zijn extreem rechts. Zeggen onderzoekers. Of een gevaar voor de rechtstaat…’
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Welke onderzoeker heeft gezegd dat Pastors extreem rechts is?
De heer VAN HEEMST (pvda). … of een gevaar voor de rechtsstaat.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Ik heb een vraag gesteld: welke onderzoeker…
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik wil eerst de column voorlezen.
De VOORZITTER . Dit wordt een ingewikkelde bezigheid. Ik stel u beiden voor dat de heer Van Heemst zijn korte column voorleest en antwoord geeft op de gestelde vraag.
Mevrouw DUYS (cda). Mij is eveneens een vraag gesteld. Wij zouden dit een tijdje kunnen laten doorgaan, maar ik wil duidelijk maken dat de column van de heer Van Heemst mij niet bekend is. De CDA-fractie vindt Leefbaar Rotterdam in elk geval geen extreem-rechtse noch een racistische partij.
De VOORZITTER. Dat is mooi gezegd. De heer Van Heemst rondt zijn betoog af.
De heer VAN HEEMST (pvda). De column luidt als volgt: ‘Wat zijn Wilders en Pastors toch treurig. Ze kramen van alles en nog wat uit. Ze beledigen mensen. Ze zijn grof en onbeschoft.
Pastors: ‘We gaan een islamburgemeester extra in de gaten houden’. Sorensen: ‘De nieuwe burgemeester hoort bij een groep die in Nederland rotzooi trapt’. Wilders: ‘De Koran is een fascistische godsdienst’. Pastors en Wilders: ‘Wie hoofddoekjes draagt, vervuilt de straat en gaat dus belasting betalen’. Het moet allemaal kunnen, vinden Sörensen, Pastors en Wilders. Meestal doen ze dat onder het motto ‘We zeggen gewoon wat we denken en dat is ons goede recht’. Maar als anderen dan wat lelijks over jou zeggen, ja dan is de wereld te klein.
Wilders en Pastors zijn extreem rechts. Zeggen onderzoekers. Of een gevaar voor de rechtsstaat. Vindt een minister. Of racistisch. Roept de fractievoorzitter van D66. Dan schreeuwen Pastors en Wilders moord en brand dat ze worden ‘gedemoniseerd’. Wat een zielepieten. Het is en blijft treurig : dat meten met twee maten.’
Ik vind u niet racistisch, maar een zielepiet.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). Welke onderzoeker heeft gezegd dat ik racistisch ben en welke minister heeft gezegd dat ik een gevaar voor de rechtsstaat ben?
De heer VAN HEEMST (pvda). Wij zullen dit alles opzoeken.
De heer PASTORS (Leefbaar Rotterdam). U liegt, mijnheer Van Heemst. U liegt, zoals u dat bijna altijd doet.
De heer VAN HEEMST (pvda). Dat is dan weer iets uit uw mond. Ik vind u een zielepiet, vanwege uw manier van debatteren. Ik vind dat u met modder gooit en schreeuwt als er naar u wordt gewezen, zoals dat jongetje bij mij op de kleuterschool, terwijl u zelf mensen voortdurend treitert en verdacht maakt. Kijk naar de manier waarop u de burgemeester behandelt, naar uw omgang met de Stichting Meld Geweld, naar de manier waarop u Metin Çelik te pakken neemt, naar uw opvatting over de hoofddoekjes…
De VOORZITTER . Nu een punt, mijnheer Van Heemst.
De heer VAN HEEMST (pvda). Ik kan vele voorbeelden geven van het door de heer Pastors meten met twee maten. Hij kan wel kritiek geven, maar geen kritiek incasseren.
De VOORZITTER. Mevrouw Duys vervolgt haar betoog.
Mevrouw DUYS (cda). Ik begon mijn bijdrage nog wel zo mooi, met te zeggen dat steeds meer Rotterdammers hun vertrouwen in het stadsbestuur hebben herwonnen!
De in het collegeakkoord gedane beloften moeten worden ingelost, het einde is immers in zicht en de balans kan worden opgemaakt. Alle Rotterdammers tellen en doen mee, is het credo van dit college. Ik vind dat het college dit heeft waargemaakt. Meer en meer Rotterdammers hebben een baan, volgen een opleiding, voeden kinderen op of doen vrijwilligerswerk en staan niet doelloos aan de kant, zelfs in economisch slechte tijden weten wij tot nu toe nog resultaten te boeken.
Voor het CDA is een belangrijk streven dat Rotterdam ook de stad van en voor jongeren moet zijn. Jeugd geeft onze stad kracht en vitaliteit. Rotterdam moet een stad zijn waar de leuze ‘kinderen hebben de toekomst’ eer word t aangedaan. Het aantal brede scholen is sterk uitgebreid en ook nu wordt in de begroting hierin structureel € 35 miljoen geïnvesteerd. Meer kinderen doen mee aan de voorschool en het voortijdig schoolverlaten is teruggedrongen. Jongeren zitten óf op schoo l óf zijn aan het werk. Coffeeshops in de buurt van middelbare scholen zijn gesloten en schoolpleinen worden opgeknapt. De stad is ook van de jeugd, letterlijk: het jongerenjaar staat hiervoor symbool. Door en voor jongeren zijn en worden initiatieven ontwikkeld, die ook grotendeels blijvend zullen moeten zijn.
In Rotterdam moet voor onze jeugd genoeg te doen zijn. De voorgestelde bezuinigingen met betrekking tot Blijdorp, Plaswijck en de scouting moeten wat ons betreft worden teruggedraaid. Deze iconen mogen in een jongerenstad niet in hun voortbestaan worden bedreigd. Daarom dienen wij hierover moties in.
De VOORZITTER . Mevrouw Duys heeft de volgende moties ingediend:
Motie 84, Plaswijck park
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat in de Rotterdamse Stadsvisie de ambitie staat meer gezinnen in de stad te laten te laten wonen;
- dat in de begroting 2010 wordt voorgesteld Plaswijck Park te korten op zijn subsidie met € 170.000,-;
- dat Plaswijck Park een typisch Rotterdams park is waarvan van oudsher kinderen en volwassenen met veel plezier gebruik maken;
- dat Plaswijck Park een grote investering wil doen om op langere termijn grotendeels in zijn exploitatie te kunnen voorzien en hiervoor een maximale investeringssubsidie van € 2,5 miljoen nodig heeft;
- dat de dienst Sport en Recreatie hiervoor al een investeringssubsidie van € 0,5 miljoen heeft gereserveerd;
overwegende:
- dat de korting op de exploitatiesubsi die voor dit park fors is en dit in de praktijk betekent dat ook noodzakelijk onderhoud niet meer zal kunnen plaatsvinden, waardoor het park minder aantrekkelijk zal worden;
- dat Plaswijck Park voor de ontwikkeling van zijn plannen voor een binnenlocatie nog enige tijd en voorfinanciering nodig heeft;
- dat de stelpost lease voertuigen/werktuigen evenals vorig jaar een omvang heeft van € 28 miljoen;
verzoekt het college:
- Plaswijck Park in 2010 niet te korten op de subsidie en de opgelegde korting van € 170.000,- terug te draaien en dit te dekken uit de stelpost lease voertuigen/werktuigen;
- in overleg te treden met Plaswijck Park om te bezien op welke wijze de gemeente Rotterdam, onder andere door middel van een investeringssubsidie van maximaal € 2,5 miljoen, Plaswijck Park kan helpen zoveel mogelijk zelf in zijn exploitatie te voorzien en hierover aan de raad te rapporteren;
- en gaat over tot de orde van dag.’
w.g. E.J. Hagenaars-Baldee, A. Bonte, L.P.M. de Kleijn, J.N. Baljeu, E.P. van Heemst, R. Buyt, S. Belhaj, R.E. Oosterhoff.
Motie 85, Scouting
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat scouting een maatschappelijk betrokken organisatie is die het leven van kinderen verrijkt door samenwerken, respect voo r elkaar, plezier en het vergroten van zelfstandigheid;
- dat in de begroting 2010 wordt voorgesteld de subsidie voor scouting te korten met € 100.000,-;
overwegende:
- dat scouting daadwerkelijk iets toevoegt aan het leven van kinderen in de stad;
- dat de korting op de subsidie voor scouting de activiteiten die zij onderneemt in gevaar brengt;
- dat de stelpost lease voertuigen/werktuigen evenals vorig jaar de omvang heeft van € 28 miljoen;
verzoekt het college:
scouting in het jaar 2010 niet te korten op de subsidie en de opgelegde korting van € 100.000,- terug te draaien en dit te dekken uit de stelpost lease voertuigen/werktuigen;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w..g. A. Yildirim, K.M.T. Duys, E.J. Hagenaars-Baldee.
Mevrouw DUYS (cda). Het coll ege heeft ons inmiddels een gedegen voorstel voorgelegd tot uitbreiding van de hulpverlening voor kinderen in problemen. De bestaande structuren zullen worden verbeterd, systemen zullen worden opgezet en het samenwerken van diensten en instellingen zal worden versterkt. Het doel is alle radertjes in het jeugdhulpverleningstraject beter op elkaar te laten aansluiten en schuttingen af te breken, een immense operatie en een langdurig proces. Inmiddels zijn 8 CJG’s geopend, is een jeugdconsul aangesteld en is het Kidos-systeem geïntroduceerd. Wij vinden het belangrijk dat het geld dat hiervoor wordt uitgetrokken ook werkelijk terecht zal komen bij de kinderen en dus niet opgaat of blijft hangen in structuren en bureaucratische procedures. Voor de CDA-fractie blijft het een punt van aandacht dat de systemen en structuren de basis zijn, maar dat het culturele aspect, dus de menselijke maat in het systeem, het verschil zal maken. Aan de wethouder de vraag hoe het staat met dit belangrijke culturele aspect. De resultaten van de systemen zien wij in de begroting terug, maar die van de veranderende cultuur niet en evenmin zien wij wat het college op dat vlak in 2010 wil investeren. Ook het versterken van de professionaliteit van de verschillende hulpverleners en hun samenwerking met collega-instanties is belangrijk, ongeacht welk systeem het juiste antwoord op de hulpvraag biedt.
Het vorig jaar werden de resultaten van het onderzoek naar de behoefte aan jeugdzorg in onze stad gepresenteerd. Duidelijk werd dat in onze st ad veel kinderen leven die onder toezicht zijn gesteld: 30% meer dan in andere grote steden. Daarnaast heeft het onderzoek ons geconfronteerd met het feit, dat ongeveer 1050 kinderen acute zorg nodig hebben, maar die niet krijgen. De raad wilde niet accepteren dat in onze stad zoveel kinderen leven die van zorg verstoken blijven en daardoor gevaar lopen. De raad diende een motie in waarin het college wordt verzocht snel actie te ondernemen. Inmiddels heeft het college de raad een voorstel tot afdoening van deze motie voorgelegd. De concrete aanpak, waarvoor in de begroting € 15 miljoen wordt vrijgemaakt, moet zich focussen op het werkelijk bieden van hulp en noodzakelijke zorg aan onze kinderen. Het geld mag niet opgaan aan bureaucratie. Om die reden dienen wij een aanvullende motie in.
De VOORZITTER . Mevrouw Duys heeft een motie ingediend die in de plaats komt van motie 41.
Motie 88, Monitor balans tussen structuur en hulp aan kinderen
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat wij in februari van dit jaar een raadsbrede motie hebben ingediend om 1050 Rotterdamse kinderen die in nood verkeren direct hulp te bieden;
- dat het college ons inmiddels een gedegen voorstel heeft voorgelegd, waarmee enerzijds de bestaande structuren worden geoptimaliseerd en het gemeenschappelijk opereren van de diensten en instellingen wordt versterkt en anderzijds de hulpverlening voor kinderen in problemen wordt uitgebreid;
overwegende:
- dat in dit collegevoorstel de verhouding tussen de hoeveelheid geld en tijd die gestoken gaat worden in structuur aan de ene kant en de daadwerkelijke hulp aan kinderen aan de andere kant niet duidelijk is;
- dat er de laatste jaren al veel inzet en energie is gestoken in de opbouw, versterking en verbinding van de structuren;
- dat nu de concrete aanpak zich maximaal moet focussen op het werkelijk bieden van hulp en nodige zorg aan de daarvoor in aanmerking komende kinderen;
verzoekt het college:
- inzichtelijk te maken welk deel van het nu aanvullend in te zetten budget wordt aangewend voor de versterking van structuur en welk deel feitelijk wordt ingezet voor hulp aan kinderen;
- eveneens inzichtelijk te maken in welke mate de hulp aan kinderen direct is gediend met de investeringen in het versterken van de structuur;
- een monitor op te zetten waarmee de ontwikkeling in de desbetreffende verhouding kan worden gevolgd;
- deze monitor door een externe organisatie te laten uitvoeren;
- halfjaarlijks hierover te rapporteren aan de raad en daarbij aan te geven op welke wijze de direct hulp en zorg aan kinderen in nood wordt versterkt;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. K.M.T. Duys, E.P. van Heemst, J.J. Verwijs.
Mevrouw DUYS (cda). Het college heeft eerder beloofd dat iedereen - en vooral jonge mensen - in onze stad een geschikte woning moeten kunnen vinden. Vooral starters moeten een wooncarrière kunnen maken. Met die boodschap is het college voortvarend aan het werk. In de afgelopen jaren hebben wij ons flink ingezet om de kansen van starters op de woningmarkt te verbeteren en wij vinden dat de inzet van het college daarop ook heel sterk was. Wij gaan ervan uit dat het college daarmee zal doorgaan. Wij vinden het inzetten van het geld dat is bestemd voor de startersleningen voor het op gang brengen van een starterscampagne dan ook prima.
Na een moeizame start krijgen de kindvriendelijke wijken steeds meer invulling. Dat is mede te danken aan het feit dat de raad op dit punt de vinger stevig aan de pols heeft gehouden. Als je nu door wijken loopt valt op dat speeltuinen opnieuw zijn ingericht, veilige looproutes naar school ontstaan, schoolpleinen worden opgeknapt en in nieuwe bouwconcepten is veel aandacht voor gezinsvriendelijke bouw. Met onze moties willen wij de resultaten borgen en de opgedane kennis en ervaring in de reguliere werkwijze van de gemeente opnemen en toepassen in de hele stad. Als het aan ons en aan de raad ligt, zal de eerste gezinsvriendelijke stadswijk van Nederland in Rotterdam ontstaan zullen alle andere wijken eveneens gezinsvriendelijker worden.
Gezien de ervaringen van de afgelopen jaren met omstreden bouwprojecten zou een sterkere rol van de gemeenteraad bij het beoordelen van een ontwerp van gebouwen wat ons betreft wenselijk zijn. Het volume van een mooi, spannend gebouw mag van ons best groter zijn dan van het zoveelste rechte gebouw. Dit brengt mij op de vele bouwprojecten in de binnenstad: het gaat uiteindelijk mooier worden, zodat meer mensen in het centrum willen wonen, maar in de komende jaren vindt wel erg veel tegelijkertijd plaats. Wij willen de mensen die nu in het centrum wonen graag behouden. In de commissie FIBS heeft het college toegezegd, dat het bereid is goede afspraken met bouwers te maken, zodat overlast geminimaliseerd wordt bijvoorbeeld door vaste werk- en rusttijden af te spreken, de bouwterreinen zo compact mogelijk te houden en de diverse bouwprojecten goed op elkaar af te stemmen.
Een doorn in het oog blijft de verloedering die dreigt te ontstaan door lang leegstaande gebouwen en door het slechte gebruik van de plinten op vele plekken in onze stad. Met een relatief kleine ingreep zouden straten en plinten kunnen worden verfraaid, waardoor verloedering wordt tegengegaan en de sfeer in de straat aanmerkelijk verbeterd wordt. Om hieraan een extra impuls te geven dienen wij een motie in.
De VOORZITTER . Mevrouw Duys heeft de volgende motie ingediend:
Motie 86, Kleine investering, groot resultaat, mooie plint
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat Rotterdam een aantrekkelijke stad wil zijn;
- dat winkelstraten met leegstaande panden en blinde gevels niet bijdragen tot de aantrekkelijkheid van de stad en leiden tot een gevoel van onveiligheid bij voorbijgangers;
overwegende:
- dat er genoeg mogelijkheden zijn om leegstaande of in verbouwing zijnde panden een aantrekkelijk tijdelijke gevel kunnen bezorgen – het Plintenondezoek uitgevoerd door Stipo onderschrijft dit;
- dat dit heel goed past bij het gisteren gepresenteerde plan ‘Bruisende Stad’;
- dat het juist in deze tijd van economische crisis van belang is dat onze winkelstraten veilig en sfeervol aanvoelen en bezoekers trekken;
verzoekt het college:
- een pilot te starten om op drie locaties de plinten van gebouwen te verfraaien door gebruik te maken van raam- en straataankleding, te beginnen bij een locatie in het centrum;
- te bezien welke meerwaarde dit concept kan hebben voor het tegengaan/voorkomen van verloedering en het bevorderen van veiligheidsgevoel/sfeer in een straat;
- gedurende de pilot de belemmeringen in kaart te brengen die er zijn op het gebied van welstand, vergunningverlening, precariobelasting en hiervoor oplossingen te bedenken;
- de mogelijkheden van een stimuleringsregeling te onderzoeken om private eigenaren van vastgoed te enthousiasmeren zelf initiatief te nemen voor de verfraaiing van hun plinten indien dit nodig is;
- na zes maanden te evalueren en te rapporteren aan de raad, waarbij de toekomstmogelijkheden voor de stad worden weergegeven, zowel voor wat betreft privaat als gemeentelijk vastgoed;
- hiervoor ma ximaal € 200.000,- te reserveren uit het budget EDBR;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. E.J. Hagenaars-Baldee, A. Bonte, R. Moti.
Mevrouw DUYS (cda). Kijkend naar de successen van het college besef ik dat ze mede tot stand zijn gekomen doordat de raad initiatieven heeft genomen, waarmee het beleid van het college een push werd gegeven, werd verstevigd en soms werd gecorrigeerd, en zo hoort het ook. Dat is het mooie van ons mooie democratische, dualistische stelsel. Terugkijkend op het afgelopen jaar, met nog maar enkele maanden te gaan tot de afsluiting van deze bewogen en betekenisvolle collegeperiode, zie ik een rode lijn die ik u allen graag wil schetsen.
Om te beginnen stel ik vast dat mooie resultaten zijn geboekt, die vandaag en de vorige week ruimschoots de revue zijn gepasseerd. Resultaten ook, die in veel gevallen het gevolg zijn van een samenwerking tussen coalitiepartijen, tussen coalitie en oppositie en tussen raad en college. Begrijpt u mij goed, dit betekent niet dat wij het altijd met elkaar eens waren. Dat hoeft ook niet, dat is juist goed in een gezonde democratie. Wij moeten echter wel constructief met elkaar omgaan, onze standpunten met elkaar uitwisselen en zuivere debatten voeren, met het doel tot een optimaal politiek resultaat te komen in het belang van de samenleving van de stad Rotterdam.
Wie het werk van de gemeenteraad in de afgelopen tijd heeft gevolgd, zal begrijpen dat ik naast de nodige trots op de bereikte resultaten en prettige samenwerking een gevoel van onbehagen heb. Dat is niet het gevolg van het feit dat mijn fractie bepaalde successen níet heeft behaald, dat is all in the game in de wereld van de politiek. In deze wereld lijkt helaas ook thuis te horen, dat er spelers zijn die zich formeel aan de democratische spelregels houden, maar er tegelijkertijd eigen interpretaties op na houden met het doel het spel te frustreren of naar de eigen hand te zetten. Politieke plaagstootjes uitdelen, dat hoort erbij en dat geldt ook voor het sluiten van compromissen en het aanpassen van de eigen visie aan die van de meerderheid of dit juist niet te doen en daarvoor vervolgens uitkomen en integer het verlies nemen. Kortom: met beide benen in de politieke modder staan. Begrijpt u mij niet verkeerd: het gaat uiteindelijk om de knikkers, maar de democratische weg daar naartoe is machtig interessant. Gedeelde maatschappelijke idealen verwezenlijken, debatterend je gelijk halen, voor mensen opkomen die de politieke besluiten direct aan den lijve ondervinden is fantastisch. Deze lijn - kritisch en eerlijk - moet volgens ons niet alleen gelden voor raad en college, maar voor elke politieke partij en voor de ambtelijke organisatie. Eerlijk en kritisch zijn is prima en daarom dienen wij naar aanleiding van het Meldpunt Cynisme een nieuwe motie in.
De VOORZITTER . Mevrouw Duys heeft de volgende motie ingediend:
Motie 87, Kritiek afdoen als cynisme is pas echt cynisme
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2009;
constaterende:
- dat ambtenaren van de gemeente Rotterdam over het algemeen zeer betrokken zijn bij hun werk en veel kennis en capaciteiten hebben die voor de gemeente van belang zijn;
- dat veel ophef is ontstaan over de oprichting van een meldpunt cynisme voor ambtenaren die de werksfeer negatief zouden beïnvloeden;
- dat dit meldpunt inmiddels zonder verder bericht is opgeheven;
overwegende:
- dat het niet terecht is kritisch gedrag van ambtenaren te labelen als cynisme;
- dat kritische mensen een waardevolle bijdrage aan de organisatie kunnen leveren;
- dat het de gemeentelijke organisatie ten goede zou komen als kritische mensen worden gezien als bron van informatie in plaats van als vervelend;
- dat het de taak van de direct leidinggevende is de kwaliteiten van elke ambtenaar zo goed mogelijk te benutten door deze op de juiste manier aan te spreken en te motiveren;
- dat het vreemd is dat het meldpunt cynisme met veel publiciteit is opgericht, maar zonder verdere communicatie is opgeheven;
- dat ervan mag worden uitgegaan dat een leidinggevende goed weet welke medewerkers gewoon kritisch zijn en welke medewerkers niet goed functioneren en/of gedemotiveerd zijn;
verzoekt het college:
- ambtenaren en de pers te informeren over de opheffing van het meldpunt cynisme en daarbij de redenen van oprichting en opheffing te verhelderen;
- erop toe te zien dat de direct leidinggevenden van zogenaamd cynische ambtenaren, zoals het hoort, zelf het gesprek met deze ambtenaren aangaan en samen een passende oplossing zoeken, waarbij kritiek mogelijk op een positieve manier wordt benut;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. A. Yildirim, E.J. Hagenaars-Baldee, K.M.T. Duys.
Mevrouw DUYS (cda). Ik hoor u denken: waar blijft de anticlimax? Die komt ook. Te vaak hebben wij in de afgelopen jaren aan den lijve ervaren dat de hazen niet altijd op deze manier lopen. Regelmatig domineren politieke spelletjes de uiteindelijke uitkomsten van inhoudelijke maatschappelijke en politieke discussies, die van urgent belang zijn voor degenen om wie het gaat. Uitkomsten die soms enkele maar geregeld veel of zelfs alle inwoners, bedrijven of organisaties raken, hen soms licht schampen maar ook kunnen treffen als een mokerslag. Hoewel de algemene spelregels wettelijk vastliggen, zijn wij, tijdelijke politici, het die samen scheidsgerecht bepalen hoe wij het spel spelen. Het is aan ons te bepalen of een actie, of juist aperte omissie, een gele kaart verdient. Het is bij lange na niet allemaal fair play wat wij in deze politieke arena meemaken. U mag mij naïef noemen, maar na acht jaar in de actieve politiek en nog veel langer in de directe periferie ervan, kon en kan ik daaraan nog steeds niet wennen, ik weet dat veel collega-raadsleden dat evenmin kunnen. Sterker nog, wij keuren het af en komen ertegen in het verweer. Het recente verleden bewijst dat ik hierbij niet alleen naar andere partijen wijs.
Ook nu nog zijn er wethouders die het politieke primaat van de raad niet altijd serieus nemen en soms zelfs raadsbreed aangenomen moties niet binnen redelijke termijn afdoen. Soms veinzen zij dat te doen, maar trekken intussen een rookgordijn op door mistige antwoorden te geven, met uitsluitend het doel de zaak te traineren. Zij hopen van uitstel tot afstel te komen en komen daarmee soms nog weg ook.
De heer CO?KUN (sp). Ik ken één wethouder die uiteindelijk niet meer uw sympathie had, maar welke voorbeelden van het optrekken van rookgordijnen hebt u nog meer? Waaraan moet ik denken?
Mevrouw DUYS (cda). Een recent voorbeeld is de wijze waarop is omgega an met onze motie over het IFR en het voorstel de parkeertarieven te verhogen verdient evenmin de schoonheidsprijs. Met dit voorstel wordt totaal voorbij gegaan aan de in de vorige periode ingediende motie-Van den Born. Een motie die door voormalige collega’s is ingediend wordt zonder enige aankondiging of uitleg genegeerd.
Zonder u een lesje dualisme te willen leren, wil ik in de nadagen van het huidige college – juist met het oog op onze politieke opvolgers, die staan te trappelen – er nog eens op hameren dat wij allen onze duale rol moeten spelen. De tijd van wennen aan het nieuwe systeem is nu wel voorbij en simpeler kan het op het eerste gezicht niet: de raad stelt de kaders en controleert en het college is belast met de uitvoering. Deze lijnen lopen in de praktijk nogal eens door elkaar, met alle onnodige politieke schermutselingen en slachtoffers van dien. De remedie? Het college erkent het politieke primaat van de volksvertegenwoordiging, in woord en vooral ook in daad, en de raad neemt zijn taak serieus door heldere en basale randvoorwaarden mee te geven, het college daarbinnen de vrijheid te gunnen tot een optimale uitvoering te komen. Ik spreek dan ook de verwachting uit dat mijn oproep tot fair play, waarvan ik weet dat ze door veel collega’s worden gedeeld, door huidige en toekomstige politici gehoord zal worden. In dat geval wint niet alleen de politiek, maar winnen vooral de burgers, voor wie wij het uiteindelijk allemaal doen.
De heer YILDIRIM (cda). Mijnheer de voorzitter. Het is vandaag de laatste keer in deze raadsperiode dat wij in dit verband met elkaar over de begroting van de gemeente Rotterdam spreken. Graag wil ik iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd aan het tot stand komen van deze begroting.
Bij de behandeling van de Kaderbrief afgelopen zomer hebt u al een indruk kunnen krijgen van de lijn die het CDA wil volgen. Graag ga ik daar nu op door.
Ondanks de economische crisis staat Rotterdam er niet slecht voor. Het aantal uitkeringsgerechtigden is fors gedaald. Het is een enorme prestatie dat Rotterdam 10.000 mensen aan het werk heeft gekregen van wie 6000 mensen via activeringsprogramma’s. De stad scoort beter op de sociale ladder, van een 5,8 zijn we opgeklommen naar een 6. Met de aanpak van het college, gesteund door de gemeenteraad, zijn de Rotterdammers in staat gesteld er echt bij te horen. Het CDA is het met het college eens dat Rotterdam vitaal en strijdbaar is en wij ondanks tegenslagen nu op de goede weg zijn. Bezuinigen op de eigen organisatie vinden wij dan ook een goede zaak. Om die reden hebben wij de motie hierover van de heer Moti mede ondertekend. Het is nu tijd om te oogsten wat de afgelopen jaren is gezaaid. Laat ik dit met een voorbeeld duidelijk maken. Een boer die de grond op een geschikte manier gereed maakt en gaat zaaien is afhankelijk van veel omstandigheden. Hij heeft zijn werk zo goed mogelijk gedaan en doet zijn stinkende best, maar de weersomstandigheden zijn zeer bepalend voor een succesvolle oogst. Wij moeten niet vergeten dat de Nederlandse economie erg afhankelijk is van het buitenland. De crisis is hardnekkig, wij zien dat de werkgelegenheid onder druk staat, dat veel MKB’ers en zzp’ers ondanks de steun die zij van de gemeente krijgen failliet gaan en wij weten allemaal hoe het gesteld is met de banken.
Bij ‘Prioriteiten 2010’ heeft het college aangegeven dat de ambities uit de Stadsvisie overeind zullen blijven. Doelen zijn een aantrekkelijke woonstad en een krachtige economie. De crisis leidt echter wel tot spanning: wij kunnen ons geld maar één keer uitgeven, dus wij moeten scherpe keuzen maken. Toekomstige bezuinigingen door het rijk zullen de financiële ruimte van Rotterdam verder beperken, maar wij moeten wel doen wat nodig is om de crisis het hoofd te bieden. Met het pro-actieve beleid, vastgelegd in onder andere het ‘akkoord van Rotterdam, plan van aanpak crisis’ en de integrale aanpak ‘Pact op Zuid’ is het college op weg zijn doelen te verwezenlijken.
We hebben met elkaar afgesproken dat de gemeentelijke tarieven conform de CPI-systematiek zullen stijgen. Voor 2010 is dat 0 %, met uitzondering van de rioolheffing, de marktstandplaatsen en de afvalstoffenheffing. Vervolgens wijkt u af van wat de raad heeft bepaald. Zo zien wij de verhoging van de parkeertarieven niet zitten. In de brief van de wethouder wordt niet ingegaan op de vraag hoe de verhoging van de parkeertarieven zich verhoudt tot de motie-Van den Born. Wij willen een schriftelijke onderbouwing van de stelling dat 33% van de kosten van Stadstoezicht uit het parkeerfonds word en bekostigd; eerder was sprake van 13% en in de laatste brief van het college was dat plotseling 50%. Wat is nu waar? Wanneer krijgen wij de echte onderbouwing?
Op pagina 13 geeft u aan dat middels toezichtsinspanningen € 0,8 miljoen extra zal worden binn engehaald. U geeft aan dat 500 boa´s hun investeringskosten zullen moeten terugverdienen. Klopt dit? Het CDA blijft ervan uitgaan dat het optreden van de boa’s streng en rechtvaardig moet blijven, maar dat de menselijke maat richting burgers niet uit het oog moet worden verloren.
Het aantal aanvragen voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing zal de komende tijd alleen maar toenemen doordat meer mensen minder inkomen zullen hebben. U geeft aan hiermee rekening te willen houden en hiervoor € 12,5 miljoen extra nodig te hebben. H et CDA vraagt zich af of via het digitale systeem van het GBR kan worden nagegaan wie in aanmerking komen voor kwijtschelding en of aanvragen direct in behandeling kunnen worden genomen. Dit hoeft toch niet heel veel geld te kosten? Het lijkt ons geen goed idee dat werkende Rotterdammers opdraaien voor de extra kosten die worden gemaakt door hen meer te belasten. Dit zou nog minder koopkracht betekenen voor de werkenden. Is het college bereid hiernaar nogmaals te kijken?
Geconstateerd wordt dat van de mensen die in de WW zullen geraken 10% in de bijstand terecht zal komen en het denkbaar is dat deze mensen niet met hun nieuwe financiële situatie zullen kunnen omgaan. Naar de mening van het CDA moet alles worden gedaan om te voorkomen dat deze mensen in grotere problemen komen en weer een beroep op schuldhulpverlening zullen moeten doen. Wij zijn geschrokken van de uitkomst van het Nibud-onderzoek, waaruit blijkt dat veel huishoudens niet weten hoe zij met hun financiën moeten omgaan. Bent u bereid om in het kader van preventie deze mensen een budgetteringcursus aan te bieden?
De CDA fractie heeft met enige verbazing kennis genomen van hetgeen u schrijft bij het beleidsveld Welzijn en armoedebeleid. Ik citeer: ‘Om de intensivering binnen de schuldhulpverlening mogelijk te maken wordt bewust gekozen voor extensivering’. Wij begrijpen deze tegenstelling niet. Kunt u verduidelijken wat hier wordt bedoeld?
U geeft ook aan dat het budget Stedelijk Welzijn met € 1 miljoen zal worden wordt verlaagd, omdat op rekeningbasis een onderschrijding zichtbaar is. De CDA-fractie heeft tijdens de bespreking van de rekening 2008 hierover enkele opmerkingen gemaakt, met na me over de onderdelen kindvriendelijke wijken en jeugdhulpverlening. Wij willen graag een afzonderlijk overzicht ontvangen van alle onderschrijdingen. Daarnaast willen wij weten wat u van plan bent met onderschrijdingen die de laatste drie jaar zijn geconstateerd. Wij willen bij de rekening 2009 graag een apart overzicht ontvangen.
De risico’s van grondexploitatie en vastgoed orden zijn ons niet voldoende helder geworden. Al jaren wordt ons bericht dat de grondopbrengsten teruglopen, nu wordt het weer zo gepresenteerd alsof het nieuw is. De verklaring op pagina 173 van het tegenvallende bedrijfsresultaat bij het OBR wordt niet onderbouwd. Is het een idee, in lijn met uw opmerkingen en de al staande toezegging over de verdiencapaciteit van het OBR, de ASR een audit met betrekking tot de grondexploitatie te laten uitvoeren, zodat wij zullen kunnen bezien hoe de gemeente meer grip hierop kunnen krijgen. Hierover dien ik een motie in.
De VOORZITTER . De heer Yildirim heeft de volgende motie ingediend:
Motie 89, Grondexploitatie en vastgoed
‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 12 november 2009 ter bespreking van de begroting 2010;
constaterende:
- dat het rendement van grondexploitaties en vastgoed onder druk staat;
- dat de laatste jaren de grondopbrengsten teruglopen;
- dat de tegenvallende resultaten van het OBR elk jaar weer gepresenteerd worden als noviteit en niet worden onderbouwd;
- dat in het verleden is vastgesteld dat de commerciële portefeuille van het product vastgoed geen maatschappelijke taak meer is;
overwegende:
- dat voorkomen moet worden dat de komende jaren de bedrijfsresultaten nog verder zullen teruglopen;
- dat mogelijk teruggekomen moet worden van de vaststelling dat de commerciële portefeuille van het product vastgoed geen maatschappelijke taak meer is;
- dat het voor de raad niet voldoende helder is wat de risico’s zijn bij de grondexploitatie voor de komende jaren;
- dat voorkomen moet worden dat de rekening wordt doorgeschoven naar volgende generaties;
- dat het van belang is een betrouwbare inschatting te kunnen maken van de toekomstige risico’s, bijdragen en kosten van vastgoed en grondexploitatie;
verzoekt het college:
- te zorgen voor een betrouwbare inschatting van de risico’s, baten en lasten van grondexploitatie en vastgoed en deze aan de raad te presenteren;
- de ASR een audit te laten uitvoeren om zo te kunnen vaststellen op welke wijze het gemeentebestuur beter inzicht en meer grip kan krijgen op de verdiencapaciteit van het OBR, grondexploitatie en vastgoed;
- de resultaten van deze audit aan de raad te rapporteren met een reactie van het college waarin staat wat het college met deze aanbevelingen gaat doen;
en gaat over tot de orde van de dag.’
w.g. A. Yildirim, E.G. Hagemaars-Baldee, K.M.T. Duys.
De heer YILDIRIM (cda). De raadsbreed gedragen motie-Yildirim betreffende het IFR heeft dankzij de crisis een bijzonder status gekregen. Het college heeft veel tijd genomen voor het afdoen van deze motie, maar heeft ons tot op heden niet duidelijk gemaakt hoe in de komende periode de bovengrens zal worden aangegeven. Dat geeft ons de indruk dat u deze opdracht van de raad niet serieus neemt. Daarom vindt de CDA-fractie dat u uw huiswerk moet overdoen.
De heer OOSTERHOFF (ChristenUnie-SGP). Ik wil de heer Yildirim twee vragen over zijn motie stellen. Wij kennen hem als iemand die let op een strikte naleving van de regels met betrekking tot het IFR. In de voorliggende begroting wordt voorgesteld een fors bedrag uit het IFR te nemen met het doel de voorstellen te dekken. Wat is zijn oordeel daarover?
Veel door de coalitie ingediende moties zijn voorzien van een dekking die het college voor onmogelijk acht. Het college stelt de raad voor daarvoor de te verwachten dividendopbrengsten te gebruiken, maar dat is nu juist een post die in het IFR thuishoort en niet moet worden gebruikt ter dekking van voorstellen van de coalitie. Hoe kijkt de heer Yildirim hier tegenaan?
De heer YILDIRIM (cda). De vragen van de Oosterhoff zijn terecht, maar juist daarom vind ik de afdoeningsvoorstellen belangrijk. De conceptvoorstellen van het college geven mij niet de handvatten die wij nodig hebben om dergelijke problemen te kunnen oplossen.
De heer OOSTERHOFF (ChristenUnie-SGP). Dat u zit te wachten op de afdoening van uw motie begrijp ik, maar mijn vraag is wat dit betekent voor de stapel moties die nu voorligt. Het college wil deze voorstellen dekken met dividendopbrengsten, maar u hebt zich altijd hard gemaakt voor het storten van deze opbrengsten in het IFR. Zal het CDA al deze mot ies steunen en zodoende de regels met betrekking tot het IFR schenden, of zegt u dat uw fractie, als er voor de uitvoering van deze moties geen andere dekking wordt gevonden, haar steun voor de moties zal intrekken?
De heer YILDIRIM (cda). Ik deel uw mening niet. Ik heb gepleit voor betere regels met betrekking tot het IFR. Wij zullen het afdoeningsvoorstel afwachten en daarna de discussie met elkaar aangaan.
De heer OOSTERHOFF (ChristenUnie-SGP). Als ik u goed begrijp zegt u dat heldere regels met betrekking tot het IFR belangrijk zijn en wij ons daaraan zullen moeten houden, maar u zolang het college nog wat aanrommelt en de raad nog geen afdoeningsvoorstel met betrekking tot de IFR-motie heeft voorgelegd ook zelf nog maar wat zult aanrommelen. U redeneert: pas als de motie-IFR is afgedaan zullen wij ons aan de regels voor het gebruik van het IFR houden. Klopt dat?
De heer YILDIRIM (cda). Zo zit het niet in elkaar. In de moties is qua dekking aangegeven wat waar gedaan moet worden.
De VOORZITTER . Ik schors de vergadering tot 14.05 uur. (13.22 uur).
Klik op de link om het document te downloaden.
CONCEPT-notulen 12 november 2009 ochtend